Handelaar in bedrukt papier

John de Slegte was jarenlang het gezicht van boekhandel Jan de Slegte. `Het was in de eerste plaats toch zo dat elke gulden die je eruit kon halen meegenomen was.'

De winkels van boekhandel De Slegte ogen als aftandse filialen van de Hema. Hard tl-licht, smalle roltrappen, goedkope tegels op de vloer en overal boeken uitgestald als handelswaar pur sang. Toch is De Slegte voor menig boekenliefhebber een paradijs. Want zo onderhand heeft het bedrijf, dat begon met het verkopen van `veredelde' tweedehands boeken, volgens eigen zeggen de grootste collectie antieke boeken van Nederland in huis, inclusief drie Bleau-atlassen. Ook koopt De Slegte soms schrijversbibliotheken op, zoals van Boudewijn Büch, Adriaan van Dis en Gerard Reve. Maar het belangrijkste element in deze verdeelcentra van bedrukt papier wordt toch wel gevormd door de ramsj-afdelingen, die menige lezer in staat stellen boeken voor een spotprijs op de kop te tikken. Dat laatste is geheel in overeenstemming met de traditie van het bedrijf, dat in 1908 in Rotterdam werd opgericht.

,,Mijn grootvader Jan de Slegte was lantaarnaansteker van beroep'', zegt diens kleinzoon John (1927), die tussen 1961 en 1995 de scepter zwaaide over de 25 filialen van het bedrijf in Nederland en België. ,,Overdag had hij niets te doen en vandaar dat hij een klein handeltje in boeken begon op een karretje in de Burgemeester Roosstraat, een zijstraat van de Heemraadssingel.''

Ik spreek hem in de personeelskantine van het Haagse filiaal in de Spuistraat, dat gevestigd is in het vroegere gebouw van bioscoop Apollo. Ook in deze ruimte van drie bij twee meter hangt een ouderwetse Hema-sfeer.

John de Slegte heeft de leiding over het bedrijf zes jaar geleden overgedragen aan zijn zoon Jan, maar is nog regelmatig te vinden in een van de filialen. Het afscheid van de wereld waarin hij vijftig jaar werkte, valt hem zwaar. Thuis verveelt hij zich een beetje. ,,Ik was een gedrevene'', zegt hij. ,,Er waren tijden dat ik 100.000 kilometer per jaar reed om al die zaken te bezoeken. Ik had persoonlijk contact met iedereen die er werkte. En ook nu kan ik het niet loslaten. Laatst stond ik in het filiaal in Rotterdam boeken in te pakken toen er een klant naar me toe kwam en vroeg: `moet u dat nu ook nog doen?' Ik heb hem toen geantwoord dat mijn pensioen niet toereikend was. Waarop hij zei: `leugenaar, je bent het zelf'. ''

Als kind zag John de Slegte het familiebedrijf groot worden. Nadat zijn vader in 1920 een winkel had geopend in de Eendrachtstraat en later in Charlois, volgden eind jaren dertig filialen in Den Haag, Amsterdam, Utrecht en Haarlem. Uitgangspunt waren toen kleine restantpartijtjes en echte tweedehandsboeken. ,,Ook kwam in de jaren dertig een overvloed van Duitse emigrantenliteratuur naar ons land. Het waren boeken die in Duitsland verboden waren en waarvoor de Duitsers toch geld probeerden te krijgen, waarmee ze boten of kanonnen konden kopen. Die boeken kwamen in grote kisten binnen. Het is wel eens gebeurd – niet bij ons overigens – dat er in zo'n kist een joodse man verstopt zat, die zo probeerde de grens over te komen. Veel van die joodse vluchtelingen begonnen een winkeltje in tweedehands boeken. Sommigen van hen stichtten een uitgeverij. Van boeken hadden ze geen verstand. Dat kregen ze pas op den duur.''

Verboden boeken

Toen de Duitsers Nederland in 1940 binnenvielen, werd die emigrantenliteratuur ook hier verboden. De boeken van schrijvers als Lion Feuchtwanger, Joseph Roth, Klaus Mann en Alfred Döblin moesten zelfs vernietigd worden. ,,In Rotterdam hadden we een binderijtje, waar die boeken in plano [ongebonden vellen, mk] lagen. Die lieten we daar gewoon liggen om ze na de oorlog weer te gaan verkopen.''

John de Slegte kwam in 1944, na zijn eindexamen aan de HBS, bij zijn vader in dienst. ,,Ik was de enige zoon en mijn zuster bemoeide zich niet met de zaak'', zegt hij. ,,Tijdens de oorlog werkte ik al op de tweedehandsafdeling en dat deed ik met plezier. Het was allemaal heel vanzelfsprekend.''

Toch had dat in het begin niets te maken met een passie voor boeken, relativeert John de Slegte, die inmiddels alles wat los- en vastzit leest. ,,Je moet het veel zakelijker zien. Pas later was het zo dat je wel eens een mooi boek zag en je dat even apart liet houden. Maar het was in de eerste plaats toch zo dat elke gulden die je eruit kon halen meegenomen was.''

Voor het personeel van het bedrijf gelden misschien andere wetten. Want veel van de `metgezellen' werken er al vrijwel hun hele leven. ,,Al met al lopen er zo'n veertig mensen rond die al vijfentwintig jaar bij ons zijn. Het voordeel daarvan is dat ze vrij goed op de hoogte zijn van de in- en verkoop van tweedehands boeken.''

Met zijn vader ging John de Slegte kort na de oorlog al met de nachttrein naar Frankfurt om daar op de Buchmesse de uitgeversrestanten op te kopen. Een briljant idee, dat in de loop der jaren door tal van andere boekhandelaren zou worden nagevolgd. ,,Tegenwoordig halen we er zestig ton boeken weg, twee procent van de totale uitstalling op de Buchmesse.''

De ramsj vormt nog altijd een belangrijk onderdeel van de omzet van het bedrijf. Vooral kunstboeken doen het goed, zoals van de Duitse uitgever Könemann, die uitsluitend boeken voor de ramsj maakt. ,,Ze komen naar Nederland en vragen of je er 2.000 wilt afnemen'', zegt De Slegte over Könemann. ,,De prijs wordt gedecreteerd. Je krijgt vijftig procent korting. Zo zijn er van hun boek over Gaudi 150.000 exemplaren gedrukt, voor negenenveertig gulden vijftig. En ze zijn allemaal verkocht.''

Maar ook met de ramsj van Nederlandse uitgevers heeft John de Slegte altijd goede zaken gedaan. Daarbij kwam hij vaak in aanraking met excentrieke figuren, zoals de Amsterdamse uitgever Geert van Oorschot. ,,Van Oorschot was driftig en vrij grof in de mond'', zegt hij over de Amsterdamse boekenleeuw. ,,Hij had toen de toneelwerken van Herman Heijermans in drie banden uitgegeven. Met veel subsidie. En omdat het niet verkocht, wilde hij het aan ons kwijt. Maar hij vond ons bod veel te laag. Vervolgens deed hij het raam van zijn kamer in zijn grachtenpand open en zei `dan schop ik jullie zo het raam uit het water in'. Maar toen we eenmaal beneden waren kwam hij achter ons aan en zei dat we weer boven moesten komen. Uiteindelijk verkocht die Heijermans bij ons als een trein, drie delen voor negenentwintig gulden negentig. Tegenwoordig kun je ze alleen nog maar antiquarisch krijgen, voor heel wat meer geld.''

Geldzorgen

Ook de meeste andere uitgevers waren kind aan huis bij De Slegte. ,,Als ze geld nodig hadden, riepen ze ons wel'', zegt hij. ,,Ze hadden altijd geldzorgen. De binders moesten tenslotte betaald worden.''

Van uitgeverij Bert Bakker kocht hij in de jaren vijftig het boek van professor W.H. Nagel (de schrijver J.B. Charles) over criminaliteit in Oss. ,,Dat waren 4.000 exemplaren in plano. Mijn vader zei: `Wat heb je nou in godsnaam gekocht?' Maar dat boek vloog de winkel uit. Voor 1 gulden negenennegentig. Alleen al in Oss en omstreken verkochten we er 1.000.''

De leukste ervaringen had John de Slegte toch met boekenverzamelaars, zoals met de uitgever Johan Polak, die een van de bijzonderste privé-bibliotheken ter wereld had. ,,Als je bij Polak thuis een boek uit de kast pakte, verschoot hij van kleur en riep hij `wat heb je nu gedaan' '', herinnert hij zich. ,,En dan ging hij naar een speciaal laatje, waaruit hij een paar handschoenen pakte die ik aan moest trekken. Het was net als bij de pijpenwinkel van Dunhill in Londen. In dat laatje lagen ook handschoenen voor zijn vrienden.''

Met de regels voor het verramsjen van boeken wordt volgens John de Slegte regelmatig de hand gelicht, al was het maar omdat uitgevers van hun winkeldochters in de dure magazijnen van het Centraal Boekhuis verlost willen worden. ,,Dan vroegen die uitgevers: `In juli wordt het boek in prijs opgeheven, maar kunnen jullie het nu niet al nemen?' En dan sloegen wij het voorlopig op in ons magazijn.''

De contacten tussen de firma De Slegte en de uitgeverijen zijn in de loop der jaren drastisch veranderd. De uitgeverijen zijn veel groter geworden en het contact tussen directie en antiquaren is schaars geworden. Het soort boeken dat in Nederland wordt uitgegeven is volgens John de Slegte in al die jaren echter niet veranderd. Van het verdwijnen van het `goede' boek is volgens hem dan ook geen sprake.

Wel maakt hij zich zorgen over het verdwijnen van tal van kleine kwaliteitsboekhandels in het land, zoals recentelijk nog de Amsterdamse boekhandels Favié en het Fort van Sjakoo. ,,Het is een verarming voor het boekenvak. In Enschede is ons filiaal bijvoorbeeld samen met een boekwinkel aan de overkant van de straat de enige boekwinkel. En dat voor een stad met zo'n 140 à 150.000 inwoners.''

Volgens John de Slegte heeft vooral het veranderend leesgedrag in Nederland daarmee te maken. Hij merkt het in zijn eigen familie. ,,Van mijn tien kleinkinderen is er maar één die leest. En dat terwijl er veel grotere oplagen zijn. Dat vind ik toch wel alarmerend. Ik denk dan ook dat er heel wat boeken niet gelezen worden.''