Gevangenen Guantánamo: vragen blijven

President Bush heeft de knoop doorgehakt over de gevangenen op de militaire basis Guántanamo Bay. De juridische vragen zijn daarmee echter niet van de baan.

De Amerikaanse president George Bush heeft een goede en een kwade boodschap voor de gedetineerden op de basis Guantánamo Bay. Eerst de goede: de Rode Kruis-conventies van Genève over het humanitaire oorlogsrecht zijn toch van toepassing. Dan het slechte nieuws. Dit geldt alleen voor de Talibaan en niet voor de Al-Qaeda strijders. En geen van beide groepen heeft volgens de Amerikaanse president de status van krijgsgevangenen.

De knoop die de president moest doorhakken betrof niet in de laatste plaats zijn eigen regering. Minister Rumsfeld van Defensie betrok de stelling dat het hier ,,illegale combattanten'' betrof, die ,,waarschijnlijk toch al beter worden behandeld dan zij verdienen''. Daar zit een diepe aversie achter tegen wat hij beschouwt als ,,verouderde'' internationale verdragen, zo meldde The New York Times.

Minister Powell van Buitenlandse Zaken vond dat deze verdragen juist nodig zijn in het belang van de internationale coalitie tegen het terrorisme. Uit deze hoek is onverwacht veel kritiek gekomen. Wel zo praktisch is de zorg van de Amerikaanse legertop over het lot dat hun eigen mensen te wachten kan staan als zij in vijandelijke handen vallen. Per slot van rekening dragen de speciale eenheden niet altijd een uniform.

Het uniform speelt ook een rol in de beslissing van Bush onderscheid te maken tussen twee soorten gedetineerden. De VS hebben weliswaar het Talibaan-regime nooit erkend, maar het was feitelijk wel de regering van een soevereine staat die bovendien nog is aangesloten bij de Geneefse conventies. Al-Qaeda is geen staat maar een misdaadorganisatie. De Geneefse conventies zeggen dat huurlingen kunnen worden veroordeeld als illegale combattanten. Daaraan worden echter nogal wat eisen verbonden en het is voor discussie vatbaar of Al-Qaeda-strijders in Afghanistan daar geheel aan voldeden.

De grote vraag is natuurlijk hoe de Geneefse Conventies van toepassing kunnen zijn zonder van krijgsgevangenen te spreken. Toch is dat laatste niet zo vreemd. De conventies hebben ook betrekking op burgers en milities. De Amerikanen wijzen er op dat de Talibaan vaak geen uniform droegen. Dat is oorlogsrechtelijk gezien van oudsher verdacht. Een praktische overweging is dat het ondervragen van echte krijgsgevangenen aan strikte beperkingen is onderworpen.

Het probleem is alleen dat de beslissing of iemand zich ten onrechte beroept op de status van krijgsgevangene (of combattant) niet toekomt aan een bestuurlijke autoriteit, zoals een minister of president, maar aan een ,,bevoegd tribunaal''. Dat kan een krijgsraad zijn, maar zeker de Al-Qaeda-strijders lijken eerder bestemd voor de zogeheten militaire commissies die Bush in petto heeft voor internationale terroristen. Het is de vraag of deze wel aan de basiseisen van behoorlijke rechtspraak voldoen.

Ook hier lijkt het Witte Huis de scherpste kantjes te willen afslijpen van de oorspronkelijke draconische plannen, zo signaleerde een burgerrechtenadvocaat vorige maand op een conferentie in Dublin over mensenrechten na de elfde september. Tot dusver blijft het echter bij ,,vage beloften''.

Vaag is zeker de dubbele boodschap van president Bush. Illegale combattanten kunnen, anders dan krijgsgevangenen, worden veroordeeld voor het simpele feit dat zij deelnemen aan krijgshandelingen. Dan zijn het dus criminele verdachten met alle rechten van dien. In Washington heet het echter dat Guantánamo Bay buiten bereik van de Amerikaanse rechter valt, zo weet de BBC te melden. En dat geldt ook voor de ,,kippenhokken'' waarin de gedetineerden worden vastgehouden. Zo dreigt ondanks de officiële verzekeringen van een behoorlijke behandeling een gevaarlijke juridische schemerzone te ontstaan.