Genieën onder elkaar

Onbenullige vragen zijn van alle tijden. Noorderlicht had een filmpje van de aankomst van Albert Einstein in New York in 1930. Het genie werd omstuwd door journalisten die hem behandelden als orakel voor alle levensvragen.

Eerste vraag: ,,Wat denkt u van het verbod op het drinken van alcohol, professor?''

Einstein met de guitige blik van iemand die zich in het middelpunt van de aandacht weet en wil meespelen: ,,Ich trinke nicht, also ist mir das gans gleich.''

De journalisten moesten hier hard om lachen. Dat zie je nog steeds bij persconferenties en ik moet toegeven dat ik er zelf ook aan meedoe. Journalisten zijn uit op iets onverwachts, wat dat ook is, en ze willen de prominent zo graag behagen dat ze bij de flauwste grap al onder de tafel liggen. Het doorbreekt de spanning en versterkt de saamhorigheid. Dorre figuren als Kok of Zalm oogsten op deze manier groot succes. Leraren scoren zo bij hun klas, en bazen bij hun werknemers.

De verlegenheid moet bij de aankomst van Einstein wederzijds zijn geweest. De reporters wisten van zichzelf dat ze domme vragen stelden. Ze konden moeilijk over de relativiteitstheorie beginnen, dus waarom niet hoe hij New York vond. ,,Ik ben vooral altijd blij u weer te zien'', was de reactie en weer hard gelach.

Bij zo'n minuutje zwartwitfilm uit 1930 springen de verschillen met nu in het oog. De sterstatus van een Nobelprijswinnaar indertijd. De VPRO zou toen het wetenschapsprogramma Noorderlicht nooit hebben opgeheven. Einstein verstond Engels maar sprak zelf Duits dat dan weer werd vertaald. Duitsland was toen nog wetenschappelijk wereldcentrum, voor Hitler daar een eind aan maakte. Nu zou Einstein Engels hebben gesproken en allang in Amerika hebben gewoond. Journalisten stelden vragen over zaken waar Einstein niets van wist omdat ze zelf niets wisten van zijn specialisme en zo werd hij publiek intellectueel. Dat gebeurt nu ook nog wel.

Het Einsteinfilmpje was onderdeel van een herhaald interview uit 1994 door Simon Rozendaal met de onlangs overleden natuurkundige Abraham Pais, die Einstein en de kernfysicus Niels Bohr persoonlijk heeft gekend en biografieën van hen schreef. ,,Als Einstein God was, dan was Bohr Mozes'', zei hij. Hij werkte ook aan het prestigieuze Institute for Advanced Studies in Princeton. Pais kon eenvoudig uitleggen waar het meningsverschil tussen Bohr en Einstein over de quantummechanica uit bestond. Einstein zat hier fout. ,,Ze praatten langs elkaar heen'', zei Pais. ,,Met groot respect en affectie, maar ze luisterden niet naar elkaar, eigenlijk.''

Menselijk gesproken moet het niet altijd gemakkelijk zijn in het Princeton-instituut. Ik denk nu even aan de knappe koppen die botsen over een scheurtje in de kernreactor van Petten.

Bohr keek naar zijn voeten als hij luisterde en zei niets. ,,Oh, dat is heel interessant'', betekende bij hem: ,,Ik geloof er niks van.''

Geen wonder dat er nog druk wordt gespeculeerd over het bezoek van de Duitse kerngeleerde Heisenberg aan zijn oude Deense vriend Bohr in 1941. Het ging over de Duitse kernbom. Heisenberg zou volgens zijn eigen lezing toen aan Bohr hebben gezegd dat hij die bom juist probeerde te saboteren. Maar onlangs zijn nooit verzonden boze brieven van Bohr aan Heisenberg geopenbaard, waaruit zou blijken dat Heisenberg tegen Bohr had gezegd dat Denemarken beter kon meedoen met Duitsland omdat Heisenberg aan een Duitse kernbom werkte. Netwerk volgde de directeur van het Duitse Heisenberg instituut, Rechenbecher, naar Kopenhagen. Ook na lezing van de brieven van Bohr was hij er nog steeds van overtuigd dat Heisenberg de ontwikkeling van de bom saboteerde. Pikant was dat bij dat gesprek met Bohr de prominente natuurkundige Carl von Weiszäcker aanwezig was, de broer van de voormalige president. Von Weiszäcker heeft zich met Heisenberg na de oorlog ontwikkeld tot vredesbeweger, nog vromer dan Mient-Jan Faber. Boetedoening? Geen onbenullige politieke kwestie voor een genie.