`Fortuyn heeft ons program gejat'

Uiterst beschaafd was D66 al, en acht jaar paars heeft de partij die dit weekeinde congresseert ook nog eens klein gemaakt. Radicale politieke vernieuwing lijkt door Leefbaar Nederland definitief een rechts thema geworden.

De grootste crisis in de geschiedenis van D66 zijn ze niet, de zes zetels waarmee – als de peilingen kloppen – de `sociaal-liberale' partij, na acht jaar regeringsverantwoordelijkheid na 15 mei in de Kamer zal terugkeren. Na de verkiezingen in 1972 had D66 er ook zes, en in 1982 weer.

Toen leidden dergelijke resultaten tot veel gewetensonderzoek in de partij, tot oproer en voorstellen tot opheffing: was de pretentie waarmee D66 ooit was opgericht, een bijl aan de wortel van het gezapige Nederlandse politieke systeem te zijn en een heraut van radicale democratisering, eigenlijk nog wel haalbaar? Konden we de zaak niet net zo goed opheffen?

Anno 2002 ontbreken zulke existentiële twijfels, zo bleek toen de partij onlangs in Den Haag de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen presenteerde, zoals gewoonlijk door een schriftelijke stemming door de leden vastgesteld. Opblazen en radicalisering lijken als thema's door het rechtse Leefbaar Nederland te zijn geannexeerd.

`Maak het verschil', luidt de door lijsttrekker Thom de Graaf feestelijk onthulde verkiezingsleus, waarvoor de partij talrijke verworvenheden uit het recente verleden kan aanvoeren: de centrale rol van D66 bij het totstandkomen van de euthanasiewet, het homohuwelijk, het consultatief correctief wetgevingsreferendum, het burgemeestersreferendum.

En natuurlijk kan men wijzen op de makelaarsrol die D66 de afgelopen acht jaar heeft vervuld in paars, het historisch samengaan van PvdA en VVD in één regering, met uitsluiting van de christen-democraten. Heel trots is het huidige D66 daarop. Alleen: anders dan in 1998 is voortzetting van paars voor de makelaar geen verkiezingsthema meer.

Evenmin als voor PvdA en VVD trouwens, die hun junior partner in het kabinet de afgelopen jaren als quantité négligeable zijn gaan beschouwen en die daarin, nu de verkiezingsstrijd langzaam op temperatuur komt, volharden. Wie Melkert of Dijkstal om commentaar op een uitspraak van D66 De Graaf vraagt, oogst slechts een opgetrokken wenkbrauw.

Waaruit bestaat `het verschil' dat D66 op 15 mei wil maken? Het uitspreken van een duidelijke voorkeur voor een linkse coalitie bijvoorbeeld, zoals in de beginjaren van de partij? Veel te vroeg, oordeelt de partijtop. Eerst eens kijken of de VVD, onder druk van Leefbaar Nederland, niet alsnog naar rechts rukt, zodat er voor D66 meer speelruimte ontstaat. De verleiding om `een CDA zonder God' te zijn, een centrumpartij die naar believen met iedereen kan samenwerken, of in de oppositie gaan, is in D66 nimmer officieel tot doctrine verheven. Maar in de praktijk komt het er wel een beetje op neer – al blijft het CDA, naar zich laat aanzien, beduidend groter.

Want de regeringsdeelname is D66, electoraal gezien, altijd slecht bekomen: als D66 nu inderdaad zes zetels zou krijgen, is dat een kwart van de fractie die in 1994 aan paars begon. Een principiële uitspraak voor een paar jaren oppositie is echter in het openbaar noch binnenskamers aan de orde. Daar is D66 een veel te beschaafde, van verantwoordelijkheidsbesef vervulde partij voor.

Hoe beschaafd blijkt ook uit de kandidatenlijst. De leden hebben de aarzelende poging van de kandidatuur-commissie, onder leiding van ex-minister Wijers, om wat nieuwelingen in het Haagse hoog op de lijst te zetten, gecorrigeerd ten gunste van zittende Kamerleden. De lijst kent slechts één zittende bewindsman, Roger van Boxtel (Grotestedenbeleid, ICT, Integratie). Diens light ministerschap, zonder eigen ministerie of ambtenaren, is in het verkiezingsprogramma verheven tot iets nastrevenswaardigs: een soepeler organisatie van kabinetten.

De hoogste nieuwkomer in de Haagse politiek staat op zeven: de organisatieadviseuse in de gezondheidszorg Vivien van Geen. Hoe weinig dogmatisch D66 bij de selectie van kandidaten te werk is gegaan, blijkt uit nummer negen: Hein Westerouen van Meeteren was niet alleen in 1994 lijsttrekker van de partij De Groenen, maar ook vorig jaar nog actief op het oprichtingscongres van Leefbaar Nederland, waar hij protesteerde tegen het uitsluiten van een ex-Centrum-Democraat. Overtuigingen uit het verleden, betoogde Westerouen toen, mogen niet tegen iemand worden gebruikt.

De opmars van Leefbaar Nederland in de peilingen, wordt ook in D66-kring met argusogen bezien. ,,Leefbaar Nederland heeft ons programma voor staatkundige vernieuwing gejat'', heet het schamper. De gekozen minister-president bijvoorbeeld. Het logisch vervolg op dit verwijt lijkt, dat D66 voor zichzelf een bijzondere opdracht ziet in de bestrijding van Fortuyn c.s. In de Volkskrant van vandaag protesteert De Graaf dan ook beschaafd tegen de `vergroving' van het politieke debat die, zegt hij, met Fortuyn in Nederland zijn intrede heeft gedaan. Het streven om het Nederlands politiek systeem `op te blazen', zoals D66 zich bij zijn oprichting ten doel stelde, lijkt inmiddels definitief een rechts privilege geworden.