De vaders van het lam

Dolly heeft jicht, zo luidden de laatste berichten rond het wereldberoemde kloonschaap. Dit laatste nieuws over het ruim vijf jaar oude dier kwam te laat om nog te worden meegenomen in De tweede schepping, een indringend en vaak persoonlijk relaas van de twee Schotse wetenschappers die aan de wieg van Dolly stonden. Of de gezondheidsklachten van Dolly iets te maken hebben met het klonen, is overigens nog niet duidelijk. Vaststaat wel dat de techniek van het klonen nog lang niet perfect is. Voor het experiment waaruit Dolly voortkwam waren 277 embryo's nodig.

In het verhaal dat zeer toegankelijk is opgetekend door wetenschapsjournalist Colin Tudge, komen Ian Wilmut en Keith Campbell van het Roslin Instituut beurtelings aan het woord. Vooral Wilmut is daarbij openhartig over zijn gevoelens, zoals rond de geboorte van Dolly. `Ik geloof dat ik me die zomer zowel opgetogen als angstig voelde. Angstig dat we er niet in zouden slagen een lam als Dolly voort te brengen, en tegelijk bevreesd dat we er wel in zouden slagen.' Wilmut voorzag dat Dolly – als eerste zoogdier dat gekloond was uit een volwassen lichaamscel veel indruk zou maken. `Maar niemand had de enorme ophef kunnen voorspellen en ook niet hoe hectisch ons leven zou worden.'

De tweede schepping geeft een nauwkeurig beeld van de omstandigheden waaronder Dolly tot stand kwam. Het Roslin Instituut experimenteerde samen met het bedrijf PPL met het klonen van schapen in een onderzoeksprogramma dat de genetische manipulatie van dieren moest vereenvoudigen. Dat verliep niet precies zoals men tevoren had gedacht. Zo onthult het boek dat de creatie van een volwassen kloon eigenlijk min of meer op toeval berustte. De wetenschappers waren van plan schapenklonen te maken van embryonale cellen, maar toen een van de cellijnen die zij daarvoor bestemd hadden onbruikbaar bleek, namen zij hun toevlucht tot een toevallig voorradige celkweek van melkkliercellen, afkomstig van een volwassen schaap.

Dolly bleek uiteindelijk niet meer een zijlijn van het onderzoek naar een praktische toepassing, want embryonale en foetale cellen zijn veel makkelijker te hanteren dan volwassen cellen. Niettemin bracht haar geboorte een aardverschuiving teweeg, in de wetenschap, maar vooral ook in de maatschappij.

Wilmut is zich ervan bewust dat met de creatie van Dolly een grens is overschreden. `Iedereen heeft van meet af aan begrepen dat als er schapen gekloond kunnen worden, het klonen van mensen in principe ook mogelijk moet zijn. Keith en ik zien dit als een kwalijk zijspoor: het is in medisch opzicht overbodig en als fenomeen nogal weerzinwekkend. Het klonen van mensen staat nu op de lijst van dingen die in de toekomst wellicht mogelijk zullen zijn, en daar hebben wij meer dan wie ook aan meegewerkt. Daar zijn we niet blij mee, maar het is nu eenmaal zo, en zolang onze beschaving duurt zal het niet meer veranderen.'

Ian Wilmut, Keith Campbell en Colin Tudge: De tweede schepping. Het schaap Dolly en het tijdperk van de biotechnologie. De Arbeiderspers, 393 blz. E28,95