De infotainment-klasse

De krant heeft het weer moeilijk. Niet deze krant, maar de krant in het algemeen. Toen de televisie kwam, kreeg de krant het ook moeilijk. Het was in de tijd dat kinderen wier ouders al een apparaat hadden, hun vriendjes uitnodigden om naar het testbeeld te komen kijken. Wat is een testbeeld, zult u misschien vragen. Dat is een prachtig, ingewikkeld lijnencomplex, een beeld dat je zou kunnen inlijsten, aan de muur hangen als een stukje abstracte grafiek. Degene die de televisie bediende, ging aan de knoppen zitten. Als alle lijnen scherp waren, was het in orde. De weg naar Fabeltjesland lag open. Meneer Den Uil bracht je daar, opende die ingewikkelde wereld, en besloot: `Dat staat allemaal in de krant, van Fabeltjesland' (bis).

Toen kregen de echte kranten het nog moeilijker. De STER kwam. De regering vond dat de dagbladen aan die commercie geen deel mochten hebben, en zo zagen ze grote delen van de reclamebudgetten verdwijnen in de `Ster-pot'. Met het geld werden andere nuttige dingen gedaan. Weer overleefden de dagbladen de crisis. Wel gingen sommige failliet, andere fuseerden, maar de totale oplage bleef stijgen.

Nu is het opnieuw crisis. Recessie, minder advertenties, alle kosten stijgen, nog meer ellende, het oude liedje. Maar er komt iets bij. De wereld is nog ingewikkelder geworden, de nieuwste gevaren dreigen, we zijn behalve door gevaarlijke gekken (zoals W.F.Hermans al voorzag) ook omrningd door de bekwaamste oplichters. Er is een overkill aan informatie, terwijl steeds meer mensen eigenlijk alleen lol willen trappen. De pers bevindt zich meer dan ooit tussen twee vuren. Wat doen we eraan.

Le Monde denkt er iets op te hebben gevonden. Dit jaar is het aantal pagina's flink uitgebreid, niet om er grote foto's maar meer woorden op af te drukken. Er staan wel een paar plaatjes op de voorpagina, zelfs in kleur, en een overzicht van wat je binnenin kunt vinden, maar de rest is voor het grootste deel om te lezen. Van alle grote dagbladen heeft Le Monde het duidelijkst gekozen. In Het Parool van 5 februari wijdt H.W. Sandberg, oud-hoofdredacteur van die krant, er een kritisch commentaar aan. `Het aanbod werd breder en uitvoeriger, maar aan de grauwe presentatie is niets veranderd. In strijd met de traditie wordt af en toe een heel bescheiden nieuwsfotootje toegelaten, maar het is vooral meer van hetzelfde.' Evemnin lijkt het hem een goed idee om de vrijdag- en zaterdagkranten te voorzien `van breed uitgeschreven teksten die over weinig of niets gaan.' Zijn conclusie is, dat `in de complexer wordende wereld de kranten compacter, doorzichtiger en scherper in de selectie moeten worden.`

Het klinkt goed - maar ben ik het ermee eens? Om niet bij Le Monde en mijn lievelingskranten, de International Herald Tribune en The New York Times te blijven (de krant die u nu leest valt buiten mededinging), heb ik een andere gekozen, een krant die het goed doet op de markt en die ik inpik als iemand hem in de trein heeft laten liggen: de Financial Times. Van vakblad voor de geldmensen heeft die zich veralgemeend tot een politiek-literair-economisch dagblad, met een maandelijks kleurenmagazine waarvan de titel niet om de inhoud heendraait: How to spend it. Een prachtige krant, kundig gekozen nieuws, stevige opinies, goed geschreven verhalen, en ook het een en ander waarvan ik aanneem dat mensen die iets uit te geven hebben, mee geholpen zijn. En dan een paar enorme tekeningen, die op kleiner formaat even mooi zouden zijn, zodat de rest door de talenten van de schrijvende redactie kon worden gebruikt.

De serieuze dagbladpers voelt zich in deze kentering van de tijd gedwongen, een keuze te maken. Een compacte krant, zoals Sandberg die bedoelt, bestaat nog niet. Le Monde kiest voor de onversierde informatie. Ik hoop dat hij het redt. Andere kranten die een serieus en leesbaar verleden hebben, de Londense Times bijvoorbeeld, kunnen de neiging om zich aan allerlei wezenloosheid te verslingeren, niet weerstaan. Het vrije dagblad, geloof ik nog altijd, is het onovertroffen orgaan van de democratische verlichting. Daar kunnen geen televisie of internet tegenop. Zonder dit dagblad groeit de infotainment-klasse, die al het nieuws geparfumeerd wil hebben, met een lintje eromheen. Het nieuws uit de echter wereld blijft bestaan uit grauwe informatie.