De Grote Renata

Renata Tebaldi is de geschiedenis ingegaan als de zangeres die voortdurend overhoop lag met Maria Callas. Maar ze had ook een schitterende stem.

Zelfs nu Renata Tebaldi vorige week tachtig is geworden, moeten we bij die verjaardag toch eerst denken aan Maria Callas. Zelfs na vijftig jaar is de herinnering aan de legendarische rivaliteit tussen Callas en Tebaldi nog steeds meer dan een lachwekkende opera-anekdote over capricieuze diva's, sensatiebeluste paparazzi en opgewonden operaliefhebbers.

In de Scala van Milaan werden de logeplaatsen naast de toneellijst niet meer verkocht, om de sopranen te beschermen tegen hun tegenstanders in het publiek, die met van alles gooiden.

De controverse Callas-Tebaldi die in het begin van de jaren vijftig haar hoogtepunt bereikte, is exemplarisch voor haaks op elkaar staande opvattingen over opera, drama, zingen en het vertolken van rollen. Daarom is het belang van die sopranenstrijd niet vervaagd en is die, ook nu de regisseurs de macht in de opera hebben overgenomen, nog steeds actueel. De affaire herinnert immers aan de tijd dat de zanger zelf de hoofdrol had in de opera.

De ware Tebaldi-fan ervaart het automatisch met elkaar verbinden van haar naam met die van Callas als ongepast, maar juist de strijd met Callas heeft de betekenis van Tebaldi versterkt en verschafte haar in de operageschiedenis een historische rol. Haar naam kreeg iets extra's boven die van andere zeer goede sopranen als Renata Scotto en Mirella Freni, zelfs boven die van veel `callassiaansere' sopranen als Magda Olivero en Anita Cerquetti. Naar de opnamen van Tebaldi – platenmaatschappij Decca komt ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag met de dubbel-cd The Great Renata Tebaldi – luisteren we geïnteresseerder en bewuster dan naar die van haar tijdgenoten en opvolgsters.

De affaire tussen Tebaldi en Callas dateert uit de tijd dat opera in Italië nog kon uitgroeien tot een oorlog met repercussies in de hele muziekwereld. Het was ook de tijd dat sopranen veel belangrijker waren dan tenoren. De drie tenoren van nu zouden slechts slappe bijrolletjes verdienen in de opera Callas contra Tebaldi. Mooi voor dat sopranendrama is het dat Tebaldi en Callas aanvankelijk hartelijke collegiale relaties onderhielden. Zo complimenteerde Tebaldi in december 1947 Callas met haar vertolking van Isolde: ,,Als ik zo'n uitputtende rol had moeten zingen, zouden ze me met een lepel van het podium hebben moeten schrapen.''

Rijp voor een gevoelige slotscène van een operalibretto was het dat Tebaldi na de plotselinge dood van Callas op 16 september 1977 alle onmin uit het verleden terzijde schoof. Ze betoogde dat de tegenstellingen vooral verzinsels van de media waren geweest en schromelijk overtrokken reacties van hun fans.

Tebaldi sprak bij herdenkingen en in interviews alleen nog maar met groot respect over haar collega, wier laatste jaren zo tragisch waren geweest, toen ze haar stem kwijt was en haar minnaar Onassis haar had ingeruild voor Jackie Kennedy. Tebaldi en Callas laten elkaar echter ook nu nog niet los. Met de herdenking van Callas' 25ste sterfdag en Tebaldi's 80ste verjaardag is het jaar 2002 aanleiding voor een hernieuwde vergelijking tussen de twee sopranen.

Plomp

Tebaldi en Callas hadden elkaar in de zomer van 1947 voor het eerst kunnen ontmoeten tijdens een receptie in Verona, waar beiden in de Arena optraden. Maar ze spraken elkaar daar niet. Callas maakte in de Arena wel furore, maar ze was met haar destijds plompe gestalte en haar ongewone timbre nog maar net begonnen aan een carrière. De bijna twee jaar oudere Tebaldi was al een gevestigde ster. Ze was in 1944 gedebuteerd en had in 1946 gezongen op de avond dat de herbouwde Scala van Milaan werd heropend met een concert, gedirigeerd door Arturo Toscanini.

Tebaldi kondigde daarmee voor Italië een nieuw tijdperk aan. De tijd van het fascisme en de herinnering aan de verwoesting van het meest fameuze operatheater ter wereld werden weggezongen door een frisse 24-jarige sopraan met een prachtige stem. In haar vroege jeugd had ze kinderverlamming overwonnen en haar stem had ze pas ontwikkeld tijdens een opleiding tot pianiste.

Tebaldi werd onmiddellijk de grote ster van de Scala. Bijna tegelijkertijd verdween bijna de hele oudere garde der Italiaanse sopranen, ook de topsopranen Maria Caniglia en Gina Cigna. Caniglia had haar stem geruïneerd. Cigna kreeg onderweg naar een voorstelling in Vicenza bij een auto-ongeluk een hartaanval. Met ijzeren plichtsbesef was ze dezelfde avond toch nog opgetreden in de titelrol van Tosca. Het was, na een slechts 20-jarige carrière, ook de laatste keer dat Cigna zong.

Voor Tebaldi en Callas waren er bij zo'n gebrek aan concurrentie overal optredens en rollen te over en ze raakten bevriend. Tebaldi applaudisseerde enthousiast voor Callas' Aida en volgens Callas waren ze zelfs hartsvriendinnen. ,,We zagen elkaar vaak en wisselden adviezen uit over kleren, kapsels en repertoire.''

Maar zo gauw Tebaldi en Callas beiden aan de top stonden, waren ze alleen nog concurrenten. Callas trad in 1950 voor het eerst op in de Scala, toen ze de niet gedisponeerde Tebaldi verving bij een gala-voorstellling van Aida. Scala-intendant Antonio Ghiringhelli, een groot bewonderaar van Tebaldi, negeerde Callas na afloop, maar uiteindelijk kon Ghiringhelli niet meer om Callas heen. Dirigenten en publiek kregen hun zin en Callas nam de positie van Tebaldi definitief over.

De rivaliteit met Callas heeft het imago van Tebaldi onrecht aangedaan. Wie nu naar The Great Renata Tebaldi luistert, hoort een sopraan met een vaak opvallend gevoel voor dramatiek, zoals in Ritorna vincitor uit Aida en Pace, pace, mio Dio! uit La forza del destino. Daarin is Tebaldi zeker de meerdere van Joan Sutherland, al kan ze zich puur technisch en vocaal in coloraturen en in breed uitwaaierende passages niet met haar meten.

Wanhoop

Esthetiek stond bij Tebaldi voorop en daarmee kon ze opmerkelijke dramatische resultaten behalen. Een voorbeeld daarvan is Un bel di vedremo uit Madama Butterfly, die helaas ontbreekt op The Great Renata Tebaldi. De hoop en wanhoop van Butterfly zijn twee kanten van dat personage, ze vloeien ook hoorbaar uit elkaar voort. De wanhoop klinkt met hetzelfde fraaie stemgeluid als haar hoop, maar naarmate Tebaldi intenser zingt, wordt ze dramatischer, tragischer.

Bij Callas ging het niet om esthetiek, ze heeft nooit een mooie noot gezongen alleen maar om het mooie. Bij Callas was elke noot alleen maar terzake, alles draaide om expressie, interpretatie, drama. Ze was als het ware haar eigen regisseur: gebaar, mimiek en zingen liet ze samenvallen tot een uitbeelding van het karakter van het personage wier rol ze vertolkte.

Maar ook bij Tebaldi was er een eenheid van zingen en roluitbeelding. Volgens de tenor Giacomo Lauri-Volpi leek Tebaldi ,,haar eigen persoonlijkheid op te lossen in haar personages, zoals suiker water verzoet zonder een zichtbaar spoor achter te laten.'' Bij de zachtaardige Tebaldi was de dramatiek van haar fraaie vertolkingen bitter-zoet waar bij Callas het effect peperscherp was.

Uiteindelijk is de controverse tussen Tebaldi en Callas verdwenen in de lucht die trilde als Tebaldi zong en zinderde als Callas haar mond opende. Het beste compliment dat men Tebaldi achteraf kan maken is dat ze zich lang kon handhaven naast Callas, een uniek fenomeen in de operageschiedenis. En als er nu een tweede Tebaldi op het operapodium zou verschijnen, zou ze onmiddellijk worden uitgeroepen tot een wereldster.

The Great Renata Tebaldi: Decca 470280-2 (2 cd)