`Bommetje niet tegen prins'

De man die tijdens het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima een `bommetje' heeft gegooid naar de gouden koets, heeft gisteren in een anonieme persverklaring zijn daad toegelicht.

De man spreekt over het projectiel als ,,een zakje met witkleurig water'' en over zichzelf als ,,de witte waterwerper''. Het symbolische `bommetje' was volgens hem niet gericht tegen de personen die in de gouden koets zaten, maar tegen het instituut dat door de gouden koets wordt vertegenwoordigd. ,,Het (bommetje, red.) liet zien dat deze gouden pracht en praal bevlekt is'', aldus de `waterwerper'. Hij noemt zijn daad ,,volstrekt onschuldig'' en symbolisch voor ,,de vrijheid van meningsuiting, die hier met voeten werd getreden door de manier waarop de overkill aan leger en politie optrad, tegen al even onschuldige spandoeken, borden en mensen.''

De man verwijst naar de zijns inziens ,,buitenproportionele aantasting van artikel 1 van de Grondwet'' en schrijft: ,,In Nederland is iedereen gelijk, maar de Oranjes staan daarboven.''

Hij meent dat het koningshuis ,,onschendbaarheid en andere privileges'' meekrijgt ,,waar een ander slechts van droomt.'' Retorisch vraagt hij zich af: ,,Krijgen onze geliefden uit het buitenland zo rap een verblijfsvergunning?''

Volgens de waterwerper wrijft de trouwpartij ,,zout in de open wonden van de slachtoffers van het Videla-regime'' en is het een ,,trap na voor de dwaze moeders, met wie dit water (dat dezelfde kleur had als hun hoofddoekjes, red.) zich solidair verklaart''. De man zegt ,,om deze en al die andere vlekken op de monarchie'' de behoefte te hebben gevoeld met zijn ,,kinderlijk eenvoudige vorm van watermanagement'' het een en ander in beeld te brengen.

De man werd op 2 februari meteen na zijn actie opgepakt en is op 5 februari op vrije voeten gesteld. Hij blijft verdacht van belediging van de vermoedelijke opvolger van de koningin en diens echtgenote, en van vernieling van de gouden koets, zegt persofficier M.Bloos van het parket Amsterdam. De maximale straf voor de vergrijpen is respectievelijk vier en twee jaar celstraf. ,,Definitief onderzoek moet uitwijzen wat de samenstelling van de verfbom is. Het eerste onderzoek wijst op latex'', aldus de officier.