Bijbel blijft binnen

De samenstelling van het Internationaal Commentaar op de Bijbel moet voor de Nederlandse redactie een heidens karwei zijn geweest. De beide delen beslaan zo'n 2300 pagina's, en het aantal auteurs dat meewerkt is meer dan 120 (één hebben ze vergeten op te nemen in de lijst). Dat je zoveel kikkers in één kruiwagen houdt, is een prestatie op zichzelf. De grote variatie in bijdragen zat er vanaf het begin trouwens al in. Het boek is opgezet als een Engelstalig rooms-katholiek bijbelcommentaar, vervolgens mochten ook auteurs van andere komaf meedoen. Maar omdat `oecumenisch' in de rooms-katholieke wereld een brug te ver is, werd de term vervangen door `internationaal'. De Nederlandse editie doet nog meer water bij de wijn: auteurs uit ons eigen land werden uitgenodigd mee te doen, en zo werd het toch nog oecumenisch. Hoewel? Het is door de bank genomen toch wel erg katholiek gebleven. Een aantal Nederlandse bijdragen, en aanvullingen op de literatuurlijst aan het slot van een bijdrage kunnen ook nog wat goed maken. De meeste andere auteurs zijn in ons land onbekend.

Wat staat erin? Allereerst een aantal meer algemene opstellen, bij wijze van introductie, zij het dat die tezamen al ruim 370 pagina's beslaan. De bijdrage van Levoratti (hoogleraar aan een Groot Seminarie in Argentinië) over de bijbel als Woord van God staat niet voor niets helemaal aan het begin, ze bedoelt de toon te zetten voor het geheel. Daar is niets op tegen, maar een bijbelopvatting bepaalt nu eenmaal voor een groot deel wat iemand erin leest. De meeste auteurs vinden zonder veel problemen de leer van de (katholieke) kerk in een bijbelboek terug, gaan expliciet uit van het geloof (`wij zien hier het mysterie van de eucharistie') of laten de uitleg uitmonden in een opwekking tot geloof. Niet dat de bijbel daarvoor niet gebruikt mag worden, maar wiens geloof moet dan de basis zijn voor uitleg, welke kerk mag het zeggen? In reformatorische kringen gold daarom de regel dat de vrijheid van de bijbel de enige garantie was voor de vrijheid van een christenmens. Je zoekt dan al gauw naar een proef op de som: is Jezus uit een maagd geboren, en bleef Maria altijd maagd? En ja hoor, dat staat keurig in een kadertje: als er sprake is van `broers' van Jezus dan bedoelt de tekst `familie'.

De bijbelboeken worden per stuk besproken, volgens een vast schema: eerst een `Eerste oriëntatie', en daarna de uitleg. Die gaat per tekstgedeelte, en de ene keer verheldert dat meer dan de andere. De `inleiding' op Paulus' brief aan de Romeinen is voortreffelijk en kun je een wetenschappelijke tekstanalyse noemen. Voor het evangelie van Marcus geldt hetzelfde. Terwijl het commentaar op het evangelie van Johannes weer lijdt aan de hartelijke, bijna naïeve vroomheid waarmee de lezer wordt voorgehouden dat Jezus echt Gods Zoon is, als het ware `de genen van God heeft'. Het commentaar op het evangelie van Lucas doet het zoals het het meest wenselijk is: we krijgen de overtuiging van Lucas te horen, en niet de overtuiging van zijn exegeet.

Het Oude Testament is veel lezers onbekend. Wie er weinig van weet, kan het commentaar als een goede inleiding op elk van de boeken gebruiken. Niettemin wordt het spitwerk niet vergeten, de Pentateuch wordt keurig uiteengerafeld, de drie Jesaja's uit elkaar gehouden. Ik ben over dat deel van het werk nog het meest te spreken, het zal wel komen omdat het dogma daar de uitlegger niet in de weg zit. Behalve dan weer in die zin dat het Oude Testament pas zijn vervulling vindt in het Nieuwe. Dat is weer helemaal de kerk aan het woord.

Een gebruiksvriendelijk boek. De heldere indeling, de ruime informatie annex overzichten, werken daaraan mee. Als mijn oordeel niet onverdeeld gunstig is, komt dat niet voort uit gebrek aan respect voor de prestatie. Wat hindert is, dat sommige auteurs, met name in Latijns-Amerika `in een homogeen katholiek klimaat leven en daar hun theologie beoefenen' (citaat uit de proloog) Ze zijn nooit buiten de deur geweest. Dat wreekt zich.

Erik Eynikel e.a. (red.): Internationaal Commentaar op de Bijbel. Twee delen. Kok/Averbode. 2250 blz. E133,87