Betere bescherming voor beleggers

Steeds meer `gedupeerde' beleggers vinden hun weg naar de klachtencommissie van het Dutch Securities Institute. Beheerders van vermogens die met pensioengelden beleggen zijn gewaarschuwd: voorzichtigheid is geboden.

Ze zijn vermogend en geliefd bij de vermogensbeheerder. De directeuren-grootaandeelhouder (dga) die net hun zaak hebben verkocht. Nederland heeft er genoeg, voor zover ze nog niet verkast zijn naar Brasschaat, belastingparadijs te België. Hun oudedagsvoorziening zit vaak in een pensioen-bv. Aan de vermogensbeheerder de taak het geld te laten groeien om de toekomstige pensioenuitkeringen veilig te stellen.

Dat gaat niet altijd goed, zo blijkt uit uitspraken van de klachtencommissie van het Dutch Securities Institute (DSI), het keurmerkinstituut van de effectensector. In een uitspraak van eind 2001 heeft de klachtencommissie bepaald dat een vermogensbeheerder niet risicovol mag beleggen als het om pensioengelden gaat. De klager was een directeur-grootaandeelhouder, die het vermogen van zijn pensioen-bv had ondergebracht bij een vermogensbeheerder. In het betrokken dossier had de cliënt zelf geen bezwaar tegen risicovol beleggen. Zijn vermogensbeheerder stapte onder meer in opties, een strategie die na een jaar uitmondde in een verlies. De klachtencommissie vond deze aanpak ontoelaatbaar. De vermogensbeheerder had nooit het pensioen in de waagschaal mogen stellen, zo luidde het oordeel.

,,De zorgplicht van een bank of effectenkantoor gaat zwaarder wegen wanneer er pensioengelden in het geding zijn'', zegt N. de Haas, secretaris van de klachtencommissie. Bij zorgplicht staat de verantwoordelijkheid van de vermogensbeheerder centraal en draait het om de vraag: waar ligt de grens en begint de verantwoordelijk van de belegger zelf.

In het bovenstaande geval heeft de klachtencommissie een duidelijke streep getrokken. De vermogensbeheerder had de pensioenverplichtingen van zijn cliënt nooit uit het oog mogen verliezen. En op basis van de pensioen- en spaarfondsenwet behoort de bank een voorzichtig, solide beleggingsbeleid te voeren. Beleg liever in obligaties en voor een klein gedeelte in aandelen, zo luidt het advies van de klachtencommissie in de uitspraak.

,,In het verleden kon het uitmaken voor de uitspraak indien de belegger geen problemen had met een risicovol beleggingsbeleid en op de hoogte was van de aanpak van de vermogensbeheerder. Dan was het de klant zijn eigen schuld dat er verlies was geleden. Met deze uitspraak is dat veranderd. Ook al is de cliënt op de hoogte van de beleggingsstrategie, de verantwoordelijkheid ligt bij de vermogensbeheerder'', zegt advocaat W. Schonewille van het Haagse kantoor Barents & Krans.

Volgens De Haas van de klachtencommissie is hier ook het principe `ken je cliënt'- van belang. In 1999 is in de Nadere Regeling van de Wet Toezicht Effectenverkeer het know your customer-principe ingevoerd. De banken zijn sindsdien verplicht eerst uitvoerig met hun klanten te praten voordat ze een vermogensbeheerrelatie aangaan.

Hoe ziet de financiële positie van hun klanten er uit? Hebben ze ervaring met beleggen? Wat is de doelstelling van het beleggen? Wat voor rendement hebben de cliënten voor ogen? Dat soort vragen passeren dan de revue. ,,Je moet goed op de hoogte zijn van de beleggingsdoelstellingen van je klanten'', zegt De Haas.

De klachtencommissie is wat dat betreft helder. Als een cliënt aandringt op een bepaald beleggingsbeleid, dat niet past bij de pensioendoelstellingen, dan moet de vermogensbeheerder gewoon de opdracht teruggeven. Niet zo commercieel, maar wel voorzichtig.