Afval

Wat voor de een vooruitgang is, is voor de ander slecht nieuws. Ik zal me nader verklaren.

Een inwoner van Almere vertelde me enthousiast over de vuilnisophaal in zijn pas opgeleverde nieuwbouwwijk. Het klonk zó overtuigend dat ik ook begon te verlangen naar zo'n schone, overzichtelijke nieuwbouwwijk in Almere, waar je niet, zoals in Amsterdam, uitglijdt over het braaksel van cafégangers uit Almere en andere oorden.

Wat bleek het geval? In vrijwel elke straat, dus altijd dichtbij je eigen huis, hebben ze in die wijk in Almere containers aangelegd. Het systeem bestaat uit twee afzonderlijke buizen die voor het grootste deel in de grond zitten. Het gedeelte dat boven de grond uitsteekt, is afgesloten met een deksel. In de ene buis kun je je groente-, fruit- en tuinafval kwijt, in de andere buis je `restafval'. De containers zijn uitgerust met een elektronisch slot dat je alleen met een zogenoemde milieupas kunt openen. Zo'n pas is gekoppeld aan iemands woonadres. Er kan dus niemand van buiten de straat zijn rotzooi daar lozen, en zelf hoef je niet ver te lopen om je vuilnis weg te brengen. Je kunt dat bovendien overdag doen op elk moment dat het jou uitkomt.

Vervelend voor de mensen die pal bij zo'n container wonen? Dat zal nog moeten blijken. Er mogen in ieder geval geen huisvuilzakken naast de container worden gezet, en de containers mogen wegens geluidsoverlast niet na 22.00 's avonds en voor 5.00 's ochtends gebruikt worden.

Een probleem heb je alleen als je slordig bent en weer eens je milieupas kwijt bent. ,,Jan, waar heb je die milieupas nou gelaten?'' ,,Zou ik hem misschien bij het fruitafval hebben gedaan?''

Het systeem in varianten ook elders al ingevoerd – klinkt zó goed dat het me niets zou verbazen als het over een poosje overal opduikt. Daarom nu het slechte nieuws voor sommige stadsbewoners. Ik doel dan vooral op het uitdijende legertje van de vuilniswroeters, de beklagenswaardige mensen die bij nacht en ontij de plastic vuilniszakken openpeuteren om te kijken of er iets van hun gading bij is.

Laatst had ik een vreugdeloze ontmoeting met een van hen. Het was donker en het regende. Ik zette mijn vuilniszakken tussen de hondendrollen onder de boom voor mijn huis.

Opeens hoorde ik een schuivend geluid, ik dacht eerst even aan een rat. Maar het was een mens met een capuchon over zijn hoofd. Hij zat over de vuilniszakken gebogen waarvan hij er al enkele had opengepeuterd. Ik groette, hij groette terug.

Toen zei ik: ,,Wilt u ze ook weer goed dichtdoen, want vorige week lagen ze allemaal opengemaakt op straat, zodat alle rommel eruit rolde.''

De man antwoordde in gebroken Nederlands: ,,Niet iedereen is hetzelfde.''

Mijn borst, akelig gezwollen van burgermansfatsoen, kromp ineen. Ik haastte me beschaamd naar binnen. Die man zat daar ook niet voor zijn lol, beet ik mezelf toe. En straks hebben wij, oppassende burgers van Nederland, allemaal milieupasjes zodat er geen arme drommel meer bij machte is om ons ons afval afhandig te maken. Hebben we dat ook weer geregeld.