Het nieuws van 8 februari 2002

Een mutsje wijn op zee

Dit jaar wordt er veel aandacht besteed aan de Verenigde Oostindische Compagnie die 400 jaar geleden werd gesticht. Op de schepen van de VOC, die in de loop der tijd 4700 reizen naar Azië en weer terug, maakten, werden meer dan 100 verschillende soorten goederen vervoerd. Hoge ambtenaren die meevoeren mochten vrouw, kinderen en bedienden meenemen. Het eten dat voor de bemanning werd klaargemaakt was beduidend minder smakelijk dan wat de passagiers kregen. 's Morgens kreeg de bemanning in boter gekookte gort met pruimen om een open lijf te houden. 's Middags werden er grauwe erwten of bonen met gezouten vlees, stokvis of spek gegeten. Per dag had de bemanning recht op een mutsje, 15 centiliter, wijn en een liter bier. Aan boord hield de bottelier toezicht op het uitdelen van eten en drinken. De provoost zorgde voor orde en tucht. Vechten, godslastering, dronkenschap, poepen en plassen waar dat niet was toegestaan kostte de boosdoener enkele maanden gage. Een matroos verdiende aan boord 7 tot 12 gulden per maand. Het salaris werd pas na afloop van het dienstverband uitbetaald. Geen vetpot dus aan bord van de schepen. Lees er Varen om peper en thee van Els M. Jacobs (Walburg Pers) maar op na. Vandaag een recept voor stevige Hollandse kost: aardappels met spek en pruimen. Bereiding: Wel de pruimen enkel uren. Verwijder de pitten. Bak de spekblokjes knapperig. Schep ze uit de pan. Bak de gesnipperde ui in het achtergebleven vet. Snijd de geschilde aardappels in plakjes en kook ze ongeveer 10 minuten. Giet ze af. Smeer een vuurvaste schaal dun met boter in.

Voorkeur Beeldende kunst

Irving Penn

Op hoeveel manieren kan je een sigaret doven: het geheel pletten onder je schoen (met of zonder draaiende beweging); alleen de askegel pletten; de kegel al draaiende tussen de vingers losmaken of het stompje met kracht in de asbak duwen voor een gebochelde peuk. Hele series maakte de Amerikaanse fotograaf Irving Penn ervan rond 1975. Studies in menselijk gedrag zijn het. Al kun je ze, zoals hijzelf deed, ook stillevens noemen. Net als zijn foto's van gevonden voorwerpen: een werkhandschoen, een platgereden papieren drinkbekertje. Vastgelegd tegen een helder witte achtergrond en afgedrukt in alle denkbare tinten grijs zijn het plotseling kleine juweeltjes. Enkele van die sigaretten- en straatvuilfoto's zijn nu te zien in de Rotterdamse Kunsthal. De presentatie van Penn (1917) omvat 90 foto's in kleur en zwart-wit, de vroegste uit 1939, de meest recente uit 2000. Het is een van de drie fotoexposities in de Kunsthal, waar naast Penn en het retrospectief van de Mexicaan Manuel Alvarez Bravo nu een kleine compilatie te zien is van de foto's die Sem Presser in de jaren vijftig maakte van en rond het filmfestival in Cannes. In vergelijking met Penn was Sem Presser maar een rommelkont. Zijn expositie (29 foto's, zwart-wit) toont starlets op het strand en filmsterren als Brigitte Bardot. Bravo's visuele poëzie, Penns gestileerde esthetiek, Pressers anekdotische journalistiek - het is een programmering waar de toekomstige Nederlandse `fotomusea' voorlopig alleen nog maar van kunnen dromen.

Irving Penn: Still Lifes t/m 7 april, Sem Presser: Hier is Cannes t/m 24 maart en Manuel Alvarez Bravo t/m 10 febr in Kunsthal, Museumpark, Rotterdam, di t/m za 10-17u, zo 11-17u.

Mormon City

Vijftien jaar geleden vertrok ze uit Nederland, met haar man. Ze is nu bijna vijftig. Ze zijn verbonden aan de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, de mormonen. Het is hier prachtig, zegt ze in goed Nederlands met licht Amerikaanse toets. Het is hier zowat het paradijs. O, wat is ze gelukkig. Ze kijkt me aan met een twinkeling in haar ogen, alsof ze wil zeggen: je moet hier na de Olympics blijven. Ze praat maar door. En als ze zich even van me heeft verwijderd, draait ze zich om en zwaait ze. Wanneer in het olympisch dorp het Wilhelmus weerklinkt en de Nederlandse driekleur wordt gehesen, kijkt ze zwijgend en devoot omhoog. Ze vouwt haar handen en drukt ze tegen haar gezicht. Ze luistert ademloos naar het Nederlandse volkslied. Wanneer de muziek is opgehouden, sluipt ze weer naar me toe. Ze kijkt me aan en ik zie dat haar mascara is doorgelopen, waardoor er zwarte tranen over haar wangen glijden. Ze wil zich verontschuldigen voor haar getoonde emoties. Dat is niet nodig, probeer ik verlegen met de situatie haar duidelijk te maken. Ze vertelt iets over haar beweegredenen ooit naar Salt Lake City te gaan. De sfeer in de stad van mormonen lokte haar naar hier. Opoffering, maar toch liefde. Maar nu ze vijftien jaar na haar vertrek uit Nederland weer het Wilhelmus hoort, heeft ze gevoelens van heimwee. Ze heeft genoten van de mooie klanken van ons volkslied, zegt ze. Het is als een psalm, het is alsof ze weer gedoopt wordt zo voelt het, zegt ze met betraande ogen. Ze schaamt zich een beetje voor haar ontboezeming, zegt ze. Ik mag het niet verder vertellen.