`Vertrek Van Hove is geen concessie'

Ivo van Hove vertrekt in 2004 als artistiek directeur van het Holland Festival, maar dit is beslist geen afgedwongen concessie aan staatssecretaris F. van der Ploeg (Cultuur) om meer subsidie van hem te krijgen. Van der Ploeg heeft het vertrek van Van Hove nooit als voorwaarde gesteld.

Dit stelt S.J. Noorda, bestuursvoorzitter van het Holland Festival en het wordt bevestigd door een woordvoerder van het ministerie van OC&W. Gisteren werd bekend dat het rijk en de gemeente Amsterdam per volgend jaar de subsidie flink verhogen, van de huidige 1,8 miljoen euro per jaar tot 2,5 miljoen euro per jaar in 2003 en 2004. Vlak daarop werd bekend dat Van Hove in 2004 weg zou gaan. Het vertrek van zakelijk directeur Jacques van Veen is volgens Noorda niet aan de orde.

Noorda: ,,Voor ons is dit geen nieuws. Van Hove heeft bij zijn aantreden in 1998 een contract tot en met 2004 gekregen. Van meet af aan is duidelijk geweest dat we voor een regelmatig wisselend leiderschap zijn, en dat we voor de nieuwe Cultuurnotaperiode 2005-2008 een andere directeur willen. Het enige dat Van der Ploeg in onze gesprekken onlangs heeft gevraagd is: hoe ga je dat dan doen? Toen heb ik gesteld dat we minstens twee jaar van tevoren naar een nieuwe leider willen zoeken, omdat een groot festival als het onze lange-termijnplanning vergt. Wie in 2005 begint, moet zich in 2003 al voorbereiden.'

Van Hove kreeg de afgelopen jaren veel kritiek te verduren. Op zijn best, blijkt uit de kritieken, is het Holland Festival te bleek en gewoon geworden. Toen vorig jaar, na een slepend geldconflict met Van der Ploeg, het bestuur aftrad, pleitten verschillende commentatoren voor opheffing van het festival. Volgens Van Hove kwamen de problemen echter door structureel subsidiegebrek, niet door hem.

Een terugkerende klacht betreft de dubbelfunctie van Van Hove, waardoor hij te weinig tijd en aandacht voor het festival zou hebben. Van Hove was bij zijn aantreden ook artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel. Sinds een jaar is hij directeur van Toneelgroep Amsterdam, een nog zwaardere functie. Volgens Van Hove heeft het festival echter niet een halve maar ánderhalve directeur: hijzelf in deeltijd en zakelijk directeur Jacques van Veen in voltijd.

Als Ivo van Hove (1959) terugtreedt, heeft hij het festival zeven keer georganiseerd, net als zijn voorganger Jan van Vlijmen. Toen de Vlaamse toneelregisseur in 1998 Van Vlijmen opvolgde, sprak deze krant nog ,,vreugde en hoop' uit. De avontuurlijke en getalenteerde Van Hove zou het wat ingeslapen festival weer nieuw elan kunnen geven. Dat deed hij vooral door het traditioneel grote aandeel klassieke – en moderne muziek terug te dringen. In plaats daarvan programmeerde hij vooral theater, zoals overigens ook zijn expliciete opdracht was. Voor zijn laatste twee edities moet hij, zoals gevraagd door Van der Ploeg en diens adviescommissie-Sorgdrager, toch weer meer aandacht besteden aan dans en muziek.