Personeel Petten zucht onder juk directie

Het personeel van de kernreactor in Petten erkent dat de veiligheidscultuur in het bedrijf beter kan. Maar om daarvoor de reactor stil te leggen, gaat hun te ver.

Verontwaardiging onder het personeel van de Nuclear Research and consultancy Group (NRG) in Petten. Waarom heeft directeur Frans Saris van aandeelhouder Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) er bij minister Pronk (VROM) zo krachtig op aangedrongen om de veertig jaar oude kernreactor tijdelijk stil te leggen? Het is bekend dat Saris geen warm voorstander is van nucleair onderzoek en zeker niet van kernenergie. Maar dat is volgens operators en leden van de reactorveiligheidscommissie geen reden om te beweren dat de veiligheid van de reactor niet voor 100 procent viel te garanderen. Ook waarnemend directievoorzitter Wouter Schatborn van NRG zag aanvankelijk geen reden de reactor tijdelijk te sluiten. Pas nadat het Joint Research Centre van de Europese Commissie, eigenaar van de reactor, zich bij het verzoek van Pronk had aangesloten, ging hij overstag.

Zeker, vertellen medewerkers van NRG onafhankelijk van elkaar, er is discussie geweest over een paar kwesties die zich in de reactor hebben afgespeeld. Er zijn verbeteringen mogelijk binnen de zogenoemde veiligheidscultuur in Petten. Zo zijn veiligheidsprotocollen niet consistent en zijn de zogenoemde veiligheidstechnische specificaties overtreden. Bovendien waren er anderhalf jaar geleden twee incidenten die door het toenmalige plaatsvervangende wachthoofd Paul Schaap, inmiddels bekend als klokkenluider, werden gemeld aan de toezichthoudende Kernfysische Dienst.

Op 14 april 2000 werd de reactor aan het begin van een nieuwe cyclus opgestart zonder dieselnoodkoelpomp, omdat de dynamo daarvan gereviseerd moest worden. Dit was tegen de regels, maar gebeurde met instemming van de directie, met als argument dat behalve de dieselnoodkoelpomp nog andere onafhankelijke noodsystemen beschikbaar waren. Klokkenluider Schaap vertelt dat operators in gewetensnood kwamen en met tegenzin aan de opdracht begonnen. Andere operators menen dat Schaap overdrijft.

Op 3 en 4 juni 2000 was er een ander incident. Toen werd een verhoogde radioactiviteit gemeten in het systeem als gevolg van een defect in een splijtstofelement, tijdens een experiment in het kader van de geleidelijke overgang in Petten van het gebruik van hoogverrijkt uranium naar laagverrijkt uranium. Schaap ergerde zich eraan dat zijn baas, reactormanager Fred Wijtsma, het aanvankelijk niet nodig vond de reactor stil te leggen, maar daartoe pas besloot toen het probleem bleef aanhouden. De Kernfysische Dienst oordeelde later dat het stralingsniveau in de reactorhal en de activiteit van het vrijgekomen gas op beide dagen niet meetbaar waren verhoogd.

Het is ook waar dat er discussie is geweest over de mate van vrijheid die de reactormanager zich kan veroorloven bij een besluit om bij problemen de reactor toch te laten doordraaien. Schaap stelt dat de druk van de commercie zo groot is dat het management zich niet kan veroorloven de reactor een dagje stil te leggen. Reactormanager Wijtsma ontkent dat en zegt hij er een prima veiligheidscultuur heerst, rekening houdend met de maatschappelijke verantwoordelijkheid jegens ziekenhuizen die met het nucleair materiaal moeten werken. Hoe dan ook, afgesproken is volgens NRG-directeur Schatborn dat de reactormanager voortaan meer rekening zal houden met emoties van operators, ook al is hij er zelf van overtuigd dat er technisch gezien geen sprake is van een veiligheidsprobleem.

Tenslotte staat buiten kijf dat er binnen NRG al jaren een verziekte werksfeer heerst tussen met name de operators die in vijf ploegen de reactor continu draaiende houden en de directie. Een half jaar geleden al zegden de ruim dertig operators, verenigd in de kleinste vakbond van Nederland, de Algemene Belangenvereniging Nederlandse Continudienst Nucleair (ABNCN), het vertrouwen in ECN-directeur Saris op, omdat deze volgens hen weigerde te luisteren naar hun klachten. Wat de operators vooral dwarszat, is dat zij er bij de oprichting van NRG, enkele jaren geleden, in vrije dagen en pensioenvoorziening op achteruit zijn gegaan. Onder bemiddeling van een mediator zijn die problemen nu min of meer de wereld uit.

Maar al deze kwesties, zeggen personeel en directie van NRG, zijn geen reden om een alarmerende sluiting van de kernreactor te rechtvaardigen. ECN-directeur Saris heeft een laatste incident ten onrechte aangegrepen, menen zij, om de reactor te sluiten. Saris had zich zorgen gemaakt over een test die op 21 januari dit jaar werd uitgevoerd om te kijken of enkele noodstroomvoorzieningen nog wel werkten. Geen overbodige luxe voor een reactor die gemiddeld drie keer per jaar een stroomstoring meemaakt. Daartoe werd een stroomstoring gesimuleerd, nadat de reactor aan het einde van een cyclus was afgesloten voor het reguliere onderhoud. Het personeel van de hogefluxreactor was tevreden, maar de ECN-directeur niet. Saris zag in de test het zoveelste voorbeeld van het eigenmachtig optreden van reactorpersoneel. Immers, de reactorveiligheidscommissie was er niet bij betrokken, terwijl die wettelijk gezien moet worden ingelicht over alles wat met veiligheid te maken heeft. De commissie zelf is dat niet met Saris eens, maar toch is afgesproken dat er, net als bij de kerncentrales in Dodewaard en Borssele, een tweede veiligheidscommissie komt die niet alleen op afstand maar van zeer nabij de verrichtingen in het reactorvat volgt. Er had volgens Saris een ramp kunnen gebeuren. Hij wordt daarin krachtig tegengesproken door het personeel, dat erop hamert dat de reactor op het moment van de test was afgesloten.

Klokkenluider Paul Schaap zit thuis. Hij heeft een hem aangeboden baan als opleider van stralingsdeskundigen geweigerd, niet alleen omdat hij daardoor 30 procent toeslag op zijn salaris mist door het werken in volcontinudienst, maar ook omdat hij zichzelf voor deze nieuwe baan ongeschikt acht. Hij wil terug naar de hogefluxreactor.