Mormon City

Vijftien jaar geleden vertrok ze uit Nederland, met haar man. Ze is nu bijna vijftig. Ze zijn verbonden aan de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, de mormonen. Het is hier prachtig, zegt ze in goed Nederlands met licht Amerikaanse toets. Het is hier zowat het paradijs. O, wat is ze gelukkig. Ze kijkt me aan met een twinkeling in haar ogen, alsof ze wil zeggen: je moet hier na de Olympics blijven. Ze praat maar door. En als ze zich even van me heeft verwijderd, draait ze zich om en zwaait ze. Wanneer in het olympisch dorp het Wilhelmus weerklinkt en de Nederlandse driekleur wordt gehesen, kijkt ze zwijgend en devoot omhoog. Ze vouwt haar handen en drukt ze tegen haar gezicht. Ze luistert ademloos naar het Nederlandse volkslied. Wanneer de muziek is opgehouden, sluipt ze weer naar me toe. Ze kijkt me aan en ik zie dat haar mascara is doorgelopen, waardoor er zwarte tranen over haar wangen glijden. Ze wil zich verontschuldigen voor haar getoonde emoties. Dat is niet nodig, probeer ik verlegen met de situatie haar duidelijk te maken. Ze vertelt iets over haar beweegredenen ooit naar Salt Lake City te gaan. De sfeer in de stad van mormonen lokte haar naar hier. Opoffering, maar toch liefde. Maar nu ze vijftien jaar na haar vertrek uit Nederland weer het Wilhelmus hoort, heeft ze gevoelens van heimwee. Ze heeft genoten van de mooie klanken van ons volkslied, zegt ze. Het is als een psalm, het is alsof ze weer gedoopt wordt zo voelt het, zegt ze met betraande ogen. Ze schaamt zich een beetje voor haar ontboezeming, zegt ze. Ik mag het niet verder vertellen.