Monetair diplomaat

Centrale bankiers moeten betrouwbaarheid uitstralen, voor verrassingen kunnen zorgen en een uitgekiend gevoel voor timing hebben. Wim Duisenberg, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), beschikt in ruime mate over deze karakteristieken. Zijn aankondiging dat hij op 9 juli 2003, zijn 68ste verjaardag, zal aftreden als president van de ECB, kwam vanmorgen als een verrassing, was uitstekend getimed en bevestigt de betrouwbaarheid van Duisenberg. Voordat zijn opvolging zou leiden tot bittere ruzies, heeft hij een netelig probleem opgelost.

Wanneer Duisenberg volgend jaar zomer terugtreedt, heeft hij er ruim vijf jaar als president in Frankfurt opzitten. Hij houdt vast aan zijn voornemen om niet de volledige termijn van acht jaar als president van de ECB te dienen, maar hij onderstreept ook dat het moment van zijn vertrek zijn eigen besluit is. Hij blijft een jaar langer dan op grond van een informele – door hemzelf altijd ontkende – afspraak verwacht werd. Hoewel het risico bestaat dat Duisenberg vanaf dit moment als een lame duck (de term wordt gebruikt voor de nog zittende Amerikaanse president nadat zijn opvolger is gekozen) wordt beschouwd, schept hij op tijd duidelijkheid over de komende wisseling van de wacht bij de ECB.

Met de regie van zijn vertrek toont Duisenberg zich een geslepen monetair diplomaat. Immers, zijn benoeming in mei 1998 leidde tot heftige politieke tweespalt. Deze had Duisenberg deels over zichzelf afgeroepen met zijn aankondiging, ruimschoots tevoren in een interview met het maandblad Opzij, dat hij gezien zijn leeftijd niet zijn hele termijn verwachtte uit te zitten. President Chirac greep zijn kans en eiste luidruchtig dat een Fransman, Jean-Claude Trichet, halverwege de termijn het presidentschap van de ECB zou overnemen. Tegen een dergelijke afspraak, die indruist tegen de onafhankelijkheid van de ECB, heeft Duisenberg zich steeds met kracht verzet. Stoïcijns hield hij vol dat hij zelf het moment van zijn terugtreden zou bepalen en dat hij zich niets van de uitlatingen van Chirac aantrok.

Frankrijk heeft nu een probleem. Op 1 juni treedt de vice-president van de ECB, de Fransman Noyer, statutair af. Een andere Fransman op zijn plaats aanwijzen zou Frankrijk de mogelijkheid ontnemen een Fransman tot opvolger van Duisenberg te benoemen doorschuiven binnen de directie van de ECB is namelijk niet toegestaan. Met het oog op de hoogste post heeft Frankrijk onlangs aangekondigd af te zien van de vervulling van de vacature-Noyer. Tussen juni 2002 en juli 2003 zal er dus geen Fransman in de directie van de ECB zitten. Er is nog een tweede Franse complicatie. Trichet, de gedroomde Franse opvolger van Duisenberg, is betrokken bij een slepend onderzoek van de Franse justitie naar de ondergang van de toenmalige staatsbank Crédit Lyonnais. Een Franse rechter kondigde onlangs aan dat het onderzoek nog wel even zal duren. Wat dat betreft is de mededeling van Duisenberg dat hij nog ruim een jaar zal aanblijven, een gebaar in de richting van Trichet. Deze krijgt nu immers meer tijd om zijn naam te zuiveren bij de Franse justitie.

Duisenberg houdt alle eer aan zichzelf. Er is eigenlijk maar één verliezer: president Chirac. Ook dat is waarschijnlijk door Duisenberg zo bedoeld.