Minimalistische kunst op chaotische expositie

Op de binnenplaats van het Gemeentemuseum in Den Haag werken twee metselaars aan een sculptuur van baksteen. Oranje bouwplastic onttrekt het kunstwerk nog gedeeltelijk aan het zicht, maar de contouren van een liggende kruisvorm tekenen zich al duidelijk af. Op het snijpunt van de twee horizontale balken verrijst een hoge, vierkante kolom, bekleed met dezelfde gele bakstenen waaruit ook het museumgebouw van Berlage is opgetrokken. Het beeld heeft wel wat weg van een stel molenwieken dat met as en al precies in het midden van de museumtuin is beland.

De sculptuur Roos en Toren is door de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt aan het Gemeentemuseum geschonken ter nagedachtenis van Enno Develing (1933-1999), de museummedewerker die in 1968 een invloedrijke tentoonstelling over Minimal Art samenstelde. Tot die tijd was de minimalistische kunst, een Amerikaanse stroming van conceptuele beeldhouwers die hun werken uit heldere geometrische vormen opbouwden, nog nooit buiten de Verenigde Staten te zien geweest. Develing bracht de abstracte objecten van kunstenaars als Carl Andre, Donald Judd, Dan Flavin en Robert Morris voor het eerst naar Europa.

Ook LeWitt was destijds een van de deelnemers. Sindsdien is er een bijzondere relatie opgebloeid tussen de Amerikaanse kunstenaar en het Haagse museum. Het Gemeentemuseum, dat in 1970 een solotentoonstelling van LeWitt organiseerde, kocht verschillende van zijn beelden en tekeningen aan.

De tentoonstelling Minimal die nu in het Gemeentemuseum te zien is, dient als startschot voor een meerjarig project waarin het museum haar relatie met de Minimal Art verder wil uitdiepen. Het is een tentoonstelling die hinkt op verschillende gedachten. Minimal richt de aandacht op de nieuwe werken van LeWitt, maar blikt ook terug op de Minimal Art-tentoonstelling uit `68. Er zijn werken uit het depot gehaald van kunstenaars die destijds deelnamen, maar er is ook gezocht naar werken van geestverwanten als Günther Förg, Richard Long en Luciano Fabro. In één zaal is een documentaire presentatie over het werk van Enno Develing ingericht met materiaal uit het museumarchief, zoals brieven, catalogi, uitnodigingskaarten, foto's en recensies. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ook de Mondriaancollectie zijdelings bij de tentoonstelling betrokken.

Het grootste deel van Minimal speelt zich af in de Mondriaanvleugel, waar conceptuele kunstwerken uit de eigen collectie, aangevuld met enkele bruiklenen, gecombineerd zijn met het late, abstracte werk van Piet Mondriaan. Voor Mondriaans Victory Boogie Woogie ligt nu een zinken tegelvloer van Andre uit 1968. Ernaast hangt een sculptuur van Judd uit 1992, opgebouwd uit cortenstalen bakken die op gelijke afstand van elkaar aan de wand bevestigd zijn. Zo lijkt Mondriaans ritmische stratenplan zich zowel op de muren als op de vloer voort te zetten.

Een curieus onderdeel van de tentoonstelling is een reconstructie van een interieur dat Mondriaan in 1926 voor de Duitse verzamelaar Ida Bienert ontwierp maar nooit realiseerde. Op basis van de gedetailleerde ontwerptekeningen die Mondriaan maakte, heeft het Gemeentemuseum deze Salon Bienert op ware grote uitgevoerd. Het is een interieur zoals je dat van de Stijl-kunstenaar mag verwachten, met rode, blauwe en gele accenten temidden van grijze, zwarte en witte vlakken. Wat echter niet vermeld wordt, is dat de Pace Gallery in New York precies hetzelfde interieur in 1970 ook al eens reconstrueerde.

Er is nogal wat aan te merken op de inrichting van de tentoonstelling. Zo is LeWitts beeld Serial Project no. 1 uit 1966, een aluminium raamwerk met een oppervlakte van vijftig vierkante meter, uit ruimtegebrek maar voor de helft te zien. Het grootste probleem is echter dat de tentoonstelling, door al die verschillende onderdelen, als los zand aan elkaar hangt. Dat de Amerikaanse minimalisten door de soberheid van Mondriaan geïnspireerd werden, is een voor de hand liggende conclusie. Maar wat het verband is met de werken van jongere kunstenaars als Serge Spitzer en Isa Genzken, die ook aan Minimal zijn toegevoegd, blijft volkomen duister. Tussen de strenge LeWitts en Flavins hangt er nu opeens een door Genzken gemaakte close-upfoto van een oor.

Je krijgt de indruk dat het begrip `minimaal' door de tentoonstellingsmakers wel heel losjes gehanteerd is. Anders dan de vertegenwoordigde kunstenaars hebben zij de kracht van de beperking niet ingezien. Met als gevolg dat Minimal te vol, te chaotisch en te onsamenhangend is.

Tentoonstelling: Minimal. T/m 31 maart in het Gemeentemuseum Den Haag, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di t/m zo 11-17u. Inl: 070-3381111 of www.gemeentemuseum.nl