Het licht gaat straks uit

De liberalisering van de energiesector raast voort. Fusies, overnames en vrijheid van de afnemer om te kiezen veranderen het landschap van de eens zo rustige sector. Essent, het grootste stroombedrijf in Nederland, waarschuwt dat Nederland niet voor zijn stroom afhankelijk moet worden van het buitenland.

Gaat het licht uit? Stroom voor de verlichting en huishoudelijke apparaten lijkt de normaalste zaak van de wereld, maar er klinken steeds meer waarschuwingen dat de liberalisering van de energiesector de leveringszekerheid in gevaar kan brengen. Terwijl de overheid zich terugtrekt uit de sector wordt gevraagd om meer sturing. Kees Wiechers, bestuursvoorzitter van Essent, het grootste energiebedrijf van Nederland, vindt dat de overheid het heft weer in handen moeten. En gasgestookt productievermogen plus een voorraad voor drie tot vier jaar aan gas achter de hand moet houden. ,,Voor de zekerheid van stroom in moeilijke tijden.''

De energiesector is heftig in beweging. Consumenten mogen sinds de zomer kiezen van wie zij groene (duurzame) stroom kopen, volgend jaar mogen zij dat ook voor de gewone (grijze) elektriciteit. De miljoenen particuliere huishoudens volgen de twee groepen die al volledige keuzevrijheid hebben: de grote en middelgrote bedrijven. Deze laatste groep van ruim 60.000 ondernemingen, mag sinds 1 januari zelf bepalen wie hun leverancier is, zowel voor groene als voor grijze stroom.

Maar de liberalisering brengt behalve vrijheid ook een aantal problemen met zich mee. De leveringszekerheid kan in gevaar komen. Er wordt te weinig capaciteit voor de grootste markt, de grijze stroom, bijgebouwd in Nederland om aan de almaar stijgende energievraag te voldoen. De import van goedkopere energie uit het buitenland neemt toe. De positie van de Nederlandse energiebedrijven wordt bovendien precair omdat zij weining middelen en kansen hebben om te groeien en daardoor ten prooi kunnen vallen aan de grote buitenlandse concurrenten.

De belangrijkste reden waarom bedrijven geen capaciteit bijbouwen is dat ze dat niet hoeven te doen: er is veel goedkopere stroom beschikbaar uit kerncentrales en koleninstallaties in Duitsland, België en Frankrijk. Het prijsverschil komt vooral doordat veel stroom in Nederland wordt opgewekt met behulp van gas, en gas is duur omdat de prijs gekoppeld is aan de olieprijs. Zo'n 20 procent van de stroom komt inmiddels uit het buitenland.

Wiechers van Essent gelooft dat een te grote afhankelijkheid van import tot problemen kan leiden. ,,In een vrije markt zouden contracten gehonoreerd moeten worden, maar als er moeilijkheden zijn gaat toch het eigen belang voor. Als er bijvoorbeeld meer stroom nodig is in Duitsland wordt daar eerst voor gezorgd en kan er een tekort ontstaan in Nederland. Hetzelfde kan met de invoer uit België en Frankrijk gebeuren.''

De verbindingen met Duitsland en België werden destijds geïnstalleerd om wederzijdse bijstand te kunnen verlenen in geval van calamiteiten. Deze reservecapaciteit op het stroomnetwerk voor calamiteiten is door de grote import niet meer beschikbaar.

Wiechers is niet de enige die zich zorgen maakt over de invoer van stroom. Cap Gemini Ernst & Young waarschuwde eveneens onlangs voor de toenemende afhankelijkheid van import. In hun jaarlijkse rapport over trends in de energiesector stellen de consultants dat Nederland vanaf 2004 afhankelijk zal zijn van import om aan de energievraag te voldoen. ,,Import wordt dan een harde noodzaak om het licht te laten branden'', zo stelt het bureau. De onzekerheid over de toevoer van stroom deed de directeur van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) eind vorig jaar opmerken dat het licht in Nederland in zes tot tien jaar af en toe uit zal gaan. Nederland leunt straks op import, of de overheid zorgt voor een oplossing, zo zei directeur Wouter Schatborn van het ECN. ,,Consumenten kunnen natuurlijk ook voor 1.500 gulden een noodaggregaat kopen.''

De waarschuwing voor stroomuitval doen denken aan de gebeurtenissen in de Amerikaanse staat Californië, waar een gebrekkige liberalisering en een tekort aan productiecapaciteit zorgden voor massale stroomuitval en waar zelfs de noodtoestand werd uitgeroepen.

Behalve grijze stroom moeten veel energiebedrijven in Nederland ook groene elektriciteit importeren om aan de exploderende vraag naar duurzaam opgewekte stroom te voldoen. De liberalisering zorgde ervoor dat de markt voor groene stroom medio 2001 werd vrijgegeven en het aantal klanten is sindsdien gegroeid van ruim 250.000 naar 700.000. Een recent rapport van het ECN en Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu stelt dat deze vraag in 2010 kan stijgen naar 3 miljoen, zo'n 40 procent van het aantal huishoudens. De capaciteit in Nederland, inclusief import, voorziet momenteel echter maar in de behoefte van een half miljoen klanten – meer import is dus onontbeerlijk.

Voor groene stroom, dat sterk wordt gestimuleerd door de overheid, wordt echter wel capaciteit bijgebouwd. De aanleg van een windpark voor de kust van Egmond zal schone energie voor nog eens 100.000 huishoudens leveren, maar het park is pas in 2003 operationeel. Om aan schone elektriciteit te komen bouwt Nuon, de grootste nationale concurrent van Essent, windparken in Noorwegen en Duitsland, om de jarenlang durende procedures in Nederland voor de constructie van dit soort parken te omzeilen.

Essent is een van de weinige Nederlandse energiebedrijven die geen groene stroom uit het buitenland halen, omdat het vindt dat er onvoldoende zekerheid is dat deze stroom ook werkelijk op een schone manier wordt opgewekt.

Essent heeft momenteel 250.000 klanten voor groene stroom en verwacht dat dit aantal dit jaar zal stijgen naar 400.000. Het bedrijf zit echter al met een krapte in de groene-stroomcapaciteit. Het stopte onlangs met de bouw van een waterkrachtcentrale in Borgharen, nadat minister Jorritsma van Economische Zaken waterkrachtstroom niet langer wilde vrijstellen van de ecotax, de milieubelasting op energieverbruik. Jorritsma vindt dat Nederland anders een te grote aantrekkingskracht heeft op het buitenland waar – vaak verouderde – waterkrachtcentrales via de stroomimport profiteren van de Nederlandse ecotax-regeling. Dit zou de nationale markt voor groene stroom kunnen frustreren.

,,We zullen nu op een andere manier extra capaciteit moeten gaan bouwen, vooral in biomassa want het opzetten van windenergie duurt te lang'', zegt Wiechers van Essent. Een mogelijkheid voor Essent om snel extra capaciteit te krijgen is om in de bestaande windparken grotere turbines neer te zetten, die dus méér stroom leveren. Daarnaast gaat het bedrijf de kolencapaciteit in de Amercentrale bij Geertruidenberg omzetten in biomassa, aangevuld met extra installaties.

De liberalisering heeft bedrijven dan wel extra vrijheden gebracht, het is de vraag of zij zich niet positioneren om overgenomen te worden door grote buitenlandse energiebedrijven. De liberalisering en privatisering hebben een golf aan fusies en overnames teweeggebracht in Europa, en het eind lijkt niet in zicht.

De concurrentie heeft zijn intrede gedaan in de sector van voormalige monopolisten, nieuwe leveranciers verschijnen ten tonele en bestaande bedrijven kijken buiten de landsgrenzen. Zo is het Spaanse Endesa bezig Remu uit Utrecht over te nemen, werd nieuweling Spark Energy gekocht door het Belgische Electrabel en hebben Nuon en Eneco gezegd op zoek te zijn naar een buitenlandse fusiepartner om de concurrentieslag aan te kunnen.

Buiten de landsgrenzen ontstaan giganten als RWE en Eon in Duitsland en Enel in Italië. Daarbij vergeleken is de grootste in Nederland een kleine speler. Waar Essent een jaarlijkse omzet heeft van iets meer dan 5 miljard euro, laat Eon een bedrag noteren van 93 miljard euro.

Nederland liep in de jaren negentig voorop met de liberalisering van de sector en de binnenlandse consolidatie lijkt zo goed als af. De regionale energiebedrijven zijn de afgelopen jaren veelal samengegaan in Eneco, Nuon, Remu en Essent en verdere samenwerking van deze bedrijven zal op tegenstand stuiten van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De voormalige voorzitter van Nuon, Tob Swelheim, heeft verschillende malen gezegd wel geïnteresseerd te zijn in een fusie met het bedrijf uit Arnhem, maar Wiechers houdt de boot af.

,,Op dit moment is zo'n fusie (met Nuon) een onrealistische optie'', zegt Wiechers. ,,We zouden samen ruim 70 procent van de Nederlandse markt in handen hebben, dat wordt in de huidige marktsituatie nooit goedgekeurd door de NMa.'' Alleen als de energiemarkt in het noordwesten van Europa verder wordt geliberaliseerd en het grensoverschrijdend verkeer van gas en elektriciteit sterk toeneemt, ontstaat er een martksituatie waarin zo'n fusie een kans maakt. Maar dat zal nog jaren duren. Of Wiechers dan alsnog zou willen fuseren met Nuon laat hij in het midden. Hij vraagt zich trouwens af of klanten daarmee wel zo blij zouden zijn. ,,Het zou spanningen opleveren omdat de positie dan zo dominant zou zijn. Kijk naar Ahold, velen vinden dat al een dominante speler terwijl die `slechts' 40 procent van de markt in handen heeft.''

In tegenstelling tot Nuon en Eneco, meent Wiechers dat Essent onafhankelijk verder kan groeien op een Europese schaal. De groei moet komen door acquisities in landen als Groot-Brittannië en in de noordelijke Europese landen waar de liberalisering veel verder is voortgeschreden en waar Essent wel aankopen zou willen doen. Essent is al actief op de Duitse markt waar het extra klanten kreeg door een aandeel te nemen in het energiebedrijf van de stad Bremen met zijn 300.000 klanten. Toch zijn meer overnames in Duitsland niet te verwachten. Wiechers: ,,De prijzen liggen daar erg hoog, het zal moeilijk zijn om daar nog acquisities te doen. ''

Voor overnames in landen als Groot-Brittannië en in het noorden van Europa is echter geld nodig. En al heeft Essent een cash-flow van 1 miljard euro per jaar, een verdere liberalisering is nodig om een echte grote slag te slaan. In het buitenland zijn veel energiebedrijven inmiddels beursgenoteerde ondernemingen geworden. Zowel Nuon als Essent wilde dit jaar naar de beurs om het benodigde kapitaal voor uitbreiding te verkrijgen.

Het plan werd echter doorkruist door het besluit in Den Haag dat de bedrijven de stroomkabels – de gouden eieren van de elektriciteitsbedrijven – niet volledig mogen verkopen. Minister Jorritsma en de Tweede Kamer vreesden dat anders de investeringen in de netwerken zouden verminderen waardoor de leveringszekerheid in gevaar zou kunnen komen.

De energiebedrijven reageerden furieus op het besluit – dat in 2004 wordt geëvalueerd. Wiechers noemt het ,,broddelwerk''. Hij wil duidelijkheid. ,,Ze moeten ja of nee zeggen (tegen de mogelijkheid van verkoop). Bij een `nee' wordt de privatiseringsklok teruggedraaid.''