Europa argwanend over `As van het Kwaad'

In Europa nemen de zorgen toe over de buitenlandse politiek van de regering-Bush, die simplisme en blind vertrouwen in militaire oplossingen wordt verweten.

In Europa neemt de onvrede over de Amerikaanse buitenlandse politiek toe. Dat blijkt uit harde kritiek, gisteren, door de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine. Hij beschuldigt de Amerikanen van ,,simplisme'' en het terugbrengen van problemen als bestrijding van armoede, onrechtvaardigheid en globalisering tot een strijd tegen het terrorisme.

Védrine is niet de eerste Europeaan die verontrust heeft gereageerd op de harde toon van de State of the Union-toespraak van de Amerikaanse president Bush, die Irak, Iran en Noord-Korea aanwees als ,,As van het Kwaad''. Morgen en zaterdag spreken de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in het Spaanse Cáceres waarschijnlijk uitvoerig over de relatie met de VS.

Minister van Buitenlandse Zaken Josep Piqué van Spanje, dat momenteel het roulerend voorzitterschap van de EU bekleedt, zei na Bush' toespraak over de `As van het Kwaad', dat de Europese Unie haar beleid jegens Iran niet verandert. ,,We gaan met Iran op dezelfde voet door en we zullen de beslissingen nemen die we nodig achten.''

Begin deze week sprak Piqué in Madrid met de Iraanse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ali Ahani. Na afloop zei hij dat de EU een ,,politieke dialoog'' met Iran zoekt die zich vooral richt op mensenrechten, terreurbestrijding en het tegengaan van de productie en verspreiding van massavernietigingswapens. ,,We respecteren de opvattingen van de Amerikaanse regering, in alle opzichten onze belangrijkste bondgenoot. Maar tegelijkertijd denken we in de Europese Unie dat het erg belangrijk is het hervormingsproces in Iran en de hervormingsgezinde krachten daar te steunen.''

Ook de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, zei eerder al het belangrijk te vinden steun te blijven geven aan de gematigde krachten in Iran, tegenover de religieuze hardliners. Ook met Noord-Korea wil de Europese Unie in gesprek blijven.

De Duitse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ludger Vollmer, zei eerder deze week dat er geen bewijzen zijn voor de Amerikaanse beschuldigingen tegen Irak. ,,Wij Europeanen waarschuwen [tegen de Amerikaanse benadering]. Er is geen indicatie, geen bewijs, dat Irak betrokken is bij het terrorisme waarover we de laatste maanden spreken. [...] Het argument van terrorisme mag niet gebruikt worden om oude vijanden te bestrijden.'' Volgens Vollmer is Irak ,,zeker een slechte staat'', maar ,,de oplossing kan niet liggen in een militaire aanval''.

Volgens Vollmer is Europa eerder geneigd om crises te voorkomen, zoals door het bestrijden van de armoede, terwijl de Amerikanen meer zien in een militaire benadering ,,zonder zich grote zorgen te maken over een oplossing van het probleem als geheel''.

Gunnar Weigand, woordvoerder van de Europese Commissie, zei dat de EU en de VS vergelijkbare standpunten hebben over verbetering van de mensenrechten en strijd tegen terrorisme, ,,maar niet over de gewenste middelen om die doelen te bereiken. We geloven dat betrokkenheid en toenadering [...] moeten worden gebruikt''.

Veel Europese diplomaten geloven dat de harde woorden van Bush vooral voor intern gebruik zijn, bij voorbeeld om de verhoging van het defensiebudget door het Congres te krijgen. Volgens hen heeft minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een gematigder standpunt. De Britse minister Straw zei daags na Bush' toespraak dat opmerkingen over `de as van het kwaad' eerder gezien moesten worden in het licht van verkiezingen voor het Congres, later dit jaar, dan als onderdeel van de Amerikaanse militaire stategie.

Die opmerking wekte de woede van de Amerikaanse veiligheidsadviseur, Condoleezza Rice. ,,Dit gaat helemaal niet over Amerikaanse politiek'', aldus Rice. ,,En ik ga er van uit dat, als de Britse regering over buitenlandse politiek spreekt, het niet gaat over Britse politiek.''

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi, tevens tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken, zei dinsdag dat de bondgenoten van Amerika met ,,bezorgdheid en aandacht'' de mogelijkheid gadeslaan dat de Verenigde Staten de strijd tegen het terrorisme uitbreiden naar andere landen. Zijn minister van Defensie, Antonio Martino, zei diezelfde dag in het dagblad La Stampa, dat Italië uitbreiding van de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme naar andere `verdachte landen' niet onvoorwaardelijk steunt. ,,Als er geen overtuigend bewijs komt [...] dan zijn we niet van plan een interventie (in Irak of elders), zoals in Afghanistan plaatsvond, te steunen.''

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen, verklaarde dinsdag in de Eerste Kamer dat het goed is om te benoemen waar het kwaad vandaan komt of vandaan zou kunnen komen. Hij achtte het terecht dat Bush Irak, Noord-Korea en Iran in dit verband noemde. De minister voegde er overigens aan toe geen enkel signaal te hebben ontvangen dat de VS op het punt staan tegen een van deze landen militaire acties te ondernemen.