Een betere wereld

Twee radicaal verschillende bijeenkomsten vonden de afgelopen week plaats met als gemeenschappelijk onderwerp hoe het verder moet met de globalisering na de aanslagen van 11 september vorig jaar. Het World Economic Forum had om die reden zijn jaarlijkse intellectuele bijspijkercursus voor topondernemers en politieke leiders verplaatst van Davos naar New York. Dat bleek geen onverdeeld succes. De beslotenheid van het Zwitserse ski-oord was in New York ver te zoeken en deelnemers klaagden over de afwezigheid van het informele sociale circuit dat `Davos' de afgelopen dertig jaar tot zo'n unieke ervaring had gemaakt. Thematisch was het World Economic Forum de lanceerbasis voor begrippen als `nieuwe economie', `netwerkeconomie' en `globalisering' in het defensief, terwijl enkele vaste sponsors van het WEF, bedrijven zoals energiereus Enron en accountantsconcern Andersen, zich in grote moeilijkheden bevinden. Veel verder dan een oproep van VN-secretaris-generaal Kofi Annan dat ondernemingen meer oog moeten hebben voor de noden van arme landen, kwam men niet in New York.

Heel anders ging het toe in Porto Alegre, waar (voor de derde keer) het World Social Forum werd gehouden als tegenhanger van de globaliseringsgoeroes van het WEF. Porto Alegre is een welvarende stad met een radicaal-links bestuur in het uiterste zuiden van Brazilië, waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe vormen van burgerparticipatie. Het WSF was de eerste krachtmeting van de antiglobaliseerders na `11 september'. Met als opmerkelijkste aanwezigen een uitzonderlijk grote delegatie uit Frankrijk van maar liefst zes ministers uit het kabinet-Jospin, twee naaste medewerkers van president Chirac, drie kandidaten voor de komende presidentsverkiezingen, plus Franse iconen van de antiglobalisering zoals boerenleider José Bové en de (in Parijs geboren) popzanger Manu Chao. Frankrijk, zoveel werd duidelijk gemaakt, staat in de voorste linie van de internationale beweging tegen de Amerikaanse dominantie.

In Porto Alegre kwam tussen de ludieke acties en de talloze discussies niet de confrontatie, maar een constructief platform voor `eerlijk globalisme' op gang. Er kwam een verklaring waarin het terrorisme werd veroordeeld, maar evenzeer de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme, waarin het Argentijnse bankroet werd geweten aan het neoliberalisme en het bankroet van Enron aan het casinokapitalisme. Hier werd een alternatieve agenda tegenovergesteld van milieu- en ontwikkelingspunten. Meer geld en goedkope geneesmiddelen voor arme landen, betere markttoegang, beperking van de macht van multinationals, opheffing of op zijn minst hervorming van het IMF en de WTO, schuldkwijtschelding, belasting op flitskapitaal en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Dit zijn bekende eisen. Ze vormen een aanwijzing dat de diffuse beweging tegen de globalisering die vorig jaar zomer nog tot veldslagen in de straten van Genua aanleiding gaf, op weg is zich te institutionaliseren. Inkapselen heette dat vroeger. Tegenwoordig gaat het om globalisme met een menselijk gezicht.