Dwangopneming

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil mogelijk maken dat ,,vermoedelijk geesteszieke mensen die over straat zwerven, alle hulp weigeren en zichzelf ernstig verwaarlozen'', drie weken gedwongen worden opgenomen ter observatie (NRC Handelsblad, 30 januari).

De ministers Borst en Korthals voelden er eigenlijk niets voor maar stemden wel in met een experiment van twee jaar.

Het meesterargument om verwarde mensen, die geen gevaar voor zichzelf of omgeving opleveren, gedwongen op te nemen is compassie.

Voorstanders van `observatiemachtigingen' zeggen niet te verdragen dat medeburgers, die baat zouden kunnen hebben bij psychiatrische behandeling, zichzelf publiekelijk te gronde richten. Ze werpen zich op als hun weldoeners. Ik vind deze paternalistische opstelling om twee redenen uiterst dubieus: 1. Er speelt een fors (en vaak verzwegen) maatschappelijk belang mee dat op gespannen voet staat met het belang van de `patiënt'. Zorgwekkende zorgmijders (wie bedacht deze ongelukkige stripboekenterm eigenlijk?) bezorgen hun buren dikwijls overlast; en het komt de buurt eigenlijk wel goed van pas als deze outsiders worden verwijderd.

2. Gemakshalve wordt uitgegaan van een te rooskleurig beeld van de realiteit en de mogelijkheden van de psychiatrie. Echter: nu al is er plaatstekort en gebrek aan personeel. En ook als de gedwongen observaties uitvoerbaar zouden zijn valt er nauwelijks behandelwinst te verwachten. Voor de toch al kwetsbare (en dikwijls uitbehandelde) doelgroep zal dwangopneming diep beledigend en traumatiserend zijn; en mogelijk uitmonden in regressie of desintegratie. Wat is een observatie dan nog waard?

Zeker is dat de `patiënt' schade oploopt en dat zijn wantrouwen tegen de hulpverlening zich verder verdiept.

Voorstanders van `observatiemachtigingen' zijn kortzichtig en hun compassie is wreed. Eigenlijk is vooral de lichtzinnige wijze waarop ze omgaan met de autonomie van de burger `te gek om los te lopen'.