Dans op zigeunermuziek

De Bosnische filmmaker Emir Kusturica (Sarajevo, 1954) is een geval apart: met name zijn wonderlijke verhalen over marginale Balkan-milieus transporteren een levensvreugde die uniek is in de hedendaagse cinema. Met het overwegend in de zigeunertaal Roma opgenomen Time of the gypsies (1989) maakte hij een moderne klassieker, met Underground (1995) een absurdistisch fresco van het gespleten Joegoslavië.

Centraal staan meestal maffe personages, die waarschijnlijk in iedere andere film tragisch zouden overkomen. Deze mafheid komt niet uit het trucjesarsenaal van een gewiekste script-doctor die in een bloedarm scenario valse figuren moet opleuken, nee, zij vloeit voort uit armoede, burgeroorlog en ander ongeluk, uit geschiedenis en ervaring. Het door Time of the gypsies-auteur Gordan Mihic geschreven en door cameravirtuoos Thierry Arbogast warm gefotografeerde Black cat, white cat voert ons mee naar een zigeunerdorpje aan de Donau, waar de pokerverslaafde sjacheraar Matko (Bajram Severdzan) zich bij alweer een dubieuze deal laat belazeren door een heetgebakerde gangster. Matko's 17-jarige zoon Zare (Florijan Ajdini) ondervindt hiervan weer de gevolgen en is pa's gênante gemarchandeer goed zat; Zare droomt bij sinaasappellimonade van een eigen leven en van Ida (Branka Katic), de mooie dochter van een pijprokende waardin. Over het lot van de geliefden beslissen echter onbewust Zare's opa en diens gabber van vroeger, een lokale peetvader; bejaarde kwajongens met markante koppen, renovatierijpe gebitten vol blinkend edelmetaal en de straatwijsheid van twee levens elk. Eer Zare met Ida en opa's geluksaccordeon het (letterlijk zo op de aftiteling vermelde) Happy End tegemoet vaart, heeft Kusturica ons op de maat van vrolijke tziganemuziek laten deelnemen aan een uitbundige rondedans onder de Balkan-zon, waar kogels fluiten op een bruiloft, passerende goederentreinen onder schurken worden verhandeld en amor vincit omnia. Al bij de eerste close-up van Ida's groene kattenogen begrijp je waarom er in Zare's jongenshart een storm woedt, en zelden wuifde een zonnebloemenveld zo uitnodigend naar de toeschouwer als hier: de liefde woont te midden van dit bloeiend goud, en het goud bloeit tot aan de horizon. Met zijn (gedeeltelijk door vaak improviserende amateurs vertolkte) randfiguren en bizarre intermezzi borrelt Kusturica's zigeunerklucht over van levenslust. Een feest van een film.

Black cat, white cat (Crna macka, beli macor, Servië/Duitsland/Frankrijk, 1998, Emir Kusturica), vrijdag, Ned. 3, 23.35-1.40u.