Cito-eindtoets

Binnenkort ontvangen de meeste leerlingen van groep 8 de uitslag van de Cito-eindtoets. Op basis hiervan wordt per kind een advies voor voortgezet onderwijs gegeven.

Tegelijkertijd wordt de totaalscore per school door de inspectie gebruikt om scholen te beoordelen op basis van output. In NRC Handelsblad van 25 januari is al aandacht besteed aan de relatie tussen kerndoelen en eindtoets.

Een aantal scholen stelt een boycot voor van de Cito-toets. Deze discussie lijkt niet verder gevoerd te worden. En dat is onderwijskundig onwenselijk. Hoewel het best kan zijn dat het afnemen van eindtoetsen nog iets nuttigs oplevert, zijn er in het onderwijs drie zaken waaraan ten onrechte niet of nauwelijks aandacht wordt besteed:

Ten eerste. De variabele van al dan niet vooraf oefenen van de toetsen door basisscholen en/of ouders blijft buiten beschouwing. Scoregemiddelden gaan omhoog doordat op grote schaal oude toetsen geoefend worden. Het Cito gaat ten onrechte uit van vergelijkbaarheid van toetsresultaten wanneer geen zicht is op deze variabele. Dit kan voor individuele kinderen (die niet vooraf getraind worden) zeer ongunstig uitpakken.

Ten tweede. Er wordt nog geen gedragscode gecontroleerd over het `afromen' van de toetsgegevens, doordat sommige scholen eerder dan andere scholen (terecht) leerlingen buitensluiten van toetsafname vanwege bijvoorbeeld leerproblemen. Dit kan voor individuele scholen (die alle leerlingen laten meedoen) ongunstig uitpakken wanneer zij in kranten worden genoemd als slecht presterende scholen.

Ten derde. Het toetsinstituut heeft een monopoliepositie, waarmee de invloed op het curriculum van de basisschool steeds groter wordt en voor de politiek ongrijpbaar. De discussie wat wij in onze samenleving met het basisonderwijs willen wordt hiermee wel zéér smal gevoerd. Dat is dan ook de reden dat meer pedagogisch georiënteerde scholen een `tegengeluid' laten horen. Hopelijk komt hiermee een discussie los die ook de andere twee bezwaren aan de orde stelt.