Begraven

Een vriend vertelde me dat zijn van gezondheid blakende vrouw tijdens het zondagse ontbijt op bed plotseling had gezegd: ,,Ik geloof dat ik toch liever begraven word op Zorgvlied.''

Zorgvlied is een grote, boomrijke begraafplaats langs de Amstel, waar je met een beetje geluk in de buurt van beroemde Nederlanders als Annie M.G. Schmidt en Renate Rubinstein van de eeuwigheid kunt genieten.

De vriend keek me bedrukt aan, alsof er een streep was gehaald door een rekening die hij lang geleden had opgemaakt. Dat bleek aardig te kloppen. ,,Mijn vrouw is net als ik allang niet meer gelovig'', zei hij. ,,Dus ik vroeg me af wat er opeens aan de hand was.''

Niks bijzonders, had zijn vrouw gezegd. Ze had er gewoon nog eens goed over nagedacht, en dat cremeren leek haar maar een kille, nare bedoening.

Nou, kil lijkt me niet helemaal het goeie woord, had hij nog geprobeerd, maar ze was even niet te paaien met grapjes. Ze meende het. Ze had net de crematie van een vriendin meegemaakt, en ze had die hele steriele ceremonie lang vurig verlangd naar de gezongen uitvaartmissen in haar familie, gevolgd door de waardige indaling van de kist in de gewijde dodenakker, de schepjes aarde op het hout, de laatste blik in de kuil.

Dat was nog eens wat anders dan zo'n ovenschotel die ze in het crematorium van je maakten. Mijn vriend had het niet kunnen en willen tegenspreken, hij wilde alleen van haar weten of ze ook de consequenties overzag. ,,Een graf moet bijgehouden worden. Zie je mij elke week met mijn emmertje en mijn schepje langskomen? Ik heb toch ook nooit van tuinieren gehouden?''

,,Je kunt het ook láten doen'', had zijn vrouw gezegd.

,,Dat loopt in de papieren.''

Voor je het weet zit je midden in een heel lastig gesprek, waarin boven de ontbijtbordjes onherstelbare kwetsingen kunnen worden aangericht. Ze waren nu al bijna aangeland bij haar logische reactie: ,,Heb je dat dan niet voor me over?'' Maar ze hield zich nog net op tijd in hèt geheim van elke goede relatie.

Maar het bleef hem dwarszitten. Hij was er later op de dag op teruggekomen. ,,Hoe stel je je dat dan voor jij onder een mooie boom. Wie heeft daar nou wat aan?''

,,Nou, dan kunnen de kinderen 's zondags even langskomem als ze een fietstochtje langs de Amstel maken. En jij misschien ook.''

Hij had bedremmeld gezwegen. Hij zag zich al op een mooie zomerdag de zware gang naar Zorgvlied maken. Met dat emmertje en schepje, als het dan per se moest. En daar stond hij dan naar een stuk steen (,,Het moet wel een sobere steen zijn'', had ze ook nog gezegd) te staren dat niets kon terugzeggen. En dan dat hele eind terug met een brok in zijn keel. En op maandagmorgen weer fluitend naar je werk.

Nee, het leek hem een bar slecht idee, maar hij zou er voorlopig maar over zwijgen. Soms was dat maar het beste. Het was net als met sommige ziektes: het kon ook vanzelf genezen.

,,Maar als ze nou in de tussentijd plotseling doodgaat'', lachte ik.

,,Dan hang ik'', zei hij somber.