Amokmakers nachtmerrie voor financiële kudde

Quitte of dubbel. Met een verlies van 750 miljoen dollar kan valutahandelaar Rusnak zich meten met financiële amokmakers als Nick Leeson.

Superbedrieger of simpelman. Hoe kon valutahandelaar J. Rusnak zijn werkgever, een Amerikaanse dochter van de Ierse Allied Irish Bank, opzadelen met verliezen in de valutahandel van naar schatting 750 miljoen dollar?

Opsporingsautoriteiten, bankentoezichthouders op twee continenten en de directie en accountants van de Ierse bank breken zich nu het hoofd over de vraag waar de handelaar zit en hoe hij het heeft gedaan.

Je kunt er de klok niet op gelijk zetten, maar van tijd tot tijd weet een eenling in de financiële arena een gat te graven waar zijn bank in kan verdwijnen. De Ierse bank is geschaad, maar niet bankroet.

Elke bestuurder en commissaris van een bank weet het. De rapporten over eerdere amokmakers zijn verplichte stof. De seminars over risicobeheersing staan jaar in jaar uit op de agenda. Accountants en risicomanagers behoren de nieuwste trucs te kennen. Toezichthouders prenten het iedereen steeds weer in. Maar toch zijn er steeds weer uitglijers voor een `Wordt vervolgd'.

De financiële wereld koestert zijn eenlingen in de trading rooms, de durfals die het kapitaal van de bank op het spel zetten om nog meer geld te verdienen. Zij gaan het duel aan: de lone ranger versus de karakteristieke kuddegeest van de geldinstellingen en financiële markten. Of de financiële hooligan tegen het financiële toezicht?

De handelspraktijken van Nick Leeson veroorzaakten in 1996 de onmiddellijke ondergang van de Britse elitebank Barings. Topman Jack Welch van het conglomeraat General Electric moest bijna overgeven toen hij hoorde over de blunders bij effectendochter Kidder Peabody, waar een sterhandelaar een paar honderd miljoen dollar verspeelde. Een handelaar op de kopermarkt voor het Japanse handelshuis Sumitomo kwam thuis met een verlies van 2,6 miljard dollar.

Hoe kon het gebeuren, is de eerste vraag als de schok voorbij is. De afdeling valutahandel bij de Amerikaanse dochter van Allied Irish Bank bestond slechts uit twee man, de bank was een consumentenbank in Baltimore, geen hoogvlieger op Wall Street. Rusnak wordt door zijn werkgever omschreven als een ,,prima lid van de maatschappij''.

Rusnaks locatie kan een vingerwijzing zijn. Menig ontspoorde handelaar zat ver weg van het hoofdkantoor. Leeson, de Japanse koperhandelaar. Een absolute voorwaarde is het niet. De grote diamantfraude bij ABN Amro werd op een steenworp afstand van het hoofdkantoor gepleegd.

Maar simpelman of superbedrieger, voor de baan van het hoofd interne controle bij Allied Irish moet worden gevreesd. Een handelaar die een kolossaal verlies wil versluieren, moet het doorgaans op een (amoureus) akkoordje gooien met iemand op de controle-afdeling, die juist in een vroeg stadium roekeloos gedrag moet ontdekken. Zo deden Leeson en de handelaar bij Kidder Peabody het ook.

Rusnaks transacties waren gokken op de toekomstige verhouding tussen de Japanse yen en de Amerikaanse dollar. Dat moet verliezen hebben opgeleverd, en wellicht heeft Rusnak die, in een klassieke ontkenningsreactie, willen terugverdienen met nieuwe transacties, die nog meer verliezen veroorzaakten. Om de verliezen te camoufleren deed hij ook transacties die de financiële risico's juist neutraliseerden. Die transacties bestonden echter alleen op papier.