Pronk overtuigt Kamer niet met brief over Petten

De reactor in Petten zal pas weer in gebruik worden genomen nadat een extern onderzoek heeft aangetoond dat de genomen maatregelen afdoende zijn ,,om de veiligheid te waarborgen''. Minister Pronk (VROM) heeft dit per brief aan de Tweede Kamer laten weten. In dezelfde brief zegt de minister dat ,,er op geen enkel moment gevaar is geweest voor de veiligheid en de volksgezondheid''.

Woordvoerders van CDA en VVD vinden de brief van Pronk onder meer hierom niet consistent en vooral: verhullend en onduidelijk. De Tweede Kamer wil morgen een debat met de minister die dan terug is uit New York, waar hij bezigheden had voor de Verenigde Naties. Volgens CDA-woordvoerder Van den Akker wordt de gang van zaken in Petten negatief beïnvloed door ,,een machtsstrijd tussen twee directeuren''. Hij heeft gisteren uitgebreid gesproken met de Ondernemingsraad van de NRG, die de kernreactor beheert. VVD-Kamerlid Klein Molenkamp toonde zich gisteren vooral verbaasd over de actie van Pronk: ,,Eind januari toen de rapporten van de Kernfysische Dienst naar de Kamer zijn gestuurd, was er nog niets aan de hand. De directie van Petten kreeg zelfs geen gele kaart'', aldus de liberaal. Hij verwijst naar de brief die gistermidag laat in de Tweede Kamer werd bezorgd: ,,De minister zegt zelf dat de veiligheid geen rol speelt. Waarom wordt de zaak dan stil gelegd?''

Uit de brief van Pronk blijkt dat een actie van directeur Saris van ECN, aandeelhouder van NRG, voor de minister van invloed is geweest bij zijn verzoek om de reactor stil te leggen. Saris schreef op 29 januari een brief aan Pronk waarin hij meedeelde de ,,veiligheid van de hogefluxreractor niet langer voor 100 procent te kunnen garanderen''. En hij verzocht de reactor stil te leggen ,,tot een daartoe bevoegde externe auditor zou hebben verzekerd dat het veilig bedrijven van de reactor gegarandeerd is''. In eerste instantie, meldt Pronk, zag de Kernfysische Dienst geen reden om aan het verzoek te voldoen. Maar later, vorige week, werd toch een gesprek georganiseerd op het ministerie. Het bleek dat de directe aanleiding voor Saris' brief was dat NRG ,,een voor de veiligheid zeer relevante test'' had uitgevoerd (een noodstop om de noodkoelingsystemen te testen) zonder hiervan de reactorveiligheidscommissie op de hoogte te stellen. Dat bracht Pronk in het weekeinde tot de conclusie dat er fundamenteel iets mis is met de veiligheidscultuur zowel binnen NRG als het Joint Research Centre van de Europese Commissie.

De voorzitter van de veiligheidscommissie, Keverling Buisman, stelt daarentegen dat de commissie zich ,,niet gepasseerd'' heeft gevoeld en dat het ,,volslagen waanzin'' is om gebruikelijke experimenten als ,,gevaarlijk'' te betitelen en om die reden een sluiting af te dwingen.

Pronk gaat in zijn brief tevens in op de scheur in de reactorwand: ,,Een voorlopige breukanalyse heeft aangetoond dat ook deze nieuwe scheurindicatie niet zal leiden tot een scheur in het reactorvat binnen de gestelde levensduur. In het ongusntigste geval zal een dergelijke scheur aanleiding kunnen geven tot lekkage vanuit het reactorvat naar het reactorbassin dat het reactorvat omgeeft'', aldus Pronk in zijn brief.