Overstroming kan watersnood voorkomen

Om in de toekomst een watersnoodramp te voorkomen moet nu al duidelijk zijn welke gebieden onder water kunnen worden gezet als de dijken het niet meer houden.

,,Zie het als een airbag in de auto. Al is je auto feilloos door de APK gerold en al ben je een bekwaam bestuurder, een ongeluk is nooit helemaal uit te sluiten. Daarom doe je een veiligheidsgordel om en heb je een airbag die de klap kan opvangen. Een noodoverloopgebied is heel goed te vergelijken met zo'n airbag'', zegt voorzitter David Luteijn van de commissie Noodoverloopgebieden.

Er komt de komende decennia meer rivierwater op ons af via de grote rivieren, onder invloed van de temperatuurstijging en door extra dijken in Duitsland. Wat te doen? De kabinetscommissie Noodoverloopgebieden heeft enkele conclusies getrokken. Zo noemt zij het ,,nuttig en noodzakelijk'' drie of vier noodoverloopgebieden in te richten met een totale grootte van tien- tot twintigduizend hectare. Er zijn situaties mogelijk dat een waterafvoer van Rijn, Maas en IJssel groter is dan de afvoer waar dijken op zijn berekend.

Die situatie doet zich volgens berekeningen eens in de 1.250 jaar voor. Dat lijkt niet vaak. Maar, zegt Luteijn, het betekent wel dat de kans op zo'n situatie voor iemand die honderd jaar wordt, 8 procent bedraagt. ,,Dat is veel meer dan de kans dat een huis in brand vliegt. En dat terwijl niemand het in z'n hoofd haalt om zich niet tegen brand te verzekeren.''

Noodoverloopgebieden moeten uitkomst bieden. Het gaat om gebieden die maximaal vier meter onder water gezet kunnen worden als alle andere maatregelen zijn genomen en geen effect meer hebben. Dit wil zeggen op momenten dat dijken, bemalingen en retentiegebieden niet meer voldoende zijn om zonder rampzalige overstromingen 18.000 kubieke meter water per seconde naar de zee te krijgen. Drie of vier overloopgebieden kunnen de golf rivierwater met dertig centimeter tot één meter aftoppen, genoeg om een zekere controle over het voortrollende rivierwater te kunnen houden.

Een andere conclusie van de commissie is dat de overloopgebieden alleen nodig zijn in midden- en oost-Nederland. Ten westen van Gorinchem zijn de rivieren breed genoeg, vertelt Luteijn, akkerbouwer en fruitteler in Zeeland, en onder meer voormalig VVD-senator. Niet zozeer het overtollig rivierwater is in de Randstad het probleem, maar eerder het blokkeren van de riviermonding door opstuwend zeewater of gesloten stormvloedkeringen. ,,Dat is de reden dat steden als Dordrecht vrij snel met wateroverlast kampen'', aldus Luteijn. In het westen een overloopgebied inrichten zou geen zin hebben, ,,het zou te snel vollopen''. Beter is het om het rivierwater ,,af te leiden'' met sluizen of zijarmen naar de Zeeuwse en Zuid-Hollandse binnenwateren. Ook bij de IJsseldelta heeft een calamiteitenpolder geen zin. ,,Daar ontstaat overstromingsgevaar als een hoge rivierafvoer samenvalt met een storm die het IJsselmeerwater naar de delta stuwt.''

Weinig provincies en gemeenten staan te juichen bij het idee dat op hun grondgebied een noodoverloopgebied zal worden gevestigd. Om die reden gaat de commissie behoedzaam te werk. Al maanden is Luteijn in overleg met de regio's. Over een maand verwacht hij een longlist van acht geschikte locaties te hebben gemaakt. Dan volgt in juni het definitieve voorstel tot aanwijzing van drie of vier gebieden. Luteijn hoopt dat een kabinetsformateur er vervolgens zijn voordeel mee doet.

Toch zijn er niet zo verschikkelijk veel nadelen aan de aanwijzing en inrichting van een gebied tot noodoverloop, stelt Luteijn. De angst bij lokale bestuurders dat een gebied ,,op slot'' gaat, is ongegrond. Luteijn: ,,Je moet er geen grote chemische industrie neerzetten of Vinex-wijken. Maar een boer kan gerust een nieuwe schuur bouwen. Een dorp kan binnen de rode contour best een paar woningen bouwen.'' Critici waarschuwen dat Nederland niet voortdurend zelf maatregelen moet nemen tegen het almaar toenemende rivierwater, maar moet zorgen dat Duitsland zijn zaakjes beter op orde heeft. Luteijn kent de sentimenten maar die berusten volgens hem op misverstanden. ,,Duitsland is al vrij ver met het inrichten van retentiegebieden, dat wil zeggen gebieden die het water vasthouden om de gehanteerde veiligheid te kunnen garanderen. Ze zijn daar verder mee dan wij. Dat Duitsland geen noodoverloopgebieden gaat aanwijzen, is logisch. Dat zou onze problemen niet oplossen. Als het water in uitzonderlijke situaties extreem hoog staat stroomt het gewoon af naar ons.''

Het aanwijzen en inrichten van noodoverloopgebieden heeft als grote voordeel dat we de controle over de waterstroom behouden, zegt Luteijn samenvattend. In het gebied zelf, bijvoorbeeld door de bouw van een inlaatschuif met een meertje daarachter. ,,Een dijkdoorbraak kan een verwoestende uitwerking hebben. Een inlaatschuif met een meertje daarachter voorkomt dat.'' Zonder calamiteitenpolder zou je niet weten waar een dijk zal bezwijken. Met een noodoverloop weet je welk gebied je moet evacueren en op welke termijn. ,,Dit geeft zekerheid'', aldus Luteijn.