Onvrede over Chailly bij deel van orkestmusici

Het vertrek van Riccardo Chailly in 2004 als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, is deels het gevolg van onvrede over Chailly bij een grote minderheid van het orkest. Dat blijkt volgens het dagblad Het Parool uit correspondentie waarover het beschikt en waaruit het citeert. De stukken zijn afkomstig van de vereniging van musici `Het Concertgebouworchest' en de Artistieke commissie. De musici wilden dat Chailly's aanwezigheid ,,zoveel mogelijk wordt gereduceerd.'' Een krappe meerderheid van de musici zou na een enquête slechts hebben ingestemd met een contractverlenging van twee jaar (2004-2006), in plaats van met de gebruikelijke vier jaar, tot 2008.

Volgens een woordvoerder van het orkest, dat nu onder leiding van Chailly op tournee is in Amerika, is er geen officieel verband tussen de enquête en het vertrek van Chailly naar Leipzig. Bovendien is volgens hem de informatie ,,deels achterhaald''. In december, toen de eerste berichten verschenen over een mogelijke verbintenis van Chailly met Leipzig, verklaarde hoboïst Jan Kouwenhoven, voorzitter van `Het Concertgebouworchest', in deze krant dat er ,,geen probleem'' was met Chailly. Hij ging er toen vanuit dat het contract met hem zou worden verlengd tot 2008. Bij de aankondiging van het vertrek van Chailly zei orkestdirecteur Loot dat het orkest daardoor ,,verrast was en niet blij verrast''.

Chailly zelf zei in interviews te vertrekken ,,op het hoogtepunt'', ook omdat een dienstverband van zestien jaar, van 1988 tot 2004, tegenwoordig heel lang is. Hij voerde vooral positieve argumenten aan om naar Leipzig te gaan.