Onomstreden reputatie

Drie weken geleden moest Marijke Vos (44) even slikken. ,,Een beetje jammer'' noemde ze het dat ze op de kandidatenlijst van GroenLinks voor de Tweede Kamerverkiezingen was gedaald van de tweede naar de derde plaats. Nu is zij twee keer de eerste: als eerste vrouw én als eerste GroenLinkser gaat ze een parlementaire enquête leiden. Gisteren kozen de fractiesecretarissen haar als voorzitter van de enquête naar de bouwfraude.

Verassend is dat vooral wegens de partij waartoe ze behoort: de VVD claimde immers aan de beurt te zijn om een voorzitter te leveren, terwijl GroenLinks met elf zetels als `kleine' partij niet eens behoort tot het rijtje partijen dat af en toe aan de beurt kómt.

Als persoon is Vos nauwelijks omstreden. Ze leidde tot ruime tevredenheid de tijdelijke commissie die de parlementaire enquête voorbereidde en kan bogen op een gedegen reputatie onder haar collega's in de Kamer. Wel is haar profiel uitgesproken `groen': dierenwelzijn, tropisch hardhout en biologische landbouw zijn steekwoorden die tot nu toe meer aan haar kleven dan `bouwfraude'.

Vos kwam in 1994 in de Kamer en werd in 1998 met 68.504 voorkeurstemmen herkozen. Zelf niet afkomstig uit een van de `rode' bloedgroepen in Groenlinks – PSP, PPR, CPN – was ze tussen 1990 en 1994 partijvoorzitter van en gaf ze de fusie mee vorm.

In de Kamer was het ze het natuurlijke, groene gezicht van de partij. Opgeleid als bioloog in Wageningen werkte ze jarenlang bij Milieudefensie en later bij het Centrum voor Milieukunde van de Rijksuniversiteit Leiden. In 1998 lanceerde ze een intiatiefwetsvoorstel voor de bescherming van tropisch hardhout. Vorige zomer schoof fractievoorzitter Rosenmöller haar naar voren als kandidaat-minister: in navolging van de Groene Renate Künast in Duitsland zou Vos in Nederland Landbouw kunnen doen. Vos maakte er geen geheim van daar wel zin in te hebben en presenteerde een manifest met haar plannen.

In de aanloop van de bouwfraude-enquête toonde zij haar ambities op dezelfde, vasthoudende maar onopvallende wijze. Voor liefhebbers van een mediaspektakel à la de Bijlmerenquête lijkt haar voorzitterschap geen voordeel. ,,Ik krijg vaak te horen dat ik mezelf meer moet profileren via de media'', zei ze eens tegen deze krant. ,,Ik denk altijd: het gaat toch om het inhoudelijke werk? Niet: hier kan ik mee scoren.''