Onderzoek hbo: bedrijf verdacht

Het onderzoek naar fraude in het hoger beroepsonderwijs (hbo) concentreert zich op de rol van het onderwijsbureau Opleiding & Ontwikkeling bv (O&O) in Breda. Het ministerie van Onderwijs wil weten op welke manier de hogescholen hebben samengewerkt met het commerciële bureau.

Dat zeggen bronnen binnen enkele betrokken hogescholen. In ieder geval zes hogescholen worden op dit moment onderzocht door accountants van het ministerie de hogescholen van Alkmaar, Amsterdam, Utrecht, Brabant, de Hanzehogeschool in Groningen en Saxion-IJsselland in Deventer.

Het ministerie onderzoekt onder meer of deze hbo's, met medewerking van O&O, rijksgeld hebben ontvangen voor ingeschreven buitenlandse studenten, die zelden of nooit een opleiding volgden aan de hogescholen. Ook andere vormen van samenwerking met het bedrijf worden doorgelicht.

De Hogeschool van Utrecht heeft gisteren de banden met O&O verbroken. De hogeschool heeft volgens bestuursvoorzitter H. de Greef in een door O&O tot stand gebracht samenwerkingsprogramma met twee Belgische hogescholen ,,te veel de regie uit handen gegeven''. Onder auspiciën van O&O hebben in vier jaar tijd zo'n 1.200 Belgische studenten in eigen land een aanvullende cursus Bedrijfskader gevolgd, waarvoor zij ook een diploma van de Utrechtse hogeschool kregen. De hogeschool kreeg hiervoor subsidie van het Rijk. Volgens De Greef is de constructie ,,achteraf niet fraai, al hebben we ons wel aan de regels gehouden''.

De Hogeschool van Brabant, Saxion-IJsselland en de Hanzehogeschool zeggen al eerder hun contacten met O&O te hebben gestopt. Over de reden willen zij niets zeggen. De Hogeschool van Amsterdam ziet nog geen aanleiding de banden met O&O te verbreken. De Hogeschool van Alkmaar wacht het onderzoek af. [Vervolg HBO-FRAUDE: pagina 2]

HBO-FRAUDE

Verdacht bedrijf is 'verbaasd'

[Vervolg van pagina 1] Opleiding en Ontwikkeling is een commercieel opleidingsinstituut dat in samenwerking met mbo- en hbo-instellingen en sommige universiteiten cursussen aanbiedt en uitwisselingsprogramma's begeleidt. Directeur H. van Lamoen zegt verbaasd te zijn door het verbreken van het contact door de Hogeschool van Utrecht, maar wil verder niet reageren.

Rond het eind van deze maand verwacht minister Hermans (Onderwijs) de resultaten van het onderzoek. Voorzitter F. Leijnse van de Hbo-raad erkende gisteren dat zes niet met naam genoemde hogescholen zich ,,mogelijk'' schuldig maken aan ,,ondoelmatig gebruik gemaakt van rijksmiddelen''. Ze zouden, in samenwerking met één of meerdere commerciële bureaus, in het verleden inderdaad programma's aangeboden hebben die ,,qua onderwijs niet aan de maat waren, maar waarvoor wel een of twee jaar overheidssubsidie is verkregen''.

De zaak kwam eind vorig jaar aan het rollen toen oud-faculteitsdirecteur economie P. de Jong van de Hogeschool IJsselland (later opgegaan in Saxion) zijn voormalige werkgever ervan beschuldigde buitenlandse studenten in te schrijven die er geen cursus volgden.