MORMON CITY

Julia heet ze. Over vijf maanden wordt ze achttien jaar. Ze bedient in het restaurant om de hoek, genaamd Roberts.

Ze praat graag en doet haar uiterste best het de gasten naar de zin te maken. Maar wanneer er alcohol wordt besteld, aarzelt ze even en verschijnt een ondeugende lach op haar gezicht. Ze huppelt vervolgens naar haar baas Chuck en brengt de bestelling over. Even later meldt zich een man aan tafel met bier en wijn. Hij schenkt de drank uit alsof hij zojuist het kostbaarste vocht heeft geserveerd en verdwijnt weer in de keuken. Wanneer Julia terugkeert met de gerechten, verontschuldigt ze zich. Ze mag wel alcoholische dranken als bestelling opnemen, maar ze niet serveren. Bovendien mag ze straks niet de alcohol aanslaan op de kassa. Niet alleen omdat ze nog maar zeventien is, maar ook omdat ze in Salt Lake City woont, de stad waar mormonen het gebruik van dranken met alcohol en cafeïne ontraden. En officieel is Julia nog mormoon, omdat ze ooit is gedoopt. Van haar ouders mag ze niets, zegt ze. Julia is het zat. Naar de kerk gaat ze niet meer, tot teleurstelling van haar ouders. Als ze over vijf maanden achttien is, kan ze haar gang gaan. Dan doet ze wat ze wil. Maar eigenlijk doet ze dat al. Ze drinkt met haar vrienden jus d'orange met wodka, die combinatie ziet niemand. Over vijf maanden vertrekt ze uit Salt Lake, weg uit die puriteinse gemeenschap. Dan gaat ze naar Amsterdam, waar alles mag. Julia verdient haar geld bij Roberts en verleidt de gasten met haar praatjes. Haar ouders weten niet dat ze in een restaurant werkt waar alcoholische drank wordt genuttigd. Of we het niet verder willen vertellen.