Josée Ruiter toont ziel Couperus

,,Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar'', zei de schrijver Louis Couperus, vermoeid en teleurgesteld teruggekeerd uit joyeuze, on-Hollandse steden als Parijs, Nice en Rome. Na verschillende toneelbewerkingen van Couperus' werk gaat Josée Ruiter nog een stap verder: zij speelt Couperus, identificeert zich met hem binnen de conventies van het toneel.

Geheel in het zwart gekleed met hoed op, maakt Ruiter alias Couperus haar entree. Ze zegt droog gebleven te zijn als door een mirakel, dankzij het verblijf aan gene zijde. Couperus keert terug uit het dodenrijk om zijn levensverhaal te vertellen. In de gecomprimeerde vorm van deze voorstelling blijkt dat een tragisch bestaan te zijn geweest, ook al kennen we zijn geschiedenis uit de omvangrijke biografie die F.L. Bastet aan de schrijver wijdde. De uitvoering Louis Couperus, een grote ziel houdt het midden tussen literair theater en cabaret. Ruiter maakt het publiek nadrukkelijk deelgenoot, zo wijst ze er geruststellend op dat de champagne die ze drinkt `niet echt' is. Aan een kapstok hangt een keur aan jasjes aan sjaals, attributen die ze nodig heeft om van personage te kunnen schwitchen. Zo speelt ze Couperus', telkens in treffende transformatie, jeugdvriend Ram, zijn vrouw Betty, zijn vader, moeder en nichtjes Minta en Elsje. Aangrijpend is de scène waarin Betty zich beklaagt dat er van enige liefde of passie in hun huwelijksleven geen sprake is. Ruiter speelt beurtelings, met contrasterende dictie, de geëmotioneerde Betty en de niet minder wanhopige Couperus, zich bewust van zijn onvermogen als man een normaal liefdesleven te leiden. Hij zegt: ,,Maar Betty, we hadden toch afgesproken als broertje en zusje te zijn!''

Voor alles is duidelijk: de grote romancier past niet in dit leven, hij voelt zich een observator. Met deze optiek heeft Josée Ruiter van Couperus een tragisch personage geschapen, dat zelfs geen geluk vond in het schrijversschap. De voorstelling is intiem, mooi van taal, met als enige nadeel dat de vertolkster soms net iets te koket van stembuiging is en de theatrale middelen (het geluid van regen op de band, Indische klanken, een vingerwijzing naar de technicus) te anekdotisch. Desalniettemin krijgt de toeschouwer een zuiver inzicht, zonder overbodige pretenties, in Couperus' complexe zieleroerselen.

Voorstelling: Louis Couperus, een grote ziel. Tekst en spel: Josée Ruiter. Tournee t/m 31/5. Inl.: 070-364 02 49 of 020-420 04 40.