International Herald Tribune

De toespraak van George W. Bush over de As van het Kwaad was niet bestemd voor Irak, Iran en Noord-Korea. Die regimes hebben geen State of the Union nodig om te weten hoe de regering-Bush over hen denkt. Het beoogde gehoor bevond zich elders: in Frankrijk, Rusland en China. President Bush wilde deze landen ervan overtuigen dat hij dodelijke serieus is in zijn aanpak van schurkenstaten die massavernietigingswapens bezitten, en in zijn uitroeiing van terreurcellen. De boodschap aan Amerika's bondgenoten en vrienden is duidelijk: help ons nu de druk opvoeren, anders mag je later toekijken als wij eenzijdig en militair optreden.[...]

De Europeanen, Russen en Chinezen willen eenzijdige Amerikaanse avonturen voorkomen. Maar behalve het ministerie van Buitenlandse Zaken is de regering-Bush doof voor hun pleidooien.

Bush houdt hun voor dat hij misschien zal luisteren naar daden. Moskou en Peking moeten hard optreden tegen de stroom van technologie voor massavernietigingswapens naar en van Iran en Noord-Korea. Frankrijk, Rusland en de andere leden van de Veiligheidsraad moeten instemmen met een streng systeem van wapeninspecties voor Irak.

Er mag geen herhaling plaatsvinden van het einde van de jaren negentig dus geen onderhandelingen met Saddam Hussein, geen verwatering van de inspectieteams, geen twijfel omtrent de uitkomst als Saddam verzuimt volledig mee te werken. En Washingtons bondgenoten moeten bereid zijn om niet alleen in woord maar ook in daad mee te werken aan wapenbeheersing en non-proliferatie-akkoorden. Dat zijn de vereisten, wil de Amerikaanse sheriff zijn revolver in de holster houden.

Maar ook Washington heeft een verplichting. Het moet de medewerking van en de samenwerking met vrienden en bondgenoten de kans geven om effect te hebben.[...]

Washington moet steun zoeken voor een agressief inspectieregime, gekoppeld aan slimme sancties en meer hulp aan de Iraakse oppositie. Die instrumenten zouden Saddam en zijn wapenprogramma in de verdediging kunnen dringen en de noodzaak tot militair ingrijpen kunnen afwenden. Als Saddam weigert mee te werken, heeft Bush dan ook meer rechtvaardiging om geweld te gebruiken. [...]

Onder de regering-Clinton bewoog zo'n aanpak, ondersteund door de dreiging met geweld, Pyongyang om zijn gevaarlijke kernprogramma te bevriezen en de productie van lange-afstandsraketten op te schorten. Bush zou het ook eens zo moeten proberen. [...]

Een dergelijke benadering van Iran dat een diplomatieke sleutelrol heeft gespeeld om strijdende krijgsheren over te halen de interim-regering in Afghanistan te steunen en dat vijfhonderd miljoen dollar heeft toegezegd voor de wederopbouw van dat land kan de gematigden helpen in hun strijd met de radicale geestelijken. Dat is niet makkelijk. De geestelijken beheersen het veiligheidsbeleid: de Iraanse steun aan het terrorisme, de inspanningen om massavernietigingswapens te bemachtigen, en de pogingen om het vredesproces in het Midden-Oosten te ondermijnen. Maar Iran is een van de zeer weinige landen in de Arabische en islamitische wereld waar de VS geliefd zijn bij het volk. Washington dient samen met zijn bondgenoten de druk op de geestelijken in stand te houden, maar zich open te stellen voor de gematigden.

Wat Washingtons vrienden in Parijs, Moskou en Peking als een solistische toespraak in de oren klonk, was een oproep om harder op te treden tegen vijandige regimes met massavernietigingswapens - regimes die zich in de toekomst ook tegen hen kunnen keren. (Anthony Blinken, Center for Strategic and International Studies)