In Salt Lake City is het vooralsnog vrede op aarde

Nog onder een licht wolkendek ligt Salt Lake City in afwachting van een windje, een zonnetje en van de Olympische Winterspelen. Van extra veiligheidsmaatregelen is nauwelijks sprake. Bijna iedereen is lief.

Dertig minuten voor de landing op het vliegveld van Salt Lake City meldt de gezagvoerder van het vliegtuig dat elke passagier stevig in de stoelriemen moet gaan zitten en niet meer mag opstaan totdat de landing is volbracht. Het is een extra veiligheidsmaatregel met het oog op de Winterspelen, verklaart de gezagvoerder. Het is een van de vele die zijn getroffen om het olympische toernooi in de Amerikaanse staat Utah te behoeden voor terroristische aanslagen.

Wanneer onder het vliegtuig de besneeuwde Rocky Mountains zijn achtergelaten, ontvouwt zich onder een helderblauw firmament een wit, paradijselijk landschap. Diep beneden ligt het weidse Salt Lake City aan het bevroren Great Salt Lake. Op de olympische hoofdstad ligt een plaat van matglas. Meer dan contouren van de Mormomenbouwwerken die de stad sieren, zijn nauwelijks zichtbaar. Ogenschijnlijk ter bescherming tegen luchtaanvallen hangt boven de stad een dikke wolkenlaag. In werkelijkheid is het de natuur die zich aan de voet van de Rocky Mountains laat gelden.

Smog, het is een verschijnsel dat zich wel meer rondom Salt Lake City manifesteert. Maar nog nooit zo erg als in 1931, toen de stad liefst 38 dagen onder een mistdeken lag. Aan die historische periode wordt dezer dagen, een halve week voor de opening van de Winterspelen, opgewonden gerefereerd. Juist nu Salt Lake City zich aan de wereld wil tonen als the place to be, als de heilige stad waar de mormonen de sportiefste mensen op aarde in hun armen willen sluiten, juist nu dreigt de smog al het moois te verdonkeremanen.

De bevolking wordt al met klem verzocht geen houtkachels te ontsteken, op het plaatselijke televisiestation wordt de kijkers zowaar gevraagd de hulp van God in te roepen – wat hier overigens wel vaker wordt gedaan. Telkens wanneer de weerman in beeld verschijnt, spreekt hij de hoop uit dat vóór vrijdag – de dag van de opening – een stevige wind zal opsteken. Er zijn volgens hem tekenen die erop wijzen. Om er met een brede, optimistische lach aan toe te voegen dat het daarna weer gaat sneeuwen. Wat is er immers mooier dan witte Winterspelen onder een helblauwe hemel in paradijselijk Utah?

Van opwinding over de veiligheid is nauwelijks sprake. De olympische familie wordt hartelijk welkom geheten door de plaatselijke bevolking en de talrijke vrijwilligers. Het is vrede op aarde – en niet alleen op het territorium van de Mormon Temple, waar de onvolprezen liefde voor elkaar lijkt te overheersen. Lief, iedereen is lief. Af en toe vliegt een helicopter of een sportvliegtuigje boven de stad. Bij de ingangen van de olympische locatie staat slechts een handvol gewapende soldaten. Hoezo strenge veiligheidsmaatregelen?

De security check is vervelend. Maar wie nog goed geluimd is, raakt niet geïrriteerd door de manier waarop een soldaat zich aan je opdringt. ,,Als ik u zeg dat u hier moet komen, moet u wel meteen hierkomen'', snauwt de jongen in uniform. En: ,,U doet pas uw armen naar beneden als ik het zeg.'' Alles wat piept, zoals de drukknopen van de jas of de spijkerbroek, wordt aan een nadere inspectie onderworpen. Alles wat in broek- en jaszak hard aanvoelt, zoals bijvoorbeeld een buskaartje, moet eruit worden gehaald. En dan weer de armen spreiden, en snel. De vraag ,,moet dit elke keer als ik naar binnen wil'', wordt beantwoord door een extra betasting van het lichaam met de metaaldetector. Wie de volgende keer het hoofdperscentrum binnen wil, zal zich eerst bedenken. Het Thank you sir! klinkt oprecht, maar komt allerminst vriendelijk over.

De grote invasie moet nog beginnen. Op het vliegveld is het nog betrekkelijk rustig. Bij elke deur en trap staat een soldaat met een wapen en een vriendelijke meneer of mevrouw in de paarse olympische jas. Maandag was er in een vliegtuig, dat op weg was van Denver naar Salt Lake City, enige commotie. Een passagier vond in een magazine een briefje met de tekst dat in het vliegtuig een bom lag. De passagier overhandigde het briefje aan het cabinepersoneel, waarop de gezagvoerder onmiddellijk rechtsomkeert maakte. Na een check in Denver werden de passagiers in een ander vliegtuig alsnog naar Salt Lake City gevlogen, waar ze tegen middernacht met open armen door soldaten en gastheren en gastvrouwen werden ontvangen.

Dezelfde dag werd de snelweg Interstate 15 in het naburige Weber County een uur afgesloten omdat een verdacht pakketje in een auto was gevonden. De bomopruimingsdienst van de politie bracht de bom langs de snelweg tot ontploffing. Het bleek om een autoaccu te gaan, verpakt in een jute uienzak. Twee uur later werd een verdacht pakketje gevonden in een kantoorgebouw in Salt Lake City. Na onderzoek bleek het pakketje afbeeldingen van Jezus Christus te bevatten. Een grap. Autoriteiten vrezen dat het aantal grappen groot zal zijn dezer dagen: veel valse bommeldingen.

Het is nog vrede in Salt Lake City, weliswaar gewapende vrede. In de tabernakel van de mormonen galmen de orgelklanken als een weldadige golf over de hoofden van de nieuwsgierige bezoekers heen. Iedereen is welkom. Buiten heerst een aangename winterse temperatuur, rond het vriespunt. Op het plein voor de mormonentempel ligt een zwerver met een lange baard. De mormonenzusters in hun lange zwarte capes lopen glimlachend heen en weer en laten de man met rust. Hij doet immers niemand kwaad. Langzaam breekt de zon door. Er lijkt zelfs sprake van een briesje. Salt Lake City is klaar voor de negentiende Winterspelen.

dossier winterspelen 2002: www.nrc.nl/OS2002