HBO zou boetekleed moeten aantrekken

Het artikel van de voorzitter van de HBO-raad, Frans Leijnse, over gesjoemel bij hbo-instelingen bevat een aantal vreemde gedachten (Opiniepagina, 5 februari). Als het door het rijk instandgehouden onderwijs al fraudeert is het de schuld van gebrek aan kwaliteit van het commerciële onderwijs. Commercie kan niet goed zijn. Commerciële instituten hebben de zo brave staatsinstellingen verleid tot mogelijk onoorbare praktijken. Die samenwerking is aan herziening toe. Zijn verstandige hbo-instellingen hebben de samenwerking dan ook opgezegd. Dixit Leijnse.

In plaats van het boetekleed aan te trekken en beterschap te beloven zoekt hij de oorzaak van frauduleus handelen door hbo-instellingen in marktwerking en onduidelijke regelgeving.

Niet frauduleus handelen maar calculerend optreden van hogescholen is aan de orde. Miljoenenfraude wordt afgedaan als een marginaal verschijnsel. Hij verwacht dat hogescholen de teveel geclaimde overheidsgelden moeten terugstorten, maar rept in het geheel niet over de verantwoording die door besturen van hogescholen zal moeten worden afgelegd.

Leijnse negeert het rechtvaardigheidsgeoel van de gemiddelde burger. Bovendien is het opmerkelijk dat Leijnse veel sneller dan het zeer professionele accountantsteam van minister Hermans zijn conclusies kan trekken. Dit voor zijn beurt spreken heeft ongetwijfeld een bedoeling. Moeten we alvast wennen aan een beetje fraude zodat de klap straks minder zwaar aankomt?

Hopelijk levert deze kwestie een situatie op waarbij het particuliere- en rijksbekostigde hbo-onderwijs verder kan gaan op een schoon speelveld met heldere regels en een rechtvaardige scheidsrechter in de persoon van de minister.

Dan is ondanks alle commotie veel gewonnen. De eerste stap naar een transparante onderwijsmarkt is dan gezet.

Peter W. H. de Jong is oud-bestuurder aan twee hogescholen in Deventer.