Grote schikkingen

VRAAGTEKENS bij grote schikkingen in strafzaken zijn niet van vandaag of gisteren. In de jaren tachtig was er ophef over het afkopen van een strafvervolging door het Rotterdamse scheepsreinigingsbedrijf Booy Clean, in de jaren negentig over een transactie door twee hoofdpersonen uit het Delta-onderzoek naar georganiseerde criminaliteit. Ministers van Justitie hebben dit soort praktijken steeds verdedigd. Maar er was één proviso: bepalend zijn slechts de uitkomst van het onderzoek en de merites van de zaak, en níet overwegingen als looptijd en benodigde menskracht. Aldus de minister van Justitie in april 1997.

Super-PG De Wijkerslooth van het openbaar ministerie (OM) heeft geen boodschap aan deze verzekering. Hij wil méér grote transacties om schaarse zittingscapaciteit te sparen. Deze vormt inderdaad een probleem. Het juiste antwoord is niet een vorm van ,,bedrijvenjustitie'', zoals het Kamerlid Van Oven (PvdA) het snedig noemde, maar een scherpere selectie van zaken die worden voorgebracht. Als het geheel vernieuwde, gestroomlijnde OM daar zelf niet toe in staat is, is het de taak van de Tweede Kamer via de minister van Justitie de grenzen aan te geven.

De politiek bewaakt de grote lijnen van de strafvervolging. Het is echter gevaarlijk voor de volksvertegenwoordiging, en trouwens ook voor de minister, zich direct met de afdoening van afzonderlijke strafzaken te bemoeien. Het OM is geen willekeurige buitendienst van het departement, maar een orgaan met een eigen justitiële taakopdracht. Dat lijken Kamerleden als Dittrich (D66), die het al onbehoorlijk vindt dat De Wijkerslooth überhaupt zijn mening gaf, wel eens te vergeten. De grote transactie is historisch gezien bepaald niet vanzelfsprekend; de twijfels gaan terug tot voor de Franse tijd. Toch heeft de wetgever in 1983 de mogelijkheden bewust verruimd. Als de Kamer daar op terug wil komen, moet zij dat zeggen, maar niet kleingeestig zeuren.