Eindelijk erkenning voor Hongaren

Sinds januari biedt de Hongaarse regering de Hongaarse minderheden in alle buurlanden speciale faciliteiten. De minderheden leven op.

Twee hoogbejaarde mannen strompelen vloekend en tierend de trap af. Beneden aangekomen bij het Hongaarse registratiebureau zijn ze zo over hun toeren dat de aanwezige ambtenaren even bleek wegtrekken. ,,Schande, schande, pure schande'', zwaait er één met zijn armen. Even heerst er totale verwarring. Dan blijkt dat de schande niet het net geopende registratiebureau betreft, maar het feit dat de Hongaren in Roemenië meer dan tachtig jaar hebben moeten wachten op officiële Hongaarse documenten.

De emoties lopen hoog op.

Sinds eind januari kunnen leden van de Hongaarse minderheid zich op twintig plaatsen in Roemenië laten registreren voor Hongaarse identiteitsbewijzen. Daarmee kunnen ze straks gebruik maken van bepaalde voorkeursregelingen in Hongarije: vier keer per jaar gratis reizen, toegang tot gezondheidszorg, tot scholen en universiteiten en tot culturele organisaties. Het Hongaarse identiteitsbewijs geeft ook recht op een soort kinderbijslag aan ouders die minstens twee kinderen in Roemenië naar Hongaarstalige scholen sturen.

De anderhalf miljoen Roemeense Hongaren die in 1921 door de vredesbepalingen van het verdrag van Trianon van het moederland Hongarije afgesneden raakten, hebben lang moeten wachten op een gebaar uit Boedapest. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft geen Hongaarse regering haar vingers meer durven branden aan dit pijnlijke onderwerp. Tijdens het communisme vierde de broederschap der volken hoogtij. Het Hongaarse nationalisme werd op één lijn gesteld met `revanchisme'. Na het communisme werd het niet veel beter: de minste ontwikkeling leidde tot heftige reacties tussen Boekarest en Boedapest. Uiteindelijk leek het iedereen beter om zo min mogelijk in de soep te roeren.

We voelden ons vergeten en in de steek gelaten, vertelt Gyula Ilyés, onderburgemeester van Satu Mare en Hongaar. ,,Het is heel belangrijk voor ons dat Hongarije ons nu weer ziet staan. Wij Roemeense Hongaren krijgen in Boedapest complimentjes omdat we zo goed Hongaars spreken. Hoe zo goed? Dat is toch niet te geloven? Wij zíjn toch gewoon Hongaren!''

In Satu Mare vindt de registratie van Hongaren plaats in de kelder van het gebouw van de politieke partij van de minderheid, de RMDSz. Het ligt allemaal heel gevoelig. Daarom worden de Hongaarse identiteitsbewijzen bijvoorbeeld niet in Roemenië zelf afgegeven. Wie zich nu opgeeft en aan de voorwaarden blijkt te voldoen - zal over een paar maanden naar Hongarije moeten reizen om de documenten op te halen.

Aanvankelijk wilde de Roemeense regering helemaal niets van de Hongaarse plannen weten. De Hongaren mochten in Hongarije doen wat ze wilden, maar in Roemenië moesten ze de Roemeense wet respecteren, meende Boekarest. Met kerst werd plotseling een doorbraak bereikt. Na enige koehandel mochten de Hongaren hun statuswet onder bepaalde voorwaarden uitvoeren als Hongarije de arbeidsmarkt zou openstellen voor Roemenen die drie maanden willen komen werken. De Hongaarse premier, Viktor Orbán, aarzelde niet lang. Hij ziet de wet nog steeds als een groot succes: eindelijk krijgen de Hongaren buiten de grenzen een eigen status. In de aanloop naar de verkiezingen van april laat de conservatieve premier geen gelegenheid onbenut om de voordelen te benadrukken van het opnieuw aanknopen van culturele en economische contacten met mede-Hongaren aan de andere kant van de grens.

De linkse oppositie in Hongarije speelt haar eigen spel. De socialisten schetsen het schrikbeeld van een vloedgolf van Roemeense en Roemeens-Hongaarse seizoenwerkers in het oosten van Hongarije, waar toch al niet zoveel werk te vinden is. Volgens een opinieonderzoek in het weekblad HVG zijn de meeste Hongaren daar ook bang voor. Tachtig procent vreest dat het land overspoeld wordt door Roemeense arbeidskrachten, zeventig procent maakt zich zorgen over de toestroom van Roemeens-Hongaarse arbeidskrachten.

Onderburgemeester Ilyés kijkt vermoeid. ,,Dit debat in Boedapest is ontzettend stom. Het is echt heel slecht voor ons. Alle partijen krijgen zo argwaan jegens ons.'' Maar, zegt hij dan berustend, een politiek moment als dit brengt nou eenmaal altijd debat met zich mee.

Begin jaren negentig noemde József Antal zich premier van vijftien miljoen Hongaren, tien miljoen binnen de landgrenzen en vijf miljoen daarbuiten. De buurlanden stonden op de achterste benen en de anti-Hongaarse gevoelens in Roemenië vlamden op. De centrum-rechtse regering van Viktor Orbán speelt het slimmer: ,,Het doet er niet toe of ik vind dat ik de premier van vijftien miljoen Hongaren ben, het doet ertoe wat vijftien miljoen Hongaren vinden.''

De Hongaren van Satu Mare maken duidelijk wat ze vinden door zich met honderden tegelijk aan te melden. ,,Niet zozeer om de praktische voordelen, maar vooral om eindelijk dat papiertje te hebben'', zegt een vrouw. ,,We zien het als een erkenning dat we Hongaar zijn, hoewel we tachtig jaar geleden van de ene dag op de andere buitenlanders werden in ons eigen land'', aldus Ilyés.