Een gebaar, geen schadevergoeding

Het contrast tussen de schadeafwikkeling van `11september' en de vuurwerkramp in Enschede is groot. De Amerikaanse overheid verstrekt forse vergoedingen. In Nederland blijft het bij een `financiële tegemoetkoming'.

`Amerikaanse toestanden' zijn in Nederland ver te zoeken. Voor de slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede is dat jammer als je de behandeling van de slachtoffers van `11 september' tenminste als norm neemt. De nabestaanden van een 35-jarige getrouwde vader van twee kinderen met een salaris van ongeveer 55.000 euro per jaar die bij de aanslagen in Amerika om het leven kwam, krijgen van de overheid 1.935.173 dollar, bijna 1,7 miljoen euro. De nabestaanden van eenzelfde kostwinner die bij de ramp in Enschede is gestorven, weten nog niet wat zij krijgen en mogen blij zijn als het te zijner tijd eentiende bedraagt van wat de Amerikaanse overheid uitkeert.

`11 september' was een omvangrijker ramp dan Enschede en betrof geen ongeluk maar een opzettelijke aanval op de hele natie. De collectieve wil om individuele slachtoffers te helpen is daardoor groter dan ooit in de Amerikaanse geschiedenis. Ook is de Amerikaanse `claimcultuur' door het gebrek aan sociale voorzieningen sterker ontwikkeld dan in Nederland. Het verschil in benadering van de slachtoffers in Enschede en de VS is niettemin noemenswaardig. Enschede werd door het Nationaal Rampenfonds immers ook uitgeroepen tot `nationale ramp' en premier Kok beloofde kort na de ramp dat hij de slachtoffers niet in de kou zou laten staan. Bovendien speelde volgens het rapport-Oosting falen en dus mogelijk aansprakelijkheid van de overheid in Enschede een rol.

De commissie-Van Lith de Jeude, ingesteld om te becijferen wat de overheid aan de slachtoffers in Enschede gaat uitkeren, kreeg nadrukkelijk opdracht een ,,financiële tegemoetkoming'' te regelen, géén schadevergoeding. De overheid maakt een gebaar, zo luidt het nadrukkelijk. Zij voelt zich niet wettelijk verplicht iets te doen.

De Amerikaanse regering voelde zich evenmin verplicht, maar nam elf dagen na de aanslagen wel een wet aan voor schadevergoeding. De Amerikaanse letselschadeadvocaat Kenneth Feinberg, bekend van omvangrijke schadeprocessen, werd aangewezen als special master van een grootschalige schadevergoedingsoperatie. Feinberg heeft inmiddels vrij precies becijferd waar het op uit moet draaien. Voor iedere overledene wordt 250.000 dollar betaald aan smartengeld. Per nabestaande, echtgenote of minderjarig kind wordt dat bedrag verhoogd met 50.000 dollar.

Voor de materiële schade van nabestaanden kwam Feinberg, met gebruik van een nauw omschreven model dat rekening houdt met samenstelling van het gezin en salaris, uit op bedragen van minimaal 500.000 dollar (voor een zestigjarige vader van twee kinderen met een jaarinkomen van 10.000 dollar) tot maximaal 3,8 miljoen dollar (voor een 35-jarige vader van twee kinderen met een jaarinkomen van 225.000 dollar). Op voorwaarde dat de slachtoffers afzien van verdere juridische procedures wordt de claim binnen 120 dagen behandeld. Tot die tijd kunnen slachtoffers voorschotten krijgen tot 50.000 dollar.

De Nederlandse letselschade-advocaat John Beer, die in een gerechtelijke procedure bij de rechtbank in Den Haag de aansprakelijkheid tracht aan te tonen van de Nederlandse overheid bij de ramp in Enschede, vindt het contrast met Nederland treffend. ,,In de VS stond de schaderegeling binnen elf dagen al op de agenda. Een paar maanden later was de raming klaar'', zegt hij ,,In Enschede wil de overheid niet eens weten wat de werkelijke schade is.''

De Nederlandse commissie, die wordt geleid door burgemeester J. van Lidth de Jeude van Deventer, bestaat uit ambtenaren en vertegenwoordigers van het verzekeringswezen. Letselschade-advocaten zijn niet geraadpleegd. Dat hoeft ook niet, zegt Van Lidth de Jeude zelf, want de commissie had geen opdracht om de reële schade van de slachtoffers te berekenen. ,,Het gaat om de invulling van maatschappelijke solidariteit'', onderstreept hij.

De commissie heeft geraamd dat het totale bedrag van de tegemoetkomingen die de overheid gaat verstrekken, zal uitkomen op ongeveer 15 miljoen euro. De berekeningen hebben geen wettelijke basis. Ze weerspiegelen wat de commissie binnen de marges die het kabinet stelt redelijk vindt. Wat voor de slachtoffers daadwerkelijk redelijk is, is niet serieus onderzocht. Want, zo redeneert de regering, als schadeloosstelling door de overheid na rampen de norm wordt, waar ligt dan de grens? Dan kloppen slachtoffers van verkeersongelukken straks ook aan. Kringen rond de commissie vinden de vergelijking met de Amerikaanse schadevergoeding na de aanslagen onredelijk: de Amerikaanse overheid had bij een ramp zoals die in Enschede waarschijnlijk helemaal niets gedaan, zo luidt het verweer.

Net als bij het geven van een cadeau houdt de overheid de regie zelf strak in handen. Referenties aan de rechten van slachtoffers worden nadrukkelijk vermeden. Van Lidth de Jeude wil de bedragen die worden uitgekeerd wegens blijvende invaliditeit bijvoorbeeld géén smartengeld noemen. ,,Dat wordt namelijk geassocieerd met aansprakelijkheid'', zegt hij. Maar als het geen smartengeld is, wat is het dan wel? vraagt advocaat Beer zich af. ,,Alleen al voor de fiscus zal je het toch een naam moeten geven.''

Beer heeft bezwaar tegen de aanpak van de commissie. ,,Er wordt gesuggereerd dat ze een methode hanteren, maar eigenlijk doen ze maar wat. De berekeningen laten niet zien wat er echt aan de hand is.'' Een jonge carrièremaker die door de ramp arbeidsongeschikt is geworden, komt er volgens Beer bijvoorbeeld bekaaid vanaf. ,,Als je voor de rest van je leven arbeidsongeschikt bent, heb je aan die eenmalige uitkering wegens invaliditeit niet zoveel.''

Liever had Beer gezien dat een reële raming van de schade was gemaakt en dat de overheid vervolgens had aangeboden daarvan een deel te betalen. De tegemoetkoming is voor Beer vooralsnog in ieder geval geen reden om de procedure af te gelasten die hij tegen de overheid heeft aangespannen. Die procedure kan nog jaren duren. Pas als de rechter de overheid aansprakelijk stelt, zal worden bepaald wat de echte schade is en kan die worden verhaald. Tot het zover is als het ooit zover komt moeten de slachtoffers het doen met het `gebaar' van de commissie.