Bush negeert partners

De Verenigde Staten moeten de strijd aangaan met de As van het Kwaad, verklaarde George Bush vorige week in zijn State of the Union. Maar de vraag is: gaan we die strijd alleen voeren?

De laatste keer dat we tegen een as streden, hadden we bondgenoten. Dankzij dat bondgenootschap wonnen we de Tweede Wereldoorlog, en dankzij een ander bondgenootschap werd in de decennia daarna de vrede bewaard. Maar nu Amerika zich waagt aan een nieuwe mondiale oorlog, lijkt de president het liefst zijn eigen weg te gaan.

Bush zelf was maar al te blij met bondgenoten in de bange dagen na 11 september. In zijn toespraak tot het Congres van 20 september beriep hij zich op de doden uit ,,tachtig landen'' als rechtvaardiging voor Amerikaans optreden. En met een blik naar de bezoekersgalerij zei hij ,,vereerd'' te zijn met de aanwezigheid van de Engelse premier, Tony Blair. In de maanden daarna werkte Amerika samen met Engeland, de Navo en de Verenigde Naties om Afghanistan te bevrijden. En nog altijd dragen meerdere landen de last van de vredeshandhaving en wederopbouw.

Zoals Bush vorige week dinsdag zei ,,is de oorlog tegen de terreur nu wel goed begonnen, maar het is nog niet meer dan een begin.'' Hoe staat het dan met de alliantie? Daaraan lijkt de president geen belang meer te hechten. Hij maakte een paar vage toespelingen op ,,bondgenoten'', maar noemde niet speciaal Blair of Engeland, laat staan dat er een bedankje af kon. En ook geen woord over andere trouwe vrienden als Canada, Duitsland en Japan, of enige erkenning voor de NAVO of de Verenigde Naties. Wel nam Bush de tijd om de leiders van Afghanistan en Pakistan te bedanken, maar dat zijn meer vazallen dan bondgenoten.

Amerika zou in de volgende gevechtsronde meer en betere bondgenoten hebben als Bush blijk had gegeven van waardering voor zijn strijdmakkers in de laatste ronde. Het kan kinderachtig lijken om geopolitiek te reduceren tot persoonlijkheden, maar het ligt in de menselijke aard dat leiders erkenning voor hun daden willen.

Bush, die in zijn toespraak wel de tijd nam om zijn binnenlandse gelegenheidsbondgenoot Ted Kennedy met lof te overladen, heeft niet zomaar verzuimd om die internationale bondgenoten te bedanken. Zo gaan presidenten niet te werk, en zo gaat ook de familie Bush niet te werk. De president heeft zijn makkers dus met een reden in de kou laten staan.

Maar welke reden? Vermoedelijk gaat Bush ervan uit dat zijn bondgenoten in de oorlog tegen Al-Qaeda hem niet zullen steunen in aanvallen op de mogelijke volgende doelen van de As van het Kwaad: Iran, Irak en Noord-Korea. Dan is het maar beter, denken de Bushies misschien, om de bondgenoten te laten vallen voordat zij de Verenigde Staten laten vallen.

Uit beperkt militair gezichtspunt doet Bush er verstandig aan om zijn eigen weg te gaan. Maar als, zoals hij zegt, het bredere doel een wereld is waarin landen blijvend worden beschermd tegen terreur, in het bijzonder met massavernietigingswapens, dan is een vergaander oplossing nodig. Dat is een taak van de lange termijn. Zoals de president erkende: ,,Deze campagne duurt misschien wel langer dan wij hier zijn.'' Maar hij kwam niet met een klinkende of gedenkwaardige leus om de toehoorders geestdriftig bij die lange taak te betrekken.

Zestig jaar geleden dacht Franklin Roosevelt vooruit: nadat de oorlog was gewonnen, wilde hij ook de vrede winnen. Daarom had hij al tijdens de oorlog het idee gelanceerd van de Verenigde Naties, als een symbool voor het gemeenschappelijke doel van de Geallieerden. Vorige week dinsdag praatte Bush uitsluitend over oorlog.

J. Pinkerton is columnist van Newsday. © LAT/WP newsservice