Brinkhorst principieel in affaire met Cuba

Minister Brinkhorst (Landbouw) zegde gisteren een handelsmissie naar Cuba af omdat de CNV-voorman niet mee mag. Die heeft nog een persoonlijke rekening openstaan met Fidel Castro.

De Tweede Kamer hoefde gisteren nauwelijks aan te dringen om de reisplannen van minister Brinkhorst (Landbouw) te veranderen. Volgende week zou hij met een handelsmissie naar Cuba gaan, maar de Cubaanse autoriteiten hadden onoverkomelijk bezwaar tegen één lid van zijn delegatie: voorzitter Doekle Terpstra van de vakcentrale CNV kreeg geen visum.

,,Meneer Terpstra is toch niet zo'n extremist'', zei Tweede-Kamerlid Koenders (PvdA) later op de dag op ironische toon voor de radio. Maar het was niet de motivatie van de Cubaanse autoriteiten die in de Kamer verontwaardiging wekte. CDA, PvdA, VVD en GroenLinks wilden van Brinkhorst weten of hij Cubaanse bemoeienis met de samenstelling van de Nederlandse delegatie acceptabel vond. Een principekwestie.

,,Nee'', zei Brinkhorst daarop zonder omwegen, ,,dat is de verantwoordelijkheid van het Nederlandse kabinet, niet van de Cubanen.'' Hij zegde de missie ter plaatse, in de Kamer, af. De ,,kritische dialoog'' die de regering met Cuba wil voeren over de mensenrechten wordt op een andere manier voortgezet, beloofde hij.

Cuba en de CNV hebben iets met elkaar. In oktober 1999 reisde Terpstra mee met staatssecretaris Ybema (Buitenlandse Handel), de eerste Nederlandse bewindsman sinds dertig jaar die Cuba bezocht. De deelname van vakbonden aan de handelsmissie was toen een primeur, en is sindsdien een poldertraditietje geworden: zeker naar omstreden landen reist de vakbond mee om de sociale rechten aan de orde te stellen. Wie de Nederlandse koopman – onder ministeriële begeleiding – uitnodigt, krijgt ook de dominee op bezoek.

Een jaar later wilde Terpstra weer naar Havana, nu om een congres te bezoeken van de christelijke, door het regime verboden vakbond CUTC. Hij kreeg geen visum, CUTC-voorman Pedro Pablo Alvarez verdween drie maanden in het gevang en de autoriteiten confisqueerden een bijdrage van 6.000 dollar van het CNV aan het congres. En daar ging het pas echt mis.

Midden vorig jaar richtte Terpstra een ,,persoonlijke, heel beleefde brief'', zoals hij zelf zegt, aan de Cubaanse president Fidel Castro waarin hij dit ,,zonder reden in beslag genomen'' bedrag terugvroeg. Antwoord kreeg hij nooit, maar sindsdien is Terpstra definitief persona non grata in Cuba. Toen de Nederlandse regering eind vorige week begreep dat Cuba van dit standpunt niet was af te brengen, leidde dat niet meteen tot een afzegging. Volgens Terpstra vroeg de regering het CNV eerst een ander te sturen. Pas vlak voordat Brinkhorst zich in de Kamer principieel toonde, had Terpstra deze optie per telefoon afgewezen.

Na afloop prees Terpstra niettemin ruimhartig ,,de principiële koers'' van het kabinet. Hij sprak van ,,een geweldige steun aan de dissidenten in Cuba en de CUTC.'' Verderop in de wandelgangen luchtte Brinkhorst zijn hart. Hij noemde Terpstra's brief een `slap in the face' van het regime en concludeerde fijntjes: ,,Diplomatie is niet iedereen gegeven.''