Bezield typograaf

In het eerste zogenoemde Smoelenboek van stichting Drukwerk in de Marge noemde Huib van Krimpen, als uitbater/eigenaar van de Blauwe Maandag Pers, zich `boekverzorger/letterkundige'. Hij had daar aan toe kunnen voegen: vertaler, typograaf, schrijver, verzamelaar van deegsculptuurtjes en Mexicaanse volkskunst, boekvormer, polemicus, kommaneuker en literaire smulpaap. Van Krimpen overleed zaterdag op 84-jarige leeftijd in Amsterdam.

Huib van Krimpen was een beschaafd gepassioneerd man. Hij vertaalde, net als zijn echtgenote, niet slechts om den brode maar tevens uit liefde voor een tekst. Zo vertaalde hij de autobiografie van fotograaf Erwin Blumenfeld, Spiegelbeeld, niet naar de Duits- of Franstalige editie maar, zoals het hoort, naar het oorspronkelijke manuscript. Dat nam hem een kwart eeuw geleden voor mij in. Ik kende hem lang voor ik hem in levende lijve zag. Eindelijk iemand die z'n talen sprak, die lezen als een vorm van ademen beschouwde, vertrouwd was met ligatuur en literatuur, zethaak en hoerenjong en typografie beschouwde als `een intellectuele bezigheid'.

Als zoon van de befaamde letterontwerper J(an) van Krimpen had Huib het vermoedelijk niet makkelijk. Eind vorige eeuw bezocht ik in Israel de legendarische typograaf Henri Friedlaender, die Huib wegwijs maakte. Friedlaender noemde zijn leerling `een talentierte schat'. Ik schoot in de lach, wierp tegen dat Huib soms wel erg wijsneuzig was. Repliek: ,,Tsja, Huib weet nu eenmaal dat typografie gevaarlijk logisch is.''

,,Wie iets over een gewaardeerde collega wil zeggen komt gemakkelijk in de problemen'', zo luidt de eerste regel van Huib van Krimpens bijdrage aan het huldeboek Piet C. Cossee. 50 jaar typograaf (1987). Typografie lost alle problemen op, op voorwaarde dat de typograaf onzichtbaar blijft. Dat oogt paradoxaal, maar het is Huib van Krimpen gelukt. Wat overblijft is zijn standaardwerk Boek over het maken van boeken.