Bank wil beurs beconcurreren

De effectenbeurs krijgt er nieuwe concurrentie bij. Zijn grootste klanten, de grootbanken ING, ABN Amro en Rabobank, willen in de toekomst ook zelf voor beurs kunnen spelen.

Het ligt zo voor de hand. Een particuliere belegger geeft zijn bank de opdracht een setje aandelen Ahold te kopen. Toevallig heeft de bank ook nog wat cliënten die van hun Ahold-stukken afwillen. Gewoon tegen elkaar wegstrepen. Makkelijk en goedkoop voor de belegger, vindt de bank. Waarom zou zo'n kooporder via de beurs moeten lopen? Dan moet er weer extra worden betaald voor de transactiekosten, die onlangs fors zijn gestegen. Alleen al een concern als Rabobank voerde voor zijn klanten, van wie een groot deel particuliere beleggers zijn, vorig jaar 3,1 miljoen effecten- en optieorders uit.

Het onderwerp staat weer hoog op de agenda van de financiële beslissers in Amsterdam: het in jargon genoemde inhouse matching, het binnenshuis afhandelen van effectenorders. De grootbanken zijn voor, alleen treden ze er officieel nog niet mee naar buiten. We wachten eerst af wat de Stichting Toezicht Effectenverkeer besluit met betrekking tot dit onderwerp, zo luidt hun officiële reactie. De kleinere effectenbanken zijn samen met de effectenbeurs tegen de plannen van de grootbanken.

Sinds begin jaren negentig is het regel dat de banken retailorders (voor particulieren) via Beursplein 5 laten lopen. Grote orders van professionele partijen mogen wel buiten de beurs worden gesloten. Maar dat zijn oude afspraken, gemaakt toen de beurs nog een Vereniging was, en zijn klanten vooraanstaande leden. Tegenwoordig is Euronext is NV.

,,Wij zijn een commercieel bedrijf. Dan kan je er niet meer dat soort regels op nahouden die leiden tot verplichte winkelnering'', zegt George Möller, bestuurder van Euronext. Het woord is wat hem betreft nu aan de Stichting Effectenverkeer, die onderzoekt hoe dit onderwerp moet worden aangepakt.

Maar de stellingen zijn betrokken. Het gaat volgens Möller om een principiële kwestie. Als de banken voor beurs willen spelen, dan moeten ze ook aan dezelfde regels voldoen. Dan moeten ze er ook vergunning voor aanvragen. En hoe moet de beurswaakhond toezicht houden op banken die als financiële markten opereren?

,,Het is slecht voor de prijsvorming'', weet Möller. Hij verwijst naar Londen, waar inhouse matching is toegestaan. ,,Transacties van particulieren worden daar intern afgehandeld, en je ziet dat de prijsvorming veel slechter is. Dat leidt tot hogere kosten voor beleggers.'' De beste prijs komt in zijn optiek tot stand op een centrale marktplaats, waar alle aanbod en vraag elkaar vinden.

Voor de grootbanken is Euronext echter te duur aan het worden. De Amsterdamse effectenbeurs fuseerde in 2000 met de beurzen van Parijs en Brussel. De daarmee gepaard gaande schaalvergroting zou tot kostenverlagingen moeten leiden. Daar is weinig van terechtgekomen. De effectenbranche mort steeds luider over de hoge kosten.

Sinds 1 januari betalen beursfirma's geen eenmalige kosten meer voor een effectenorder, maar per tranche. Een kooporder van 10.000 aandelen kan uit meerdere tranches bestaan, waarvoor elke keer transactiekosten van maximaal 1,35 euro moeten worden betaald. De beurs stelt daar tegenover, dat er nu ook in Lissabon, Brussel en Parijs kan worden gehandeld.

Een van grootbanken concludeert in een interne notitie dat de beurskosten sinds de fusie met bijna 20 procent omhoog zijn gegaan. De beurs heeft ook een nieuwe zogenoemde `SLE-fee' ingevoerd. Het gaat daarbij om kosten voor aansluitingen op het internationale handelsplatform van Euronext. De maandelijkse kosten gaan voor sommige beurspartijen hierdoor met duizenden euro's omhoog. Daarnaast constateert de bank dat Euronext met torenhoge schulden zit, vooral als gevolg van de overname van derivatenbeurs Liffe. Dat geld zal moeten worden terugverdiend. De boodschap is duidelijk: gaan de kosten niet omlaag, dan is inhouse matching een serieuze optie.