Vogelspotters

De echtgenote van een beroemde Nederlandse (ex-)wielrenner vroeg me eens op klaaglijke toon: ,,Zeg, ben jij na je carrière ook zo in een zwart gat gevallen?''

Het woordje `ook' was een openbaring. Achter de welopgevoede, nuchtere echtgenoot had ik nog niet de afvoer van een douchebak vermoed ik dacht hem te kennen. Een persoon blijkt toch meer te zijn dan hoe een ander hem ziet. ,,Mijn leven is één zwart gat, dus van een overgang heb ik niets gemerkt'', zei ik ter geruststelling.

De echtgenoot in kwestie doet momenteel, met wisselend succes, iets voor de televisie.

Het had erger gekund.

Anton Geesink is misschien nog wel het minst ongelukkige voorbeeld van de oud-sportcrack die zich waagt in het vijandelijke kamp der bobo's. Anton heeft principes. Waar hij vóór gaat liggen als het moet. En dan ligt er ook wat `in het belang van de sport'. Terecht dat Geesink door het IOC voor de topfunctie `hoofdgedelegeerde' wordt afgevaardigd naar Salt Lake City. Onanie is één ding, olympisch onaneren is voor weinigen weggelegd. Anton kan het.

De oud-olympische goudhaan Johan Olav Koss is minder subtiel in voornoemde bezigheid. Deze noviet in boboland liet zich eens ontvallen in het belang van de sport, alweer dat elke dopingzondaar beboet dient te worden met de lieve somma van pak hem beet twee ton (euro). Op obscene wijze poogde Koss de negatieve suggesties die nog steeds rondom zijn eigen eremetaal dansen te ontzenuwen: drogeren, dat doen de anderen.

Ik keek zondag naar het wereldkampioenschap veldrijden in Zolder en verlangde opeens naar Anton Geesink en Johan Olav Koss. Het ging hard daar in Zolder. Erg hard. Bijna zo hard als in een wegwedstrijd. Van dwangbuisfietsen wat veldrijden hoort te zijn was geen sprake. Dat bleek ook de bedoeling. De organisatoren hadden zich voor wat het parcours betreft laten adviseren door een bobo. De bobo had gezegd: we gaan voor een massasprint, want dan is het tot op het laatst spannend voor de mensen, en wat spannend is voor de mensen is weer in het belang van de sport. Die bobo heette: Adri van der Poel.

Ik geef toe, het wás spannend in Zolder. Maar onbevredigend spannend. Geen lijk strompelde de finish over. Het parcours was een sof. Een oud wielergezegde luidt: de winnaar mag fris ogen, de rest zweet zweren. Adri van der Poel had een excursie voor vogelspotters uitgezet.

In het belang van de sport het moet zwaarder, veel zwaarder. Van der Poel, tamelijk vers uit het vak, moet toch weten dat er nauwelijks nog iemand kapot gaat door die moderne pillen en ampullen en computergestuurde trainingsschema's en manipulators van de psyche. Ik pleit voor een verdubbeling van de afstanden, een verdubbeling van de beklimmingen, meer regen en meer wind.

Ze moeten kapot, die wielrenners, ouderwets kapot. Ze hebben er recht op.