Spaanse bouwer wil baggerpoot

Het Spaanse bouwconcern Dragados heeft een bod uitgebracht op het Nederlandse bouw- en baggerconcern HBG.

Wie wel eens door Spanje rijdt ziet altijd wel ergens werkzaamheden: de aanleg van een stuwmeer of de bouw van een viaduct voor de hogesnelheidstrein. Gerede kans dat er dan een bord staat waarop Dragados zegt aan het project mee te bouwen. Want Dragados behoort, samen met het net iets grotere FCC, tot Spanje's grootste bouwers.

Meer dan honderd stuwmeren, 6.500 kilometer aan wegen, 2.500 bruggen en 200 kilometer tunnels heeft Dragados op zijn naam staan. Tel daarbij het werk aan spoorwegen, metronetwerken, havens en luchthavens en grote civiele bouwwerken als ziekenhuizen, winkelcentra, hotels, sportcomplexen, bedrijfsgebouwen en musea, en je beseft dat Dragados een van de grootste aannemers van Spanje moet zijn.

Het bedrijf staat nummer zestien op de ranglijst van grote Spaanse ondernemingen, net achter concurrent FCC. Internationaal timmert de onderneming aan de weg met dochterbedrijven in Europa, Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Op dit moment komt reeds een kwart van de omzet van Dragados uit het buitenland. Alleen Nederland ontbrak nog in het lijstje, wat nu met de overneming van HBG wordt goedgemaakt.

De Spaanse bouwbedrijven hebben de laatste vijftien jaar goede tijden doorgemaakt. Gesteund door de miljarden aan euro's van de Europese Unie heeft Spanje zijn achterstand op het gebied van grote infrastructurele werken in hoog tempo weggewerkt. Dat betekende een thuismarkt, die als uitvalsbasis voor de bouwconcerns kon dienen. Nu Spanje de Europese steun voor bouwerken – met een totaal aan 19 miljard euro – tot 2007 opnieuw heeft gegarandeerd, is de bouwmarkt ook de komende jaren aan opdrachten veiliggesteld.

Dragados zich de afgelopen jaren ook gericht op diversificatie. Inmiddels is de onderneming wereldleider in de aanleg, het onderhoud en beheer van tolwegen. Daarnaast wil Dragados verder groeien in havenbeheer, een andere dienstverlening waarmee het zijn activiteiten heeft verbreed. Nu wegens de crisis in Argentinië op de Latijns-Amerikaanse markt behoedzamer wordt geopereerd, staat Europa weer meer in de belangstelling.

Voorheen waren het vooral Nederlandse bedrijven die in Spanje kochten (zoals Heineken, ABN-Amro en Akzo), maar die trend is omgekeerd. Zo nam de hotelketen NH Krasnapolsky over, was het elektrabedrijf Endesa in Nederland actief en kocht Telefnica na de mislukte overneming van KPN het mediabedrijf Endemol.

Bij zulke Spaanse aankopen is het altijd interessant te weten welke bank er achter de onderneming staat. Veel besluiten worden tenslotte door de bank genomen. Bij Dragados is dat de Spaanse grootbank Santander Central Hispano (SCH), die grofweg een kwart van het aandelenkapitaal van Dragados in handen heeft. SCH, meer in het bijzonder bankpresident Emilio BotÓn, geldt als de meest ambitieuze financiers van Spanje. De complete overname van HBG is in zekere zin ongebruikelijk. Want doorgaans maakt bankier BotÓn liever gebruik van strategische allianties via de aankoop van een belangrijk minderheidspakket.

Door de overname krijgt Dragados toegang tot het klantenbestand van HBG. Op zijn beurt worden de markten van Dragados toegankelijk voor HBG. Dat kan vooral `synergie-effecten' betekenen in de baggermarkt, waar HBG stevig vertegenwoordigd is. Bij zijn havenactiviteiten in Noord-Afrika en Zuid-Amerika kan Dragados nu HBG inzetten.

Gerectificeerd

Dragados

De in het artikel Spaanse bouwer wil baggerpoot (5 februari, pagina 15) genoemde bankier heet niet Emilio Botón, maar Botín.