Poëzieclubblad overtuigt nog niet

Een jaar geleden, op de tweede landelijke gedichtendag, kondigde Gerrit Komrij de oprichting van zijn PoëzieClub aan. Die zou ook een blad gaan uitgeven, een clubblad, voor poëzieliefhebbers. Op de derde landelijke gedichtendag, afgelopen donderdag, werd het eerste nummer van het blad gepresenteerd. Het heet Awater, naar het gedicht van Martinus Nijhoff waarin een paar van de beroemdste regels staan uit de Nederlandse poëzie: `Lees maar, er staat niet wat er staat'.

Het blad zelf zegt niets over de titel, noch over iets anders, het is er gewoon. Op A3-formaat, niet geniet, met een reuzenfoto van Hugo Claus op de omslag. Binnenin staat een interview met Claus, die de gedichtendagbundel schreef. Een erg amusant interview, gemaakt door een interviewer (Onno Blom) die zelf al weet dat Claus ,,haast krankzinnig moet zijn geworden van de honderden interviews die hij in zijn vijftigjarig schrijverschap heeft gegeven''.

En hij vertelt over hoe Claus fabuleert en steeds maar weer andere antwoorden geeft op de gewoonste vragen (zoals: `Waar bent u geboren?'). Claus praat onderhoudend over poëzie en verbetert en passant nog een gedicht, dat wil zeggen, hij belooft Blom hem de verbeterde versie te sturen van een gedicht dat ter sprake komt. De volgende dag `ratelt ergens in Nederland de fax' (wat dat voor een fax is?) en daar komt het gedicht uit, dat inderdaad verbeterd is op de laatste regel na die ineens zwak en sentimentelig is geworden.

Eigenlijk is dat stuk het beste uit dit nummer, dat verder uit allerlei rubrieken bestaat (De Muze van..., Vers tegen vers, Wat bezielt...) die niet allemaal even interessant zijn. Het is natuurlijk fijn dat Simon Vinkenoog zo gelukkig is met zijn vrouw, maar of dát nu is wat je meteen uitgebreid wilt lezen als je een nieuw poëzietijdschrift openslaat?

Verspreid door het nummer staan niet eerder gepubliceerde gedichten waarover extreem weinig informatie wordt gegeven. Niet eerder gepubliceerd werk van Ida Gerhardt bijvoorbeeld: waar komt dat vandaan? Zijn die gedichten door de dichteres verworpen, waren ze bij iemand, van wanneer zouden ze kunnen zijn? (Slechts bij één gedicht staat een datum.) Bij gedichten van Achterberg staat wel waar ze aangetroffen werden, maar de redactie volstaat met te vermelden dat ze niet in het Verzameld Werk staan. Dat maakt een nogal onnozele indruk, aangezien er van Achterbergs werk een historisch kritische editie bestaat vol ongepubliceerd werk. Daar staan ze overigens ook niet in.

Gerrit Komrij bespreekt zelf een bloemlezing en vijf nieuwe dichtbundels die hij `kreeg toegeschoven' zoals hij schrijft. De keus is willekeurig en onbeargumenteerd, het stuk vriendelijk maar niet erg interessant.

In de Poëziekrant, het Vlaamse blad over poëzie dat al 26 jaar bestaat en de laatste jaren erg in kwaliteit (en uiterlijk) is verbeterd, staat een interview met Gerrit Komrij. De interviewer vraagt wat argwanend wat dat moet, met dat nieuwe blad, terwijl de Poëziekrant er toch al is. ,,Awater is er helemaal niet op gericht om met de Poëziekrant te concurreren'', zegt Komrij. En eerlijk gezegd, dat kan Awater ook niet.

Awater nummer 1. Prijs €5,50. Uitg. Stichting PoëzieClub