Ook in Afrika is resultaatvoetbal heilig verklaard

Na Mali en Nigeria plaatsten Kameroen en Senegal zich gisteren voor de halve finales van de Africa Cup. De beste ploegen zijn overgebleven in een toernooi waar goede spitsen schaars zijn en de meeste spelers een slechte traptechniek hebben.

Mali is voor even tot rust gekomen, nadat elf voetballers het Afrikaanse land zondag in extase hadden gebracht. Het voetbalgekke volk heeft aan eigenwaarde gewonnen nu de nationale ploeg zich heeft geplaatst voor de halve finales van het toernooi om de Africa Cup. De vreugde werd gisteren enigszins getemperd, toen duidelijk werd dat Kameroen komende donderdag het volgende obstakel op weg naar de finale is. Want met die tegenstander zijn de Malinese voetballiefhebbers allerminst blij; de titelverdediger wordt niet ten onrechte zeer gevreesd.

Kameroen schaarde zich bij de laatste vier van het Afrikaanse landenkampioenschap door Egypte in Sikasso weliswaar met gering verschil (1-0), maar met een groot vertoon van macht te verslaan. Het doelpunt werd gemaakt door Patrick Mboma, de enige spits van allure op het continentale voetbaltoernooi.

Nigeria krijgt komende donderdag in de andere halve-finalewedstrijd te maken met Senegal, dat gisteravond in een emotioneel duel met 2-0 won van de Democratische Republiek Congo. Opvallend in Bamako was het volstrekte falen van scheidsrechter Domenico Messina, die van geluk mocht spreken dat de wedstrijd niet ontaardde in een massale vechtpartij.

De Italiaan in de Europese competities toch het een en ander gewend wekte met name de toorn van de Congolezen. Eerst omdat hij de Senegalees Alexandre Coly geen rode kaart gaf voor ordinair natrappen in het duel met Musasa Félix Muamba, en vervolgens omdat hij buitenspel over het hoofd zag bij het tweede doelpunt van Senegal. De emoties in het veld liepen na die treffer hoog op en pas nadat alle aanwezigen op het veld zich met de commotie had bemoeid, keerde de rust een beetje terug.

Toen de kruitdampen waren opgetrokken, restte de nuchtere vaststelling dat de vier overgebleven landen de 23ste aflevering van de African Cup of Nations een mooi en vooral waardig affiche bezorgen. Het is ontegenzeglijk een feit dat de sterkste ploegen van het toernooi zijn overgebleven in de Afrikaanse equivalent van het Europees kampioenschap.

Drie van de vier halve-finalisten keren bovendien over vier maanden terug bij de eindronde van het wereldkampioenschap in Japan en Zuid-Korea. Als het toernooi om de Africa Cup maatgevend is voor het mondiale evenement mogen Kameroen, Nigeria en Senegal gerust met enig zelfvertrouwen naar het Aziatisch continent reizen. Kameroen is op het WK in dezelfde poule ingedeeld als Duitsland, Ierland en Saoedi-Arabië. Nigeria speelt in de `groep des doods' tegen Engeland, Argentinië en Zweden. Senegal zit met Frankrijk, Denemarken en Uruguay ook in een zware poule.

De twee in Mali uitgeschakelde Afrikaanse WK-deelnemers, Tunesië en Zuid-Afrika, moeten vrezen dat het bereiken van de tweede ronde te veel gevraagd is. Tunesië speelt op het WK tegen België, Japan en Rusland. Zuid-Afrika zit in een poule met Spanje, Slovenië en Paraguay.

Het toernooi om de Africa Cup mag dan buiten het veld vanwege de sfeer onvergelijkbaar zijn met elk andere voetbaltoernooi, binnen de krijtlijnen vertoont de competitie veel Europese trekjes. De toonaangevende ploegen spelen uitermate resultaatgericht en demonstreren de in Afrika zo geliefde artistieke hoogstandjes pas als de stand dit toelaat. Van individuele kunststukjes viel vooral te genieten van de landenploegen die snel werden uitgeschakeld, zoals Zambia en de Democratische Republiek Congo.

Kenmerkend is verder het ontbreken van dominante, makkelijke scorende spitsen. Patrick Mboma en Samuel Eto'o, beiden van Kameroen, zijn de enige twee van internationale klasse. De Senegalees El Hadji Diouf had een soortgelijke reputatie, maar in Mali komt hij niet in aanmerking voor rechtvaardiging van die kwalificatie. Dan mogen de verwachtingen van de snelle en behendige negentienjarige Nigeriaan Julius Aghahowa hoger gesteld worden.

Als excuus voor hun ondermaats presteren mogen de spitsen aanvoeren, dat zij slecht aangespeeld worden. Opvallend weinig Afrikaanse voetballers blijken een goede voorzet te kunnen geven. De bal verdwijnt onthutsend vaak achter het doel of zeilt over alles en iedereen heen. De oorzaak is dat zij niet worden geschoold in een goede traptechniek. Afrikanen leren het voetbal op straat of op kale zandvlakten, waar een goede balbehandeling en een korte combinatie geliefd zijn.

Bij de Africa Cup wordt bij hoge uitzondering uit vrije trappen en hoekschoppen gescoord, om over het afstandsschot maar te zwijgen. Dribbelen kunnen de spelers allemaal als de besten en een balletje hooghouden kost hen evenmin moeite, terwijl ze kundig zijn in het combineren op de vierkante meter. Maar het rendement van de aanwezige kwaliteit is relatief gering.

Opmerkelijk is dat er na meer dan twee weken voetbal nog geen rode kaart is gegeven, terwijl er toch niet van de Afrikanen kan worden gezegd, dat ze op het veld zachtzinnig met elkaar omgaan. Er wordt stevig getackeld en de hulpverleners rennen af en aan met hun brancards. Maar vilein worden de spelers bij hoge uitzondering; het wederzijdse respect overheerst.