Ontslag voorzitter na kritiek op kunst

De kunstwerken van de Britse Turnerprijswinnaars Tracey Emin en Damien Hirst, zoals een onopgemaakt bed en een doorgezaagd kalf op sterk water, zijn ,,pretentieuze, genotzuchtige en onambachtelijke troep''. Die uitspraak heeft Ivan Massow gisteren het voorzitterschap gekost van het Institute of Contemporary Arts (ICA) in Londen.

Massow, een 34-jarige verzekeringsmiljonair, zag zijn ontslag bij het hedendaagse kunstinstituut al aankomen na de publicatie van zijn artikel in het weekblad The New Statesman, waarin hij zei dat de Britse hedendaagse kunst ,,het risico loopt in de eigen kont te verdwijnen''. Hij stuurde het bestuur een in zijde verpakt plastic pistool, ,,een conceptueel pistool'', met het verzoek hem ,,het genadeschot te geven''.

De Britse kunstwereld wordt volgens Massow gedomineerd door ,,cultuurtsaren in hun kristallen Kremlins'' als Tate-directeur Nicholas Serota, tevens voorzitter van de Turner-jury. Conceptuele kunst was in het begin ,,lachen'', zei Massow, maar ,,inmiddels saai''. De laatste editie van de Turnerprijs, waar de winnende installatie van Martin Creed bestond uit het zaallicht dat aan- en uitfloepte, had bij Massow slechts ,,geeuwzucht'' opgeroepen, zei hij.

Het ICA legt de nadruk op digitale media, film en video, en probeert nadrukkelijk los te opereren van de gevestigde musea en kunstinstellingen in Londen. Massows uitspraken, volgens hem bedoeld als openingszet ,,voor een debat'', hadden niettemin de woede gewekt van ICA-directeur Philip Dodd, die van tevoren geraadpleegd had willen worden en vond dat de voorzitter geen waardeoordelen over kunst had mogen geven.

Massow kreeg overigens bijval van traditionele artiesten, zoals Sir Anthony Caro, de beeldhouwer. Tracey Emin noemde Massows poging haar ,,intellect aan te vallen'' gisteren daarentegen ,,oneerlijk''.