Militaire kloof VS en Europa groeit

De verhoging van het toch al stevige Amerikaanse defensiebudget zal de VS veranderen van een diender in een tot de tanden bewapende commando.

De niet geringe kwalitatieve en kwantitatieve kloof tussen de Amerikaanse strijdkrachten en die van de rest van de wereld, inclusief de NAVO-partners, krijgt Grand Canyon-afmetingen.

Bush heeft voorgesteld om het defensiebudget komend boekjaar te verhogen tot 379 miljard dollar, inclusief een `vechtfonds' van tien miljard voor het voeren van een oorlog zoals in Afghanistan. In 2007 moet de begroting uitkomen op 451 miljard dollar.

Ter vergelijking: de defensiebudgetten van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn met respectievelijk 34,9 miljard dollar en 35,3 miljard dollar ieder apart maar eentiende van de Amerikaanse. De Duitse strijdkrachten moeten het doen met een begroting die nauwelijks de twintig miljard dollar overstijgt. Doordat de nationale strijdkrachten van deze landen ieder een eigen overhead hebben, is het geheel ook nog eens kleiner dan de som der delen.

De kwantitatieve verschillen tussen de Europese NAVO-partners en de VS zijn groot. De VS beschikken over bijna tweehonderd zware bommenwerpers, Europa over nul. De Amerikaanse marine heeft twaalf, rond vliegkampschepen geformeerde carrier battle groups in de vaart. De Europese NAVO-marines hebben weliswaar een half dozijn vliegdekschepen in de inventaris, maar een enkele Europese carrier past wat betreft tonnage al gauw tweemaal in de helikoptervliegdekschapen waarvan de Amerikaanse marine er een heel dozijn heeft rondvaren. Voor de landstrijdkrachten gelden vergelijkbare scheve verhoudingen.

De kwalitatieve verschillen zijn, product van een Amerikaans militair onderzoeksbudget dat wordt geschat op 85 procent van het mondiale totaal, zo nodig nog groter. Op stealth-technologie bijvoorbeeld, die vliegtuigen voor radar moeilijk waarneembaar maakt, rust een Amerikaans patent. Op het terrein van snelle communicatie-netwerken hebben de Verenigde Staten een grote voorsprong op de rest van de wereld. En de ruimte kan op militair gebied een Amerikaanse achtertuin worden genoemd.

Van de fondsen voor de aankoop van wapensystemen behoort, volgens de officiële opgave van het Amerikaanse minister van Defensie, ongeveer vijftien procent tot het zogeheten black budget, de begroting voor geheime wapenprojecten. Alleen al de Amerikaanse luchtmacht kocht vorig jaar bijna voor bijna zeven miljard dollar aan wapentuig dat niet staat vermeld in het naslagwerk All the World's Aircraft van uitgeverij Jane's. Onder andere de voor radar onzichtbare F-117 stealth-jager en de B-2 bommenwerper zijn afkomstig uit de `zwarte begroting.' Dat deze toestellen meer dan twintig jaar geleden zijn ontwikkeld, wekt de vraag wat voor gevleugelde exotica het mondiale luchtruim doorkruist, dat is gefinancierd met de meer recente, geheime begroting.

Uit de verschillende posten binnen de Amerikaanse budget-voorstellen valt ook al enigszins op te maken hoe de `transformatie', de aanpassing aan de als `diffuus' gedefinieerde post-Koude Oorlog-dreigingen van de Amerikaanse strijdkrachten, zal uitpakken. Met de lessen van `Afghanistan' in gedachte worden miljarden dollars opzij gezet voor de ontwikkeling van robotvliegtuigen, precisiegeleide bommen en het ombouwen van nucleaire onderzeeboten. Ook de verdediging tegen intercontinentale raketten figureert nog prominent op de begroting. De veel geuite Amerikaanse roep om de Europese NAVO-partners de kloof met de Verenigde Staten met extra investeringen te dichten, lijkt met Bush' budgetvoorstellen minder realistisch dan ooit tevoren.

Ook op Rusland en China, mogelijke tegenstanders in de contingency-plannen van het Pentagon, vergroten de Verenigde Staten de toch al ruime voorsprong. De voorgestelde verhoging van het defensiebudget ontloopt de omvang van de totale defensiebegroting van de Volksrepubliek China niet veel. De ondoorzichtige defensiebegroting van Rusland schatten analisten op iets meer dan vijftig miljard dollar. Maar de strijdkrachten van het land verkeren in deplorabele staat. Wat de marine waard is, bewees vorig jaar de ramp met de kernonderzeeër Koersk. De Russische luchtmacht heeft de laatste zes jaar geen enkel nieuw gevechtsvliegtuig kunnen bestellen. En het land is strategisch `blind' doordat de reeds lang versleten of intussen neergestorte spionagesatellieten niet zijn vervangen.