Jasperina de Jong laat diva Dietrich herleven

,,Pijn en verlies zijn privé'', zegt de trouwe assistente van Marlene Dietrich ter introductie van de aan haar bazin gewijde voorstelling. ,,Vergeet de rest. U heeft het niet gezien.'' Het is een curieuze openingstekst, want vervolgens zien we juist wel hoe de vrouw achter de façade zich foeterend, heetgebakerd, redderend en smachtend van heimwee op haar concert voorbereidt. Om den brode zal dit werkpaard voor de zoveelste keer de diva uithangen – we schrijven 1969 – maar van harte gaat het allang niet meer. Uit de literatuur weten we inmiddels dat ze tegen die tijd voornamelijk staande bleef door corsetten en beenwindsels, maar meer dan de suggestie van lichamelijk ongemak wordt hier niet vertoond. Het is de bedoeling de herinnering aan Marlene Dietrich op te roepen, en niet haar te ontluisteren.

Jasperina de Jong speelt de titelrol in Marlene Dietrich, een toneeltekst van de Engelse schrijfster Pam Gems die ook Piaf maakte. Maar de tekst is niet meer dan het raamwerk voor veel Dietrich-liedjes, die in de kleedkamerscènes min of meer terloops – als bitterzoete herinneringen – worden gezongen en tijdens het concert, dat de tweede helft van de voorstelling vormt, veel nadrukkelijker: als de nummers die bij geen enkel optreden mochten ontbreken.

,,We waren zulke goede vrienden, m'n lichaam en ik'', verzucht deze Dietrich in de kleedkamer, ,,maar we zijn uit elkaar geraakt.'' Jasperina de Jong weet met zulke zinnetjes wel raad; ze zet er een gevoileerde blasé stem bij op, die soms aan haar hoofdrol in de musical Fien (1982) doet denken – immers ook een komedie over een vrouw die steeds tragischer werd. Maar veel van dat soort zelfspot heeft de tekst niet te bieden; het is een nogal nietszeggend script, dat de biografische hoofdlijnen zo'n beetje aanstipt, maar verder geen blijk geeft van diepe gedachten over Dietrich. Des te bewonderenswaardiger is het dat Jasperina de Jong toch nog zoveel tragikomisch raffinement in haar rol weet te leggen. En dat Doris Baaten haar ondankbare functie als de assistente – voornamelijk luisterend – met zo veel gratie vervult.

Eén ander zinnetje geeft echter aan waar het in deze voorstelling vooral om te doen is. ,,Het gaat niet om mij, het gaat om Dietrich'', zegt de hoofdpersoon, als om aan te geven dat de vedette een ander is dan de vrouw erachter. En die vedette vertoont zich tijdens het concert. Het is een ietwat onhandige constructie om aan de speelscènes – in een lelijk, sjofel, maar authentiek ogend kleedkamerdecor – zo'n Dietrich-optreden vast te plakken en daarna niet meer achter de schermen terug te keren. Ook in deze Nederlandse bewerking, in de zorgvuldige regie van Ruut Weissman, is het concert in dramatisch opzicht een raar aanhangsel.

Maar wat Jasperina de Jong van de Dietrich-hits maakt, raak begeleid door een ministrijkje met piano, viool en bas, is roerend. Ze heeft haar eigen grote bereik ingeruild voor een timbre in de laagste regionen, en zingt in dat typische staccato nummers als Lili Marleen, Where have all the flowers gone en het tweetalige Ich bin von Kopf bis Fuss alsof daar een gestalte van vroeger staat, in de overdadige witte nerts over de fameuze glittertjesjurk. Ze roept de Dietrich-sfeer op, inclusief de stijve bedank-knikjes aan het eind van elk nummer – een vrouw die voor haar publiek bovenal een herinnering is, zoals de echte Dietrich destijds ook. Ze speelt een schim, en laat die herleven.

Voorstelling: Marlene Dietrich, van Pam Gems, door V&V Entertainment. Spel: Jasperina de Jong en Doris Baaten. Vertaling: Allard Blom. Muziek o.l.v. Ad van Dijk. Decor: André Joosten. Kostuums: Yan Tax. Regie: Ruut Weissman. Gezien: 4/2 in de Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 1/6. Inl. (0900) 9203, www.marlenedietrich.nl