`Hbo's gebruiken rijksgeld verkeerd'

Hogescholen hebben de afgelopen jaren ,,mogelijk ondoelmatig gebruik gemaakt van rijksmiddelen''. Zes hogescholen hebben, in samenwerking met commerciële onderwijsaanbieders, programma's aangeboden die ,,qua onderwijs niet aan de maat waren, maar waarvoor wel een of twee jaar overheidssubsidie is verkregen.''

Dit zegt F. Leijnse, voorzitter van de HBO-raad, de brancheorganisatie van de hogescholen, vandaag in deze krant. Hij onderstreept dat dit geen fraude is. Volgens hem is ook onvoldoende gelet op de kwaliteit van het onderwijs van de commerciële aanbieder. Daarnaast heeft de commerciële partner mogelijk het collegegeld geïnd, terwijl dat naar de gesubsidieerde hogeschool had moeten gaan.

Volgens Leijnse gaat het om zes hbo-instellingen. Dat zijn de hogescholen waarop het accountantsonderzoek zich richt dat minister Hermans (Onderwijs) heeft gelast en dat eind februari wordt gepubliceerd. ,,Ik heb geen enkele reden om te denken dat er meer hogescholen bij betrokken zijn.''

Leijnse wil de oneigenlijke constructie niet bagatelliseren, maar vindt het aantal van zes hogescholen en `ondoelmatig gebruik' , waarbij het gaat om enkele honderden studenten per school, marginaal ,,afgezet tegen het totaal van dertigduizend hbo-studenten''.

Volgens Leijnse heeft ,,ondoelmatig gebruik van overheidsmiddelen'' alles te maken met de manier van bekostigen in het hoger onderwijs. Sinds 1990 kennen de hogescholen `diploma-bekostiging': hogescholen krijgen een bepaald bedrag per afgestudeerde student. Om de kosten niet te veel te laten oplopen als het aantal studenten zou toenemen, staat het totale budget voor hogescholen en universiteiten vast. Als er meer studenten voor een hbo-studie kiezen, wordt het bedrag per student kleiner.

Kern van het probleem, denkt Leijnse, is dat dit bekostigingssysteem geen rekening houdt met de toename van het aantal hbo-studenten. Het heeft een felle concurrentie tussen hogescholen tot gevolg. Volgens hem komt de `vermeende fraude' door calculerend gedrag van hogescholen om meer studenten te kunnen registreren en daarmee een groter deel uit de gemeenschappelijke subdidiepot te verkrijgen.

Een woordvoerder van het ministerie wil niet reageren op de uitspraken van Leijnse. ,,Het aantal van zes hogescholen kan ik niet bevestigen. Eind februari wordt het rapport openbaar. Daar moeten we op wachten.''

Opinie: pagina 7